DRONTEN – Na 83 jaar is eindelijk duidelijk welk vliegtuig tijdens de Tweede Wereldoorlog is neergestort op de plek waar tegenwoordig het Van Veldhuizenbos in Dronten ligt. Het gaat om de Britse bommenwerper Avro Lancaster Mk III JB120 LQ-D, die in de nacht van 27 op 28 september 1943 boven het toenmalige IJsselmeer werd neergeschoten. Alle zeven bemanningsleden verdwenen met het toestel en staan nog altijd als vermist geregistreerd. De identificatie volgt op jarenlang onderzoek en een grootschalige bergingsoperatie in november 2025.

De doorbraak is voor de gemeente Dronten en betrokken onderzoekers van grote historische betekenis. Bij de berging werden vliegtuigonderdelen aangetroffen waarmee uiteindelijk de identiteit van het toestel kon worden vastgesteld.

Ook werden menselijke resten gevonden. Defensie onderzoekt nog of deze afkomstig zijn van een of meerdere bemanningsleden van de neergestorte Lancaster.

Toevallige vondst tijdens werkzaamheden

Het onderzoek naar het verdwenen vliegtuig begon nadat medewerkers van de gemeente Dronten in 2022 tijdens werkzaamheden in het Van Veldhuizenbos op stukken aluminium en andere metalen onderdelen stuitten.

Al snel ontstond het vermoeden dat het om resten van een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog ging. Omdat zich rondom het wrak mogelijk nog explosieven en munitie bevonden, werd het gebied uit veiligheidsoverwegingen afgezet.

De herkomst van de onderdelen bleef aanvankelijk onduidelijk. Daarom besloot de gemeente in 2024 om het wrak volledig te laten onderzoeken en bergen.

De daadwerkelijke bergingsoperatie vond plaats in november 2025. Specialisten groeven gedurende meerdere weken grote hoeveelheden grond af en stelden de aangetroffen vliegtuigonderdelen veilig.

Unieke nummers leiden naar verdwenen bommenwerper

Tijdens de bergingswerkzaamheden werden verschillende onderdelen gevonden die wezen op een Britse Lancaster-bommenwerper.

Daaronder bevonden zich onderdelen van zogenoemde doelmarkeerders. Deze apparatuur werd gebruikt door speciale Pathfinder-eenheden om tijdens nachtelijke bombardementen doelen aan te wijzen voor andere bommenwerpers.

De beslissende aanwijzing kwam van twee aluminium onderdelen waarop gedeelten van een uniek identificatienummer werden aangetroffen.

Door deze nummers te vergelijken met historische vliegtuiggegevens konden onderzoekers uiteindelijk vaststellen dat het ging om de Avro Lancaster Mk III JB120 LQ-D.

Volgens stafofficier vliegtuigbergingen Coen Cornelissen gaat het om hetzelfde toestel waarvan eerder al een geschutskoepel werd gevonden. Die vondst wordt herdacht met een crashpaal bij de IJsbaanlaan in Dronten.

Eerste vlucht werd meteen de laatste

De Lancaster behoorde tot het Canadese 405 Pathfinder Squadron, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was gestationeerd op de Britse luchtmachtbasis Gransden Lodge, nabij Cambridge.

Het toestel was nog maar kort in gebruik. Pas een maand voor de fatale vlucht was de bommenwerper aan het squadron geleverd.

In de nacht van 27 op 28 september 1943 vertrok het vliegtuig voor een grote luchtaanval op de Duitse stad Hannover. Aan deze operatie namen bijna zevenhonderd geallieerde vliegtuigen deel.

De aanval verliep volgens de historische gegevens die de gemeente Dronten heeft onderzocht niet zoals gepland. Door verkeerde berekeningen van de windrichting dreven de lichtmarkeringen van de Pathfinders weg.

Hierdoor kwamen bommen niet alleen op het beoogde doel terecht, maar ook op omliggende dorpen en een open veld.

De Lancaster JB120 zou Hannover echter nooit bereiken.

Neergeschoten boven het IJsselmeer

Rond 22.10 uur werd de bommenwerper tijdens de heenvlucht onderschept en neergeschoten door een Duitse nachtjager.

Het toestel stortte neer in het IJsselmeer, dat destijds nog het gebied bedekte waar tegenwoordig een deel van Dronten ligt.

De zeven bemanningsleden verdwenen met hun vliegtuig. De vlucht naar Hannover was daarmee zowel de eerste als de laatste operationele missie van de Lancaster JB120.

Na de oorlog werd het gebied ingepolderd en ontstond het huidige landschap van Flevoland. De resten van de bommenwerper bleven tientallen jaren verborgen onder de grond.

Zeven jonge bemanningsleden kwamen niet terug

Aan boord bevonden zich zeven jonge militairen: vier Canadezen, een Australiër, een Schot en een Brit.

Onder hen waren piloot Bruce A. St. Louis, die slechts 21 jaar oud was, de 24-jarige boordschutter John C. Lowther en navigator Stuart A. Long van 22 jaar.

De bemanning keerde nooit terug van de missie. Hun lot bleef meer dan acht decennia verbonden aan een onbekende vliegtuigcrash boven het toenmalige IJsselmeer.

Door de identificatie kunnen onderzoekers het verhaal van de bemanningsleden nu nauwkeuriger reconstrueren.

In historische archieven zijn inmiddels ook foto's van enkele vliegers teruggevonden.

Volgens de gemeente Dronten krijgt de geschiedenis daarmee een persoonlijk gezicht. De jonge mannen zijn niet langer alleen namen op een lijst van vermisten, maar kunnen opnieuw worden verbonden aan de plek waar hun vliegtuig neerstortte.

Menselijke resten gevonden bij berging

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek betreft de stoffelijke resten die in de omgeving van de crashlocatie zijn aangetroffen.

Al in 1959 werden menselijke resten gevonden die destijds niet konden worden geïdentificeerd. Deze zijn als onbekende vliegers begraven op de militaire begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen.

Tijdens de bergingsoperatie in november 2025 werden opnieuw menselijke resten aangetroffen.

Defensie onderzoekt momenteel of deze resten afkomstig zijn van de bemanning van de Lancaster JB120.

Of er een verband bestaat tussen de vondsten uit 1959 en de recente berging, is nog niet vastgesteld. Ook is nog niet duidelijk of individuele bemanningsleden kunnen worden geïdentificeerd.

Burgemeester spreekt van historische vondst

Burgemeester Jean Paul Gebben van Dronten noemt de identificatie een vondst van grote historische waarde.

Volgens hem zorgt de ontdekking ervoor dat de zeven omgekomen vliegers opnieuw een herkenbare plaats krijgen in de geschiedenis van de gemeente.

De crash maakt duidelijk hoe ingrijpend de Tweede Wereldoorlog ook is geweest op de plek waar tegenwoordig de polder ligt.

Wat nu een bosgebied is, was in september 1943 nog open water waar geallieerde vliegers tijdens gevaarlijke missies boven Nederland hun leven riskeerden.

Berging kostte ruim 960.000 euro

De bergingsoperatie werd uitgevoerd binnen het Nationaal Programma Vliegtuigbergingen. Dit programma richt zich op het opsporen en bergen van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog waarin mogelijk nog vermiste bemanningsleden aanwezig zijn.

De werkzaamheden in het Van Veldhuizenbos kostten ruim 960.000 euro. Het grootste deel van dit bedrag is door het Rijk betaald.

Een deel van de geborgen vliegtuigonderdelen wordt in bruikleen gegeven aan musea en stichtingen. Daar kunnen de wrakstukken worden gebruikt om het verhaal van de Lancaster en haar bemanning aan toekomstige generaties door te geven.

Met de identificatie van de JB120 is een belangrijk historisch raadsel opgelost. Het onderzoek naar de aangetroffen menselijke resten moet uitwijzen of na 83 jaar ook meer duidelijkheid kan worden gegeven over het definitieve lot van de zeven vermiste bemanningsleden.