NEDERLAND – Voor miljoenen Nederlandse huishoudens met zonnepanelen verandert op 1 januari 2027 de energierekening ingrijpend. De salderingsregeling verdwijnt definitief, waardoor zelf opgewekte elektriciteit niet langer mag worden weggestreept tegen stroom die op andere momenten van het elektriciteitsnet wordt afgenomen. Tegelijkertijd blijven energieleveranciers kosten rekenen voor het terugleveren van zonnestroom. Een vergelijking van vijftien aanbieders laat zien dat de verschillen aanzienlijk zijn. Bij een teruglevering van 3.000 kilowattuur per jaar lopen de afzonderlijke terugleverkosten uiteen van ongeveer 136 euro bij Eneco tot bijna 650 euro bij Mega. Toch vertelt dat maar een deel van het verhaal.

Uit onderzoek naar de tarieven die op 24 oktober 2026 beschikbaar zijn, blijkt dat energieleveranciers sterk verschillende manieren hanteren om de kosten en opbrengsten van teruggeleverde stroom te berekenen.

Bij vaste energiecontracten worden vanaf 2027 doorgaans afzonderlijke bedragen per teruggeleverde kilowattuur gehanteerd. Dynamische contracten werken anders en kennen vaak geen afzonderlijke terugleverkosten. Dat betekent echter niet automatisch dat terugleveren bij deze aanbieders gratis is of altijd geld oplevert.

Salderingsregeling verdwijnt na ruim twintig jaar

De salderingsregeling werd in 2004 ingevoerd om Nederlandse huishoudens te stimuleren zonnepanelen aan te schaffen.

Dankzij deze regeling konden eigenaren hun teruggeleverde elektriciteit verrekenen met de stroom die zij op andere momenten van hun energieleverancier afnamen.

Een huishouden dat jaarlijks 2.500 kilowattuur terugleverde en dezelfde hoeveelheid van het net afnam, kon deze hoeveelheden tegen elkaar wegstrepen. Daardoor werd over het gesaldeerde verbruik ook geen energiebelasting betaald.

Vanaf 1 januari 2027 is die verrekening niet langer wettelijk verplicht. Alle elektriciteit die een huishouden van het net afneemt, wordt afzonderlijk afgerekend. Daarbij komen ook energiebelasting en btw.

Voor de elektriciteit die zonnepanelen rechtstreeks aan huishoudelijke apparaten leveren, verandert niets. Daarvoor hoeven consumenten nog steeds geen elektriciteit van hun energieleverancier te kopen.

Het financiële voordeel van zonnepanelen verschuift daarmee steeds verder van terugleveren naar direct zelf gebruiken.

Tekst gaat verder onder de grafiek

Onderzoek: terugleverkosten energiebedrijven in 2027

Terugleverboete is geen overheidsbelasting

Wat veel consumenten een terugleverboete noemen, is officieel geen boete maar een bedrag aan terugleverkosten.

Energieleveranciers stellen dat zij extra kosten maken wanneer huishoudens elektriciteit aan het net terugleveren.

Dat gebeurt vooral op zonnige dagen. Omdat duizenden zonnepanelen tegelijkertijd veel elektriciteit produceren, kan het aanbod groter zijn dan de vraag. De groothandelsprijs daalt dan sterk en kan zelfs negatief worden.

Leveranciers moeten daarnaast voorspellen hoeveel elektriciteit hun klanten produceren. Wanneer de werkelijke opbrengst afwijkt van de verwachting, kunnen zij kosten maken om hun energiebalans te herstellen.

Volgens energiebedrijven moeten deze kosten worden doorberekend aan klanten die daadwerkelijk zonnestroom terugleveren.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) staat het berekenen van terugleverkosten toe, maar stelt voorwaarden. Leveranciers mogen niet zomaar willekeurige bedragen in rekening brengen en moeten duidelijk zijn over hun tarieven.

Mega rekent hoogste terugleverkosten in vergelijking

In een vergelijking van vijftien eenjarige vaste energiecontracten blijkt Mega de hoogste afzonderlijke terugleverkosten te rekenen.

Volgens de tarievenvergelijking van 24 oktober bedraagt het tarief bij Mega ongeveer 21,66 cent per teruggeleverde kilowattuur.

Bij een jaarlijkse teruglevering van 3.000 kilowattuur betekent dit ongeveer 650 euro aan terugleverkosten.

Ook UnitedConsumers en ENGIE rekenen relatief hoge bedragen, respectievelijk ongeveer 17,03 en 16,91 cent per kilowattuur.

Bij UnitedConsumers komt dat neer op ongeveer 511 euro per jaar. ENGIE rekent bij dezelfde hoeveelheid ongeveer 507 euro.

Daartegenover staan onder meer Eneco en Vattenfall. Eneco rekent ongeveer 4,53 cent per kilowattuur, Vattenfall ongeveer 5,15 cent.

Bij 3.000 kilowattuur teruglevering bedraagt dat respectievelijk ongeveer 136 en 155 euro.

Het verschil tussen de laagste en hoogste afzonderlijke terugleverkosten bedraagt daarmee ruim 500 euro per jaar.

Deze vergelijking betreft tarieven van specifieke eenjarige vaste contracten. Andere contractvormen en eerder afgesloten overeenkomsten kunnen andere bedragen bevatten.

Hoge terugleverkosten betekenen niet automatisch verlies

Een belangrijk onderdeel van de vergelijking is de terugleververgoeding.

Dat is het bedrag dat een leverancier betaalt voor de elektriciteit die een klant aan het net levert.

Bij Mega staat tegenover de hoge terugleverkosten van ongeveer 21,66 cent een vergoeding van 25,80 cent per kilowattuur.

Daarmee blijft netto ongeveer 4,14 cent over.

Bij Eneco bedraagt de vergoeding ongeveer 9,49 cent en de terugleverkosten 4,53 cent. Netto resteert ongeveer 4,96 cent per kilowattuur.

Bij Essent blijft ongeveer 3,08 cent over en bij Vattenfall ongeveer 4,08 cent.

Voor een huishouden dat 3.000 kilowattuur per jaar teruglevert, betekent dit bij de onderzochte contracten een netto opbrengst van ongeveer 149 euro bij Eneco, 124 euro bij Mega, 122 euro bij Vattenfall en 92 euro bij Essent.

Dat zijn bedragen na aftrek van de afzonderlijke terugleverkosten, maar vóór verrekening met de elektriciteit die het huishouden zelf van het net afneemt.

De berekening maakt duidelijk waarom uitsluitend kijken naar de terugleverboete een verkeerd beeld kan geven.

Bij sommige leveranciers blijft nauwelijks iets over

Andere aanbieders hanteren een combinatie van een relatief lage terugleververgoeding en terugleverkosten die vrijwel even hoog zijn.

Bij Vandebron bedraagt het netto voordeel in de onderzochte vergelijking ongeveer 0,25 cent per kilowattuur.

Ook Greenchoice en Pure Energie komen bij de onderzochte contracten op ongeveer een kwart cent netto uit.

Een huishouden dat 3.000 kilowattuur teruglevert, ontvangt daarmee na aftrek van de terugleverkosten nog ongeveer 7,50 euro per jaar.

Bij Energiedirect blijft ongeveer één cent per kilowattuur over. Budget Thuis komt uit op ongeveer 2,50 cent.

De verschillen zijn opvallend. Waar de ene leverancier bijna vijf cent netto vergoedt, ontvangt een klant bij een andere aanbieder nog maar een fractie daarvan.

Wel moet worden benadrukt dat deze cijfers momentopnamen zijn. Energiebedrijven kunnen nieuwe aanbiedingen publiceren en de tarieven hangen af van de gekozen contractvorm.

Dynamische leveranciers rekenen vaak geen afzonderlijke terugleverboete

Een andere situatie ontstaat bij dynamische energiecontracten.

Aanbieders als Zonneplan, ANWB Energie en verschillende andere leveranciers met dynamische contracten rekenen geen afzonderlijke vaste terugleverkosten zoals die bij veel traditionele contracten worden toegepast.

Bij een dynamisch contract verandert de stroomprijs gedurende de dag. De vergoeding voor teruggeleverde elektriciteit hangt daardoor af van het moment waarop de zonnepanelen elektriciteit produceren.

Zonneplan bevestigt dat het ook na 2026 geen afzonderlijke terugleverkosten in rekening brengt bij zijn dynamische energiecontract.

ANWB Energie hanteert eveneens geen aparte terugleverboete.

Toch zijn er belangrijke verschillen tussen dynamische aanbieders.

Sommige leveranciers houden een verkoopvergoeding in op de actuele beursprijs. Tibber rekent bijvoorbeeld een vergoeding van 2,48 cent per teruggeleverde kilowattuur voor de verkoop van stroom.

Andere aanbieders werken met bonussen voor zonnestroom of aanvullende voorwaarden voor slimme aansturing.

Dat maakt de dynamische contracten onderling moeilijker vergelijkbaar dan een traditionele vaste overeenkomst.

Negatieve stroomprijzen kunnen alsnog geld kosten

Een contract zonder terugleverboete is niet automatisch de goedkoopste oplossing.

Wanneer op een zonnige middag veel elektriciteit beschikbaar is en de vraag laag blijft, kan de handelsprijs onder nul zakken.

Huishoudens met een dynamisch contract kunnen dan te maken krijgen met een negatieve terugleverprijs.

Dat betekent dat het terugleveren van een kilowattuur op zo'n moment geld kan kosten, afhankelijk van de afspraken met de energieleverancier.

Vooral tussen het voorjaar en het najaar komen dergelijke situaties voor, wanneer zonnepanelen veel elektriciteit produceren.

Daar staat tegenover dat een dynamisch contract consumenten ook in staat stelt om elektriciteit af te nemen wanneer de marktprijs bijzonder laag is.

Of zo'n contract voordelig is, hangt daarom sterk af van het stroomverbruik, het aantal zonnepanelen, het tijdstip van teruglevering en de flexibiliteit van het huishouden.

Een gezin met zonnepanelen krijgt een compleet andere rekening

Om het verschil inzichtelijk te maken, kan worden gekeken naar een fictief huishouden dat jaarlijks 4.000 kilowattuur elektriciteit gebruikt.

De zonnepanelen produceren in dit voorbeeld 3.600 kilowattuur. Daarvan wordt 1.200 kilowattuur rechtstreeks in de woning gebruikt.

De resterende 2.400 kilowattuur gaat terug naar het elektriciteitsnet.

Omdat het huishouden een deel van zijn eigen stroom gebruikt, moet het nog 2.800 kilowattuur van de energieleverancier afnemen.

Vanaf 2027 betaalt dit huishouden over die volledige 2.800 kilowattuur het afgesproken stroomtarief, inclusief belastingen.

Tegelijkertijd ontvangt het een vergoeding voor de 2.400 kilowattuur die aan het net wordt teruggeleverd.

Daarvan worden vervolgens de eventuele terugleverkosten afgetrokken.

Bij een netto terugleververgoeding van 4,96 cent bedraagt de opbrengst ongeveer 119 euro per jaar.

Bij een netto vergoeding van 0,25 cent resteert slechts 6 euro.

Het directe eigen verbruik van 1.200 kilowattuur blijft ondertussen waardevol, omdat deze elektriciteit niet hoeft te worden ingekocht.

Waarom wordt rechtstreeks gebruiken steeds aantrekkelijker?

Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het financieel belangrijker om opgewekte zonnestroom direct te gebruiken.

Een wasmachine, vaatwasser of elektrische boiler die overdag draait, kan elektriciteit gebruiken die anders aan het net zou worden teruggeleverd.

Ook het opladen van een elektrische auto tijdens zonnige uren kan de hoeveelheid teruggeleverde stroom aanzienlijk verminderen.

Een thuisbatterij kan eveneens helpen om opgewekte elektriciteit later te gebruiken. Daar staat echter een forse investering tegenover.

Of zo'n batterij financieel aantrekkelijk is, hangt af van de aanschafprijs, de opslagcapaciteit, het gebruikspatroon en de toekomstige stroomtarieven.

Een batterij is daarom niet voor ieder huishouden automatisch een rendabele investering.

Bestaande contracten kunnen afwijkende rechten bevatten

Een bijzonder aandachtspunt zijn energiecontracten die al vóór de afschaffing van de salderingsregeling zijn afgesloten.

Volgens de ACM kan in bepaalde contracten zijn vastgelegd dat de leverancier ook na 1 januari 2027 een vorm van verrekening blijft toepassen.

De wettelijke belastingvrijstelling voor gesaldeerde stroom vervalt wel voor iedereen.

Daardoor kunnen huishoudens met een ouder vast contract mogelijk andere rechten behouden dan consumenten die nu een nieuwe overeenkomst afsluiten.

Leveranciers mogen bestaande afspraken niet zomaar veranderen. Daarvoor moeten zij over een geldige contractuele grondslag beschikken.

Consumenten doen er daarom verstandig aan hun oorspronkelijke overeenkomst en eventuele wijzigingen zorgvuldig te controleren.

ACM waarschuwt: terugleverkosten kunnen hoger zijn dan vergoeding

De ACM benadrukt dat energieleveranciers ook na 1 januari 2027 terugleverkosten mogen berekenen.

Tot 1 januari 2030 moet de terugleververgoeding bovendien minimaal 50 procent bedragen van het kale leveringstarief, dus exclusief energiebelasting en btw.

Die bescherming betekent echter niet dat consumenten altijd een positief nettobedrag ontvangen.

De toezichthouder waarschuwt uitdrukkelijk dat terugleverkosten in bepaalde gevallen hoger kunnen uitvallen dan de ontvangen vergoeding.

De vijftien eenjarige vaste contracten in deze vergelijking laten op de peildatum allemaal een positief nettobedrag zien. Dat zegt niets over alle mogelijke contracten op de markt.

De overheid heeft dus niet gegarandeerd dat iedere teruggeleverde kilowattuur uiteindelijk geld oplevert.

Alleen de terugleverboete vergelijken is onvoldoende

Het belangrijkste resultaat van de vergelijking is dat consumenten niet uitsluitend op de hoogte van de terugleverkosten moeten letten.

Een energieleverancier kan lage terugleverkosten rekenen, maar tegelijkertijd een hoge prijs vragen voor elektriciteit die het huishouden zelf nodig heeft.

Omgekeerd kan een aanbieder met hogere terugleverkosten een hogere vergoeding of een gunstiger leveringstarief bieden.

Ook de vaste leveringskosten, eventuele welkomstkortingen, het gastarief en contractvoorwaarden spelen een rol.

Een daadwerkelijk voordelige keuze kan daarom alleen worden gemaakt door de volledige verwachte jaarrekening te vergelijken.

Voor huishoudens met zonnepanelen zijn daarbij drie cijfers bijzonder belangrijk: hoeveel elektriciteit zij van het net afnemen, hoeveel stroom zij terugleveren en hoeveel van de zelf opgewekte elektriciteit rechtstreeks wordt gebruikt.

Conclusie: vanaf 2027 verandert de waarde van zonnestroom ingrijpend

De afschaffing van de salderingsregeling betekent niet dat zonnepanelen waardeloos worden. Het financiële voordeel blijft bestaan, maar de manier waarop huishoudens dat voordeel behalen verandert.

Het onderzoek laat zien dat de afzonderlijke terugleverkosten bij eenjarige vaste contracten sterk uiteenlopen. Bij sommige aanbieders blijven de kosten relatief beperkt, terwijl andere bedrijven honderden euro's per jaar in rekening brengen.

Dynamische leveranciers rekenen vaak geen afzonderlijke terugleverboete, maar kunnen via verkoopvergoedingen en wisselende marktprijzen alsnog minder gunstig uitpakken.

Voor zonnepaneelbezitters wordt het daarom belangrijker dan ooit om verder te kijken dan de aantrekkelijke aanbiedingen van energieleveranciers.

Vanaf 2027 draait het niet langer vooral om hoeveel elektriciteit een huishouden jaarlijks opwekt, maar steeds meer om hoeveel van die zonnestroom het zelf op het juiste moment weet te gebruiken.