CEUTA – De Spaanse enclave Ceuta aan de Noord-Afrikaanse kust verkeert bijna drie maanden na een ongekende migratiegolf nog altijd in een ernstige crisis. Tienduizenden mensen staken eind juli vanuit Marokko de grens over, waarna opvangcentra overvol raakten en duizenden migranten noodgedwongen op straat, stranden en in verlaten gebouwen verbleven. De politie voert inmiddels grootschalige operaties uit om de situatie onder controle te krijgen. Ondertussen nemen de zorgen over veiligheid, overlast en criminaliteit toe en groeit de politieke kritiek op de regering van premier Pedro Sánchez.

De ontwikkelingen in Ceuta laten zien hoe kwetsbaar de Europese buitengrenzen kunnen zijn wanneer grote groepen mensen tegelijkertijd proberen binnen te komen. De enclave, die ongeveer 84.000 inwoners telt, kreeg op 30 en 31 juli te maken met een toestroom van naar schatting 80.000 migranten.

De meeste nieuwkomers keerden binnen enkele dagen terug naar Marokko. Toch bleven duizenden mensen achter. Volgens recente schattingen bevinden zich nog altijd tussen de 7.000 en 8.000 migranten buiten de reguliere opvang of in overvolle voorzieningen.

De Spaanse overheid beschikt niet over een volledig overzicht van alle achtergebleven personen. Daardoor is ook onduidelijk hoeveel mensen daadwerkelijk nog op straat verblijven.

Politie grijpt met honderden agenten in

Vrijdag 23 oktober voerde de Spaanse nationale politie opnieuw een omvangrijke operatie uit in de wijk El Príncipe en omliggende buurten.

Maar liefst 320 agenten werden ingezet om migranten op te sporen die verbleven in straten, parkeergarages, verlaten voertuigen en illegaal gebruikte woningen.

Tijdens de actie werden 295 migranten aangetroffen, onder wie zestig minderjarigen en vier vrouwen. Volgens de Spaanse autoriteiten besloten 146 personen vrijwillig terug te keren naar Marokko.

De overige betrokkenen werden onderzocht en waar mogelijk overgebracht naar opvangvoorzieningen.

Het is niet de eerste grote politieactie. Eerder deze maand werden ook geïmproviseerde kampen op verschillende stranden van Ceuta ontruimd.

Een deel van de migranten verplaatste zich daarop naar woonwijken, waardoor de druk op andere delen van de stad toenam.

Overlast en veiligheidsincidenten nemen toe

De aanwezigheid van grote groepen mensen zonder vaste verblijfplaats zorgt voor toenemende spanningen in verschillende wijken.

Vooral El Príncipe, een dichtbevolkte wijk met een complexe veiligheidssituatie, krijgt met de gevolgen te maken.

De lokale hulpdiensten registreerden tussen 1 augustus en 11 oktober maar liefst 414,8 procent meer meldingen dan in dezelfde periode vorig jaar.

Volgens de verantwoordelijke bestuurder van Ceuta had 26 procent van de geregistreerde incidenten betrekking op vreemdelingenzaken en 15,9 procent op agressie.

Dat betekent overigens niet dat de criminaliteit met hetzelfde percentage is gestegen. Het gaat om een bredere categorie meldingen bij de hulpdiensten.

Wel zijn er daadwerkelijk geweldsincidenten geregistreerd. Begin oktober moest de politie ingrijpen bij vechtpartijen rond een groot migrantenkamp aan het strand van El Trampolín.

Daarbij raakte een persoon gewond en werd een ander aangehouden nadat hij zich volgens de politie met stenen tegen agenten had verzet.

Bewoners maken zich zorgen over hun veiligheid en de gevolgen voor het dagelijks leven. Tegelijkertijd lopen ook migranten zelf aanzienlijke risico's op geweld, beroving en uitbuiting.

Criminele organisaties profiteren van de chaos

De gespannen situatie biedt volgens de Spaanse politie kansen aan criminele netwerken die geld verdienen aan mensensmokkel.

Op 22 oktober maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken bekend dat agenten in een pand in de wijk El Príncipe 74 migranten hadden aangetroffen, onder wie tien minderjarigen.

De betrokkenen verbleven onder erbarmelijke omstandigheden in een overvol gebouw.

Volgens de politie waren er aanwijzingen voor bedreiging, geweld en arbeidsuitbuiting. Sommige minderjarigen zouden zelfs verwondingen hebben opgelopen door hondenbeten.

Een inwoner van Ceuta werd aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een criminele organisatie die mensen zonder geldige verblijfspapieren zou helpen bij hun verdere reis naar het Spaanse vasteland.

De autoriteiten onderzoeken daarnaast mogelijke mishandeling en uitbuiting van minderjarigen.

De zaak onderstreept dat de migratiecrisis niet uitsluitend een probleem van grensbewaking is, maar ook een voedingsbodem kan vormen voor georganiseerde criminaliteit.

Honderden minderjarigen zonder bescherming

Bijzonder zorgwekkend is de situatie van minderjarige migranten die zonder ouders of begeleiders naar Ceuta zijn gekomen.

Volgens hulporganisaties slapen jongeren op straat, in verlaten gebouwen en in geïmproviseerde onderkomens.

Sommigen zijn nauwelijks dertien jaar oud.

Onder Spaanse wetgeving hebben alleenstaande minderjarigen recht op bescherming, opvang, onderwijs en medische zorg. De lokale autoriteiten zijn echter niet in staat gebleken iedereen tijdig te registreren en onder te brengen.

Hulporganisatie Save the Children heeft kritiek geuit op het ontbreken van een volledig overzicht van de minderjarigen.

Ook Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties maken zich zorgen over de omstandigheden waarin de jongeren verblijven.

Zij waarschuwen voor geweld, mensenhandel en seksueel misbruik. Daarnaast onderzoeken Spaanse aanklagers meldingen van mishandeling van migranten.

Spaanse regering en bestuur Ceuta botsen

De crisis heeft inmiddels geleid tot een openlijk conflict tussen de Spaanse regering en het lokale bestuur van Ceuta.

Burgemeester en regeringsleider Juan Jesús Vivas vindt dat Madrid onvoldoende voortgang boekt bij het terugsturen van migranten die geen recht hebben op verblijf.

Volgens het lokale bestuur duren de procedures veel te lang en beschikt de stad over onvoldoende capaciteit om de gevolgen zelfstandig op te vangen.

De Spaanse regering weerspreekt dat zij onvoldoende heeft ingegrepen.

Op 20 oktober meldde Madrid dat sinds 10 augustus meer dan 12.700 migranten naar Marokko zijn teruggekeerd.

Ook stelt de regering inmiddels ruim 7.400 opvangplaatsen beschikbaar te hebben gemaakt en de belangrijkste illegale kampen langs de kust te hebben ontmanteld.

Volgens het kabinet is de openbare orde grotendeels hersteld en blijft de politie actief om resterende problemen aan te pakken.

De lokale autoriteiten vinden deze maatregelen echter onvoldoende. Zij willen snellere procedures en meer duidelijkheid over de verdere afhandeling van de migratiecrisis.

Spanje kan migranten niet zomaar uitzetten

Een belangrijk obstakel voor de regering is de Europese en Spaanse wetgeving.

Personen die internationale bescherming aanvragen, hebben recht op een individuele beoordeling. Minderjarigen vallen bovendien onder aanvullende beschermingsregels.

Daardoor kunnen de autoriteiten niet zonder meer besluiten om alle migranten onmiddellijk naar Marokko terug te sturen.

Volgens mensenrechtenorganisaties worden deze regels niet altijd nageleefd. Zij beschuldigen de Spaanse autoriteiten ervan mensen onder druk te zetten om vrijwillig terug te keren.

Ook zouden sommige migranten onvoldoende juridische ondersteuning krijgen.

De regering ontkent dat sprake is van verborgen of gedwongen uitzettingen en stelt de geldende wetgeving te respecteren.

Europese Unie maakt zich grote zorgen

De gebeurtenissen in Ceuta hebben ook binnen de Europese Unie veel discussie veroorzaakt.

Ceuta en Melilla zijn de enige twee plaatsen waar de Europese Unie een landgrens met Afrika heeft.

De uitzonderlijk grote migratiestroom van eind juli maakte duidelijk hoe kwetsbaar die grens kan zijn.

Volgens een analyse van de onderzoeksdienst van het Europees Parlement kwamen bij de gebeurtenissen minstens 141 mensen om het leven.

Een deel van de massale grensoversteek zou zijn aangewakkerd door misleidende informatie op sociale media.

De Europese ministers van Binnenlandse Zaken bespraken de crisis begin augustus tijdens een buitengewone bijeenkomst.

Daarbij werd onder meer gesproken over betere samenwerking met Marokko, extra ondersteuning voor Spanje, strengere maatregelen tegen mensensmokkel en snellere terugkeerprocedures.

Ook bestaan binnen Europa meningsverschillen over het Spaanse migratiebeleid. Sommige lidstaten vrezen dat het legaliseren van het verblijf van ongedocumenteerde migranten een aanzuigende werking kan hebben.

De Spaanse regering betwist dat dergelijke maatregelen verantwoordelijk zijn voor de massale grensoversteek.

Heeft Spanje de controle verloren?

De situatie in Ceuta roept onvermijdelijk de vraag op of Spanje nog voldoende grip heeft op zijn eigen grondgebied.

Dat de autoriteiten moeite hebben met de opvang, registratie en terugkeer van duizenden migranten staat vast. Ook zijn de gevolgen voor bewoners, hulpdiensten en openbare voorzieningen aanzienlijk.

Het zou echter onjuist zijn om te stellen dat migranten de volledige stad hebben overgenomen.

De Spaanse politie en andere veiligheidsdiensten voeren nog altijd controles en grootschalige operaties uit. Het openbare leven is in grote delen van Ceuta hervat en de regering stelt dat de openbare orde wordt gehandhaafd.

Tegelijkertijd tonen de aanhoudende noodmaatregelen, overvolle opvangvoorzieningen en uiteenlopende cijfers over het aantal achtergebleven migranten aan dat de crisis nog lang niet is opgelost.

Voor Ceuta dreigt daarmee een langdurige periode van onzekerheid.

De komende maanden moet blijken of de Spaanse regering erin slaagt de resterende migranten zorgvuldig te registreren, mensen zonder verblijfsrecht volgens de wettelijke procedures te laten terugkeren en tegelijkertijd voldoende bescherming te bieden aan kwetsbare groepen.

Zolang die oplossingen uitblijven, blijft de kleine Spaanse enclave een van de belangrijkste brandpunten van de Europese migratiecrisis.