DEN HAAG – Ondernemers die slachtoffer zijn geworden van de toeslagenaffaire, kampen volgens de SP nog altijd met grote financiële schade waarvoor zij onvoldoende zijn gecompenseerd. Sommige gedupeerden zouden hun onderneming zijn kwijtgeraakt en met torenhoge schulden zijn achtergebleven. Aanleiding voor nieuwe Kamervragen is het verhaal van een onderneemster die volgens dagblad Trouw een schuld van 1,5 miljoen euro overhield aan de affaire. SP-leider Jimmy Dijk wil van de staatssecretaris van Financiën weten waarom de schade van ondernemers jarenlang onderbelicht is gebleven en wanneer zij volledig worden gecompenseerd.

De SP heeft donderdag 15 oktober veertien schriftelijke vragen ingediend. Daarin uit de partij stevige kritiek op de manier waarop de overheid omgaat met ondernemers die door het toeslagenschandaal in financiële problemen zijn geraakt.

Dijk wil onder meer weten hoeveel ondernemers daadwerkelijk schade hebben geleden, hoeveel bedrijven failliet zijn gegaan en waarom volgens hem nog altijd geen passende vergoeding is verstrekt voor de gevolgen van het overheidshandelen.

Onderneemster blijft achter met 1,5 miljoen euro schuld

Directe aanleiding is een artikel dat Trouw op 13 oktober publiceerde onder de titel 'Dit maakt je helemaal kapot'.

In het artikel staat een gedupeerde onderneemster centraal die met een schuld van 1,5 miljoen euro is achtergebleven.

De publicatie heeft bij de SP nieuwe vragen opgeroepen over de manier waarop de Belastingdienst en de overheid omgaan met mensen die niet alleen persoonlijk door het toeslagenschandaal zijn getroffen, maar daarnaast een eigen onderneming hadden.

Volgens Dijk is er onvoldoende aandacht geweest voor de zakelijke gevolgen van het onterecht stopzetten of terugvorderen van toeslagen.

Wanneer ondernemers door financiële problemen hun verplichtingen niet meer kunnen nakomen, kan dat gevolgen hebben voor hun bedrijf. Denk aan betalingsachterstanden, problemen met leveranciers, oplopende schulden en uiteindelijk mogelijk een faillissement.

De SP wil dat de regering duidelijk maakt in hoeverre dergelijke schade rechtstreeks aan het handelen van de Belastingdienst kan worden toegeschreven.

Landsadvocaat spreekt volgens SP van ondernemersrisico

Een van de scherpste vragen van Dijk gaat over de houding van de Landsadvocaat in rechtszaken over ondernemingsschade.

Volgens de SP heeft de Landsadvocaat schade die ondernemers door het toeslagenschandaal zouden hebben geleden, in juridische procedures omschreven als een 'ondernemingsrisico' en een 'ongelukkig incident'.

Dijk vraagt de staatssecretaris wat deze kwalificaties zeggen over de manier waarop de overheid haar eigen burgers behandelt.

De SP vindt het kennelijk onaanvaardbaar wanneer financiële schade die mogelijk door onrechtmatig overheidshandelen is ontstaan, wordt behandeld alsof deze uitsluitend voortkomt uit normale risico's van het ondernemerschap.

De precieze context waarin de Landsadvocaat de genoemde begrippen zou hebben gebruikt, blijkt niet uit de Kamervragen. Ook is nog geen inhoudelijke reactie van de staatssecretaris beschikbaar.

Daarmee staat nog niet vast dat de Staat in alle betrokken procedures hetzelfde juridische standpunt inneemt.

Hoeveel ondernemers zijn failliet gegaan?

De SP wil ook duidelijkheid over de omvang van de zakelijke schade.

Dijk vraagt hoeveel ondernemers door het toeslagenschandaal zijn getroffen en hoeveel van hen uiteindelijk failliet zijn gegaan.

De partij stelt dat de schade voor mogelijk duizenden ondernemers jarenlang onvoldoende aandacht heeft gekregen.

Hoe groot deze groep daadwerkelijk is, blijkt niet uit de ingediende Kamervragen. Ook ontbreekt een overzicht van het aantal faillissementen dat rechtstreeks aan de toeslagenaffaire kan worden toegeschreven.

Juist daarom wil Dijk dat de staatssecretaris met concrete cijfers komt.

Daarbij gaat het niet alleen om ondernemers die hun bedrijf volledig zijn kwijtgeraakt, maar ook om zelfstandigen en mkb'ers die door de financiële problemen hun onderneming zagen krimpen of grote schulden moesten aangaan.

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek zou moeten zijn of de Belastingdienst bij de beoordeling van schade voldoende rekening heeft gehouden met de gevolgen voor bedrijven.

Vragen over samenwerking binnen Belastingdienst

De SP vraagt daarnaast aandacht voor de manier waarop de Belastingdienst informatie over burgers en ondernemers heeft gebruikt.

Dijk wil weten of er binnen de Belastingdienst samenwerking bestond tussen afdelingen die zich bezighielden met het midden- en kleinbedrijf en afdelingen die particuliere belastingzaken behandelden.

De vraag is relevant omdat een ondernemer zowel zakelijk als privé met de Belastingdienst te maken kan hebben.

Wanneer gegevens uit verschillende systemen met elkaar worden gecombineerd, kunnen signalen uit het ene dossier mogelijk gevolgen krijgen voor de behandeling van een ander dossier.

Dijk vraagt de staatssecretaris daarom uitdrukkelijk of dergelijke samenwerking heeft plaatsgevonden en welke gevolgen dat voor betrokken ondernemers heeft gehad.

Ook wil hij weten of de Belastingdienst bij de selectie van ondernemers voor fraudeonderzoek gebruikmaakte van gegevens over zorgtoeslag en huurtoeslag.

Daarmee brengt de SP opnieuw de werkwijze van de fraudebestrijding door de Belastingdienst ter discussie.

Mogelijke selectie op nationaliteit en afkomst

Bijzonder gevoelig zijn de vragen over de mogelijke rol van nationaliteit en afkomst.

Dijk vraagt of de Belastingdienst bij de fraudeselectie van ondernemers gebruik heeft gemaakt van de nationaliteit van gedupeerden.

Ook wil hij weten of bij minstens één kinderopvangbedrijf klanten zijn geselecteerd op basis van hun afkomst.

Deze vragen raken aan een van de meest ingrijpende onderdelen van de toeslagenaffaire: de rol van discriminerende risicoselectie en de gevolgen daarvan voor gezinnen.

De SP wil nu weten of dergelijke praktijken ook gevolgen hebben gehad voor ondernemers en kinderopvangbedrijven.

In de ingediende vragen worden deze mogelijke werkwijzen als vermoedens en onderzoeksvragen gepresenteerd. Daarmee is niet vastgesteld dat de beschreven selectie bij de betrokken ondernemingen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De staatssecretaris moet hierover nog duidelijkheid geven.

Verband tussen fraudelijsten en faillissementen

Een ander belangrijk onderwerp is het mogelijke verband tussen fraudelijsten van de Belastingdienst en faillissementen van ondernemers.

Dijk vraagt welke maatregelen de staatssecretaris gaat nemen om ervoor te zorgen dat de Staat een eventueel verband tussen plaatsing op dergelijke lijsten en het faillissement