DEN BOSCH – Twee enorme parasols bij een horecagelegenheid aan recreatieplas de IJzeren Man in Vught moeten alsnog verdwijnen. Dat heeft de voorzieningenrechter in Den Bosch bepaald. De parasols, die ieder ruim elf meter breed en ongeveer 5,5 meter hoog zijn, worden door de gemeente beschouwd als illegale gebouwen. De ondernemer heeft eerder al 25.000 euro aan dwangsommen moeten betalen. Wanneer de constructies niet binnen de door de rechter gestelde termijn worden verwijderd, dreigt een nieuwe dwangsom van 50.000 euro.

De uitspraak van vrijdag 16 oktober 2026 vormt een nieuwe ontwikkeling in een juridisch conflict dat inmiddels meerdere jaren duurt. De horecaondernemer probeert de parasols met bijbehorende glazen windschermen te behouden, maar de gemeente Vught houdt vast aan verwijdering.

Parasols zo groot als kleine gebouwen

De twee parasols zijn bepaald geen gewone terrasparasols. Beide constructies meten ongeveer 11 bij 10,3 meter en hebben een hoogte van circa 5,5 meter.

Rondom de parasols zijn glazen windschermen geplaatst die in hoogte verstelbaar zijn. Wanneer deze omhoog worden geschoven, sluiten ze aan op de neerhangende delen van de parasols.

Volgens de gemeente ontstaat daardoor feitelijk een overdekte en omsloten ruimte. De constructies moeten daarom juridisch worden beschouwd als gebouwen.

En juist daar zit het probleem. Volgens het geldende omgevingsplan mogen op de betreffende locatie niet meer gebouwen worden gerealiseerd dan al zijn toegestaan.

De gemeente vindt daarom dat de parasols zonder de vereiste vergunning zijn geplaatst en niet mogen blijven staan.

Conflict begon al in 2022

De problemen begonnen op 22 december 2022, toen een gemeentelijke toezichthouder de twee grote parasols tijdens een controle ontdekte.

In april 2023 verzocht de gemeente de ondernemer om de constructies binnen twee maanden te verwijderen.

De ondernemer probeerde de situatie vervolgens alsnog te legaliseren en diende op 19 juni 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning in.

Die vergunning werd op 15 mei 2024 geweigerd.

De ondernemer stapte daarop naar de rechter, maar kreeg op 24 april 2025 ongelijk. De rechtbank oordeelde dat de parasols samen met de glazen windschermen daadwerkelijk als gebouwen moesten worden aangemerkt.

Omdat extra bebouwing op het terrein niet binnen het bestemmingsplan paste, mocht de gemeente de vergunning weigeren.

Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.

Eerste dwangsom van 25.000 euro al betaald

Ondertussen zette de gemeente het handhavingstraject voort.

Op 28 augustus 2025 kreeg de ondernemer een last onder dwangsom opgelegd. De parasols moesten verdwijnen, maar de constructies bleven staan.

Uiteindelijk werd een dwangsom van 25.000 euro verbeurd. De gemeente besloot dit bedrag in april 2026 in te vorderen.

Ook bij een nieuwe controle op 9 april 2026 stonden de parasols nog altijd op hun plaats.

Volgens het controlerapport gaf de ondernemer aan geen aanpassingen te hebben gedaan en de uitspraak in hoger beroep te willen afwachten. Tot die tijd zouden de parasols niet worden verwijderd.

Voor de gemeente was daarmee de maat vol.

Nieuwe dwangsom verdubbeld naar 50.000 euro

Op 13 april 2026 legde de gemeente een nieuwe last onder dwangsom op. Ditmaal werd het bedrag verhoogd naar 50.000 euro ineens.

De ondernemer verzette zich tegen deze maatregel en stelde onder meer dat de gemeente niet opnieuw een dwangsom mocht opleggen voor dezelfde overtreding.

De rechter volgt die redenering niet.

Volgens de voorzieningenrechter was de eerdere last uitgewerkt nadat het bedrag van 25.000 euro was verbeurd. Omdat de overtreding nog altijd voortduurde, mocht de gemeente een nieuwe last opleggen.

Ook de verdubbeling van het bedrag vindt de rechter gerechtvaardigd.

De ondernemer wist inmiddels al geruime tijd dat de parasols moesten worden verwijderd, maar had daar bewust geen gevolg aan gegeven.

Aanlegkosten zouden 400.000 euro bedragen

Tijdens de procedure kwam ook de financiële omvang van de constructies ter sprake.

Volgens de gemeente had de ondernemer eerder gesproken over aanlegkosten van ongeveer 400.000 euro voor beide parasols.

De gemeente vermoedt dat de ondernemer een financiële afweging heeft gemaakt waarbij het behouden van ongeveer 220 vierkante meter extra overdekte ruimte aantrekkelijker is dan het betalen van de oorspronkelijke dwangsom.

De ondernemer bestrijdt dat de nieuwe dwangsom voldoende is onderbouwd en wijst op de hoge kosten van verwijdering.

Daarvoor zou een gespecialiseerd buitenlands bedrijf moeten worden ingeschakeld.

De rechter vindt echter dat de hoogte van de nieuwe dwangsom in redelijke verhouding staat tot de overtreding.

Ondernemer wil parasols tot 2030 behouden

De ondernemer heeft daarnaast plannen voor een grootschalige vernieuwing van de locatie.

Het idee is om bestaande gebouwen te slopen en te vervangen door nieuwbouw. De parasols zouden in de tussentijd als tijdelijke voorziening kunnen dienen, mogelijk tot 1 januari 2030.

Volgens de ondernemer is daarvoor inmiddels een nieuwe vergunningaanvraag ingediend.

De rechter constateert echter dat die aanvraag niet met documenten is onderbouwd. Daardoor is onduidelijk wat precies is aangevraagd en of sprake is van een ontvankelijke aanvraag.

Bovendien heeft de gemeente duidelijk gemaakt niet bereid te zijn de parasols tot 2030 toe te staan.

Er bestaat volgens de voorzieningenrechter daarom geen concreet uitzicht op legalisatie.

Rechter geeft ondernemer zes weken extra

Op vrijwel alle punten krijgt de gemeente gelijk. Toch komt de rechter de ondernemer op één onderdeel tegemoet.

De oorspronkelijke termijn voor verwijdering was inmiddels verstreken. De gemeente had aangeboden deze te verlengen tot twee weken na de uitspraak.

De voorzieningenrechter vindt dat de ondernemer iets meer tijd moet krijgen.

Daarbij weegt mee dat al 25.000 euro aan dwangsommen is ingevorderd, de nieuwe sanctie direct 50.000 euro bedraagt en er geen sprake is van een handhavingsverzoek van derden.

De rechter verlengt de termijn daarom tot zes weken na de uitspraak van 16 oktober.

Dat betekent dat de ondernemer tot 27 november 2026 de tijd krijgt om de parasols te verwijderen.

Bij nieuwe controle dreigt opnieuw een forse rekening

Wanneer de parasols na afloop van de termijn nog aanwezig zijn en de gemeente dat bij een controle vaststelt, wordt de nieuwe dwangsom van 50.000 euro verbeurd.

Daarmee kan de totale financiële rekening voor het weigeren de constructies te verwijderen oplopen tot 75.000 euro aan dwangsommen, exclusief eventuele juridische kosten en de kosten van daadwerkelijke verwijdering.

De uitspraak van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter. Over de onderliggende juridische procedures kunnen nog verdere beslissingen volgen.

Voorlopig is de boodschap van de rechter echter duidelijk: de enorme parasols mogen niet blijven staan en de gemeente Vught mag handhavend optreden.