UTRECHT – Een man is door de politierechter in Utrecht veroordeeld voor het verspreiden van persoonsgegevens van twee vrouwen via Instagram. Een van de slachtoffers werkt als journalist voor de NOS. De verdachte plaatste foto's, namen en andere persoonlijke gegevens online, vergezeld van intimiderende teksten. Daarmee wilde hij volgens de rechter de vrouwen angst aanjagen, ernstige overlast bezorgen en in het geval van de journalist haar werkzaamheden belemmeren. De man krijgt een taakstraf van 40 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk.

De strafbare berichten werden ruim tweeënhalf jaar eerder, in maart 2024, geplaatst. De man beschikte destijds over een Instagramaccount met ruim 83.000 volgers.

Foto's en persoonsgegevens van vrouw verspreid

Het eerste incident vond plaats op 14 maart 2024. De verdachte plaatste foto's van een vrouw op zijn Instagramaccount en riep zijn volgers op om zoveel mogelijk informatie over haar te verzamelen.

In het begeleidende bericht beschuldigde hij de vrouw ervan voor een buitenlands leger te vechten. Hij gebruikte daarbij beledigende en intimiderende bewoordingen en spoorde zijn volgers aan om persoonlijke informatie over haar te delen.

Vervolgens werden onder het bericht onder meer haar naam, geboortedatum en geboorteplaats geplaatst. De verdachte verwees daarnaast zelf naar haar woonplaats.

Volgens de verdediging was geen sprake van doxing. De foto's waren afkomstig van een openbaar Instagramaccount en de verdachte wilde naar eigen zeggen uitsluitend informatie verzamelen om een mogelijke rechtszaak tegen de vrouw voor te bereiden.

De rechter verwierp deze verklaring.

Ook openbare persoonsgegevens zijn beschermd

Volgens de politierechter is het voor een veroordeling wegens doxing niet noodzakelijk dat verspreide persoonsgegevens geheim of vertrouwelijk zijn.

Ook foto's, gebruikersnamen en andere gegevens die al openbaar toegankelijk zijn, kunnen onder de strafbaarstelling vallen.

De rechter benadrukt dat de combinatie van een foto en een gebruikersnaam voldoende kan zijn om iemand herkenbaar en herleidbaar te maken.

Daarbij speelde mee dat de verdachte zijn volgers actief opriep om aanvullende persoonsgegevens te verzamelen.

De rechter stelde vast dat de berichten een intimiderend karakter hadden. Gezien de inhoud, het grote bereik van het Instagramaccount en de oproepen aan volgers kon het volgens de rechter niet anders dan dat de verdachte de vrouw angst wilde aanjagen of ernstige overlast wilde bezorgen.

Dat de verdachte naar eigen zeggen een juridische procedure wilde voorbereiden, veranderde niets aan die conclusie.

NOS-journalist tweede slachtoffer

Twee weken later, op 29 maart 2024, richtte de verdachte zich op een vrouwelijke journalist van de NOS.

Ook van haar plaatste hij een foto en persoonsgegevens op Instagram. Daarbij uitte hij scherpe beschuldigingen over haar journalistieke werkzaamheden.

De verdachte vond dat de journalist een artikel over hem had gepubliceerd waarin hij zonder voldoende wederhoor in een kwaad daglicht werd gesteld.

In zijn Instagrambericht noemde hij haar onder meer een 'riooljournalist' en beschuldigde hij haar van het verspreiden van onwaarheden.

Volgens de man wilde hij met zijn berichten een eerlijk speelveld creëren en zijn reputatie herstellen.

De politierechter zag dat anders.

De combinatie van haar naam, foto en de intimiderende teksten kon volgens de rechter niet anders worden uitgelegd dan als een poging om de journalist ernstige vrees aan te jagen, overlast te veroorzaken en haar in haar beroepsuitoefening te hinderen.

Dat de vrouw journalist is, weegt juridisch mee. Het verspreiden van persoonsgegevens met het doel iemand ernstig te hinderen in diens journalistieke werkzaamheden is onder de betreffende strafbepaling afzonderlijk strafbaar gesteld.

Misbruik van groot bereik op sociale media

De rechter rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zijn grote bereik op sociale media heeft gebruikt om anderen publiekelijk aan te vallen.

Met ruim 83.000 volgers kon hij een aanzienlijk publiek bereiken. Volgens de politierechter maakte hij misbruik van de mogelijkheid om via internet impulsieve en kwalijke uitlatingen onder tienduizenden mensen te verspreiden.

Daarbij riep hij actief reacties van zijn volgers op.

Volgens de rechter kunnen dergelijke berichten niet alleen gevoelens van onveiligheid bij slachtoffers veroorzaken, maar ook aanleiding geven tot nieuwe strafbare gedragingen door anderen.

Het online verspreiden van persoonsgegevens in combinatie met intimidatie vormt daarmee een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer.

Advocaat vraagt om vrijspraak

De advocaat van de verdachte had vrijspraak gevraagd voor beide feiten.

Volgens de verdediging was onvoldoende bewezen dat de verdachte de bedoeling had om de vrouwen angst aan te jagen of hen ernstig te hinderen.

Ook wees de advocaat erop dat de man geen woonadres van de slachtoffers had gepubliceerd en niet rechtstreeks had opgeroepen tot geweld.

Daarnaast werd benadrukt dat de verdachte geen eerdere veroordelingen voor vergelijkbare feiten had.

De rechter ging niet mee in het verzoek om volledige vrijspraak. Wel werd de man gedeeltelijk vrijgesproken van het verspreiden van persoonsgegevens van een andere bij het eerste incident betrokken vrouw, omdat daarvan geen sprake was.

Openbaar Ministerie eiste 60 uur taakstraf

De officier van justitie had een taakstraf van 60 uur geëist.

De politierechter besloot een lagere straf op te leggen en kwam uit op 40 uur taakstraf, waarvan 20 uur voorwaardelijk.

Voor het voorwaardelijke gedeelte geldt een proeftijd van twee jaar. Wanneer de man zich gedurende die periode opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit, kan de rechter bepalen dat hij de resterende 20 uur alsnog moet uitvoeren.

Wanneer de opgelegde taakstraf niet of onvoldoende wordt uitgevoerd, kan vervangende hechtenis worden toegepast.

Bij het bepalen van de straf hield de rechter rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Zo bleek dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit was veroordeeld. Daarnaast werkt hij volgens zijn advocaat met jongeren die uit detentie komen en begeleidt hij hen bij huisvesting en terugkeer in de samenleving.

Ook het tijdsverloop speelde een rol. De feiten dateren uit maart 2024, terwijl de inhoudelijke behandeling pas in september 2026 plaatsvond.

Waarschuwing voor gebruikers van sociale media

De uitspraak maakt duidelijk dat het openbaar maken van persoonsgegevens niet zonder risico is, ook wanneer die informatie eerder door het slachtoffer zelf op internet is geplaatst.

Niet alleen het publiceren van een woonadres kan onder doxing vallen. Ook het verspreiden van foto's en namen kan strafbaar zijn wanneer daarbij het doel bestaat om iemand angst aan te jagen, ernstige overlast te bezorgen of ernstig te hinderen in diens beroep.

De rechter benadrukt met het vonnis dat een groot bereik op sociale media verantwoordelijkheid met zich meebrengt.

De veroordeelde moet 20 uur daadwerkelijk uitvoeren. De andere 20 uur blijven als waarschuwing boven zijn hoofd hangen gedurende de proeftijd van twee jaar.