HILVERSUM – Journalist en televisiepresentator Jort Kelder staat bekend om zijn scherpe uitspraken over politiek en samenleving. Volgens een beschrijving van een recente WNL-uitzending zou hij kiezers van Progressief Nederland (PRO) hebben weggezet als kleuters en hebben gesproken over het afpakken van hun stemrecht. Dat Kelder eerder openlijk vraagtekens zette bij het stemrecht van bepaalde kiezers, staat wel vast. Zijn opmerkingen brengen bovendien een andere vraag naar voren: wie heeft Nederland de afgelopen vijftig jaar eigenlijk bestuurd?

De voormalige hoofdredacteur van Quote heeft zich regelmatig kritisch uitgelaten over linkse politieke voorstellen. Vooral discussies over belastingen, vermogensverdeling en de economische gevolgen van overheidsbeleid kunnen op zijn commentaar rekenen.

Daarbij ontstaat geregeld de indruk dat links verantwoordelijk wordt gehouden voor problemen die in Nederland zijn ontstaan. Een blik op de Nederlandse kabinetsgeschiedenis laat echter zien dat de politieke werkelijkheid aanzienlijk ingewikkelder is.

Kelder wilde eerder al dat mensen niet stemmen

Op 28 oktober 2025 deed Kelder in het televisieprogramma Vandaag Inside een opvallende uitspraak over het kiesrecht.

"Ik vind niet dat iedereen moet stemmen. Ik vind dat domme mensen en mensen die zich niet verdiepen, níet moeten stemmen", verklaarde hij destijds.

Hij benadrukte dat hij dit serieus meende.

Volgens Kelder zouden mensen die zich niet voor politiek interesseren of zich niet verdiepen in politieke vraagstukken beter thuis kunnen blijven tijdens verkiezingen.

Het betrof een oproep aan kiezers om niet te stemmen, geen concreet wetsvoorstel om hen hun kiesrecht te ontnemen.

Toch raakt zijn standpunt aan een fundamenteel beginsel van de parlementaire democratie.

In Nederland is het kiesrecht niet afhankelijk van opleiding, intelligentie, inkomen of politieke voorkeur.

Artikel 4 van de Grondwet bepaalt dat Nederlanders gelijkelijk het recht hebben om volksvertegenwoordigers te kiezen, behoudens wettelijke beperkingen en uitzonderingen.

Een kiezer die voor PRO, de VVD, PVV of een andere partij stemt, heeft dus hetzelfde democratische recht.

Politieke achtergrond bij de VVD

De politieke achtergrond van Kelder ligt in de liberale beweging.

Al op jonge leeftijd werd hij actief bij de JOVD, de onafhankelijke liberale jongerenorganisatie die nauw verbonden is met de VVD.

Binnen deze organisatie leerde hij ook Mark Rutte kennen. De twee raakten bevriend en onderhielden jarenlang contact.

Kelder was bovendien betrokken bij het verenigingsblad De Driemaster.

Zijn liberale achtergrond staat daarmee vast, maar dat betekent niet automatisch dat hij ieder VVD-standpunt onderschrijft of dat zijn huidige partijlidmaatschap vaststaat.

In een interview met het SP-partijblad Tribune in 2003 omschreef hij zichzelf als anarcho-liberaal. Hij had destijds ook kritiek op de VVD, die hij onvoldoende intellectueel en inspirerend vond.

Opmerkelijk genoeg noemde hij in datzelfde interview het kabinet-Den Uyl het beste naoorlogse kabinet. Volgens Kelder onderscheidde die regering zich door haar grote politieke ambities.

Dat verleden maakt het te eenvoudig om te stellen dat de presentator principieel tegen alles is wat van links komt.

Laatste uitgesproken linkse kabinet was Den Uyl

Het kabinet van PvdA-premier Joop den Uyl, dat van 1973 tot 1977 regeerde, wordt doorgaans beschouwd als het meest uitgesproken progressieve kabinet uit de naoorlogse Nederlandse geschiedenis.

Den Uyl wilde de inkomensverschillen verkleinen, de verzorgingsstaat versterken en de positie van werknemers verbeteren.

Maar ook dit kabinet bestond niet uitsluitend uit linkse partijen. Naast PvdA, PPR en D66 waren ministers afkomstig uit de confessionele partijen KVP en ARP betrokken.

Na 1977 heeft Nederland geen kabinet meer gehad met een vergelijkbare uitgesproken linkse signatuur.

Dat betekent echter niet dat linkse partijen sindsdien nooit meer hebben geregeerd.

PvdA regeerde ook na Den Uyl

De Partij van de Arbeid maakte na 1977 deel uit van verschillende regeringen.

Zo regeerde de PvdA tussen 1989 en 1994 samen met het CDA in het derde kabinet-Lubbers.

Van 1994 tot 2002 was Wim Kok, eveneens van de PvdA, zelfs minister-president.

Zijn twee paarse kabinetten bestonden uit PvdA, VVD en D66. Het waren geen uitsluitend linkse regeringen, maar de PvdA leverde wel de premier.

Ook tussen 2007 en 2010 maakte de PvdA deel uit van het vierde kabinet-Balkenende, samen met CDA en ChristenUnie.

De laatste keer dat de PvdA aan een regering deelnam, was tijdens het tweede kabinet-Rutte, van 2012 tot 2017.

Dat kabinet bestond uitsluitend uit VVD en PvdA.

Wie beweert dat links sinds Den Uyl niet meer aan de macht is geweest, gaat dus voorbij aan meerdere kabinetten waarin sociaaldemocraten daadwerkelijk regeringsverantwoordelijkheid droegen.

VVD zat veel vaker aan de knoppen

Tegenover de betrokkenheid van de PvdA staat de langdurige regeringsdeelname van de VVD.

De liberalen zaten vanaf 1982 in talrijke kabinetten, waaronder de eerste twee kabinetten-Lubbers, beide paarse kabinetten onder Wim Kok en verschillende kabinetten-Balkenende.

Vanaf 2010 leverde de VVD met Mark Rutte bovendien bijna veertien jaar onafgebroken de minister-president.

De VVD was vervolgens ook onderdeel van het kabinet-Schoof, dat in juli 2024 aantrad.

Sinds 23 februari 2026 maakt de partij opnieuw deel uit van de regering, ditmaal onder premier Rob Jetten van D66.

De VVD draagt daarmee een aanzienlijk deel van de politieke verantwoordelijkheid voor het Nederlandse overheidsbeleid van de afgelopen decennia.

Dat geldt onder meer voor belastingmaatregelen, hervormingen van de sociale zekerheid, woningmarktbeleid en veranderingen in de publieke sector.

Het betekent niet dat alle huidige problemen uitsluitend aan de VVD kunnen worden toegeschreven.

Kabinetten bestaan meestal uit meerdere partijen, terwijl ook economische ontwikkelingen en internationale omstandigheden invloed hebben op het beleid.

Maar hetzelfde geldt voor de suggestie dat vooral links verantwoordelijk zou zijn voor de problemen van Nederland.

PRO is geen regeringspartij

De nieuwe partij Progressief Nederland ontstond in juni 2026 uit de fusie van GroenLinks en de PvdA.

Onder leiding van Jesse Klaver vormt PRO een belangrijke linkse oppositiepartij.

De partij maakt geen deel uit van het huidige kabinet-Jetten, dat bestaat uit D66, VVD en CDA.

Wel kan PRO invloed uitoefenen op politieke besluiten. Het minderheidskabinet heeft voor verschillende wetsvoorstellen en begrotingsafspraken steun nodig van oppositiepartijen.

Dat geeft PRO onderhandelingsruimte, maar maakt de partij niet automatisch verantwoordelijk voor het volledige regeringsbeleid.

Het onderscheid tussen regeren, oppositie voeren en politieke invloed uitoefenen is belangrijk wanneer partijen elkaar verantwoordelijk houden voor maatschappelijke problemen.

Kritiek op links mag, maar feiten blijven belangrijk

In een democratie moeten journalisten, opiniemakers en politici zich vrij kunnen uitspreken over elkaars standpunten.

Ook scherpe kritiek op de economische plannen van PRO of andere partijen hoort bij het openbare debat.

Maar er bestaat een verschil tussen kritiek op politieke ideeën en het in twijfel trekken van het democratische oordeel van de mensen die op een partij stemmen.

Wanneer kiezers worden weggezet als ongeschikt om politieke keuzes te maken, verschuift de discussie van argumenten naar de legitimiteit van de kiezer.

Daarbij is de Nederlandse politieke geschiedenis relevant.

Sinds het kabinet-Den Uyl hebben verschillende partijen uit zowel de linker- als de rechterflank geregeerd. De VVD heeft daarbij veelvuldig een centrale positie ingenomen.

De verantwoordelijkheid voor tientallen jaren overheidsbeleid kan daarom niet uitsluitend bij één politieke stroming worden neergelegd.

De feiten laten vooral zien dat Nederlandse kabinetten doorgaans het resultaat zijn van samenwerking en compromissen.

Wie de prestaties en tekortkomingen van de afgelopen vijftig jaar wil beoordelen, zal dus ook moeten kijken naar de partijen die daadwerkelijk aan de regeringstafel hebben gezeten.