ZWOLLE – Een 59-jarige vrouw uit Deventer moet haar huurwoning in een seniorencomplex verlaten vanwege maandenlange ernstige overlast. Dat heeft de kantonrechter in Zwolle bepaald. De vrouw schreeuwt, krijst, stampt, bonkt op muren en gooit spullen vanuit haar appartement naar beneden. Ook zou zij zich agressief gedragen tegenover medewerkers van woningcorporatie De Marken. Verschillende oudere medebewoners zijn inmiddels zo bang geworden dat zij nauwelijks nog hun woning durven te verlaten. Sommigen zijn zelfs tijdelijk ergens anders gaan wonen.
Woonstichting De Marken had via een kort geding geëist dat de vrouw binnen zeven dagen haar woning zou verlaten. De rechter geeft de woningcorporatie gelijk, maar bepaalt dat de vrouw vier weken de tijd krijgt om te vertrekken.
Overlast begon in april
De vrouw huurt sinds 16 januari 2024 een appartement van Woonstichting De Marken in een seniorencomplex in de gemeente Deventer. De overige bewoners van het complex zijn eveneens huurders van de woningcorporatie.
Volgens De Marken begonnen de problemen in april 2026. Sindsdien zouden omwonenden zeer regelmatig worden geconfronteerd met ernstige geluidsoverlast en onvoorspelbaar gedrag.
De vrouw zou langdurig schreeuwen en krijsen, op muren bonken en met een stok op voorwerpen slaan. De overlast beperkt zich niet tot de dag. Ook tijdens de avonduren en diep in de nacht worden medebewoners opgeschrikt.
Daarnaast zou zij voorwerpen vanuit haar appartement naar beneden gooien, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan.
De situatie escaleerde verder toen de vrouw een medewerkster van De Marken op haar arm sloeg.
Oudere bewoners zijn doodsbang
De gevolgen voor de andere bewoners van het seniorencomplex zijn volgens de rechter bijzonder ernstig.
De Marken overhandigde verklaringen van ongeveer tien omwonenden, aangevuld met klachtregistraties, e-mails en video- en geluidsopnamen.
Daaruit ontstaat volgens de kantonrechter een consistent beeld van structurele en ernstige overlast.
Verschillende bewoners verklaren dat zij zich niet langer veilig voelen in hun eigen appartement. Anderen zijn bang om naar buiten te gaan, omdat zij vrezen opnieuw met het onvoorspelbare gedrag van hun buurvrouw te worden geconfronteerd.
Enkele bewoners hebben hun woning zelfs tijdelijk verlaten om aan de situatie te ontsnappen.
Volgens de rechter kan van mensen die op leeftijd zijn niet worden verlangd dat zij voortdurend in angst leven binnen hun eigen woonomgeving.
Gesprekken, waarschuwingen en politiebezoeken hielpen niet
De woningcorporatie heeft volgens het vonnis herhaaldelijk geprobeerd de situatie te verbeteren.
Medewerkers voerden gesprekken met de vrouw en waarschuwden haar meerdere keren dat aanhoudende overlast uiteindelijk tot beëindiging van de huurovereenkomst kon leiden.
Ook de politie en hulpverleners kwamen regelmatig bij haar langs.
De vrouw ontvangt ondersteuning vanuit ggz-instelling Dimence. Uit de stukken blijkt bovendien dat zij enige tijd klinisch opgenomen is geweest. Die opname werd volgens het vonnis voortijdig beëindigd vanwege haar gedrag.
Geen van deze maatregelen leidde tot een blijvende verbetering.
Zelfs nadat De Marken de juridische procedure was begonnen, bleven nieuwe klachten binnenkomen.
Voor de woningcorporatie was daarmee de grens bereikt.
Vrouw verscheen niet op de rechtszitting
De zaak werd op 2 oktober behandeld in Zwolle.
De 59-jarige vrouw was zelf niet aanwezig bij de zitting. Volgens haar bewindvoerder was zij wel van plan geweest om te verschijnen, maar lukte dat niet vanwege een paniekaanval.
Haar bewindvoerder en diens advocaat waren wel aanwezig.
De rechter besloot de behandeling niet uit te stellen. Daarbij speelde mee dat de belangen van de overige bewoners zwaar wogen en dat niet duidelijk was of de vrouw bij een volgende zitting wel aanwezig zou kunnen zijn.
Bovendien werden haar belangen vertegenwoordigd door haar bewindvoerder en advocaat.
Bewindvoerder te laat geïnformeerd
Tijdens de rechtszaak kwam ook naar voren dat Woonstichting De Marken de bewindvoerder pas laat had betrokken bij de problemen.
Volgens de bewindvoerder had hij veel eerder geïnformeerd moeten worden, zodat hij mogelijk maatregelen had kunnen nemen om de situatie te verbeteren.
De Marken verklaarde dat door een fout in het administratieve systeem pas kort voor het uitbrengen van de dagvaarding duidelijk was geworden dat de vrouw onder bewind stond.
De rechter noemt deze gang van zaken ongelukkig, maar vindt het onvoldoende reden om de gevraagde ontruiming af te wijzen.
Er zijn geen aanwijzingen dat de woningcorporatie de bewindvoerder bewust buiten de procedure heeft gehouden.
Wel speelt de late betrokkenheid een rol bij de verdeling van de proceskosten.
Grote kans dat vrouw dakloos wordt
De kantonrechter erkent dat de gevolgen van een woningontruiming voor de vrouw zeer ingrijpend zijn.
Zij heeft psychische problemen, beschikt volgens haar bewindvoerder niet over een sociaal vangnet en heeft geen alternatieve woonruimte.
Wanneer zij haar appartement moet verlaten, is de kans volgens de bewindvoerder groot dat zij aangewezen raakt op de daklozenopvang.
De rechter heeft deze omstandigheden nadrukkelijk meegewogen.
Toch wegen de belangen van de andere bewoners in dit geval zwaarder.
Volgens de kantonrechter is een onhoudbare situatie ontstaan waarin de woningcorporatie niet langer kan worden verplicht de vrouw woonruimte te blijven bieden, terwijl het woongenot en de veiligheid van andere huurders ernstig worden aangetast.
Rechter: verhuurder moet ook andere bewoners beschermen
De kantonrechter benadrukt dat een woningcorporatie niet alleen verantwoordelijk is voor de huurder die overlast veroorzaakt, maar ook voor de overige bewoners.
Zij hebben eveneens recht op een veilige en rustige woonomgeving.
Een huurder is wettelijk verplicht zich als een goed huurder te gedragen en geen ernstige hinder voor anderen te veroorzaken.
Volgens de rechter heeft de vrouw deze verplichtingen structureel geschonden.
De ingebrachte verklaringen en opnamen maken voldoende aannemelijk dat ook een rechter in een eventuele uitgebreide bodemprocedure de beëindiging van de huurovereenkomst zou toestaan.
Daarom mag de woningcorporatie nu al tot ontruiming overgaan.
Vier weken om woning te verlaten
De Marken had geëist dat de vrouw binnen zeven dagen haar appartement zou verlaten.
De kantonrechter vindt deze termijn te kort, gezien de persoonlijke omstandigheden van de huurster en de mogelijke gevolgen van dakloosheid.
Daarom wordt de ontruimingstermijn vastgesteld op vier weken nadat het vonnis officieel aan de bewindvoerder is betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de ontruiming ook kan doorgaan wanneer hoger beroep wordt ingesteld.
De proceskosten worden gecompenseerd. Beide partijen moeten hun eigen kosten betalen, mede omdat de bewindvoerder pas laat door de woningcorporatie bij de kwestie werd betrokken.
Met de uitspraak komt er juridisch ruimte om een einde te maken aan de maandenlange overlast in het seniorencomplex. Voor de 59-jarige vrouw betekent het dat zij haar woning moet verlaten, terwijl nog onduidelijk is waar zij daarna terechtkan.



