ALMELO – Een vrouw die jarenlang via Facebook ernstige beschuldigingen uitte aan het adres van Stichting Huis voor Dieren in Hengelo en de voormalige eigenaresse van een dierencrematorium, moet daarmee stoppen. De rechtbank Overijssel heeft donderdag 22 oktober bepaald dat de vrouw haar ongefundeerde aantijgingen niet langer via Facebook mag verspreiden. Ook moet zij bestaande berichten verwijderen. Wanneer zij zich niet aan het vonnis houdt, riskeert zij een dwangsom van 250 euro per dag, met een maximum van 15.000 euro. Volgens de rechter is de vrouw met haar beschuldigingen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden.
De uitspraak volgt op een kort geding dat was aangespannen door Stichting Huis voor Dieren en haar voorzitter. De stichting biedt onder meer opvang aan honden die extra zorg of begeleiding nodig hebben.
De voorzitter was daarnaast tot september 2025 eigenaresse van een dierencrematorium. Een conflict over de crematie van een hond groeide in de jaren daarna uit tot een langdurige strijd op sociale media.
Conflict begon na crematie van hond in 2021
De zaak begon in 2021, toen de vrouw haar overleden hond liet cremeren bij het dierencrematorium van de latere eiseres.
De vrouw was ontevreden over de afhandeling van de crematie. Zo ontbraken volgens haar de naam en pootafdruk van haar hond op de urn.
Ook ontdekte zij een verschil tussen het werkelijke gewicht van haar hond en de gewichtscategorie die in het administratieve systeem van het crematorium stond vermeld.
Haar hond woog 44 kilogram, terwijl in het systeem een categorie van 70 tot 80 kilogram stond geregistreerd.
De vrouw vermoedde dat het crematorium daardoor mogelijk te hoge tarieven in rekening bracht.
Volgens de rechtbank is het begrijpelijk dat iemand vragen stelt over dergelijke verschillen. Een klacht over de dienstverlening of kritiek op de afhandeling van een crematie is op zichzelf toegestaan.
Maar de vrouw ging volgens de rechter veel verder dan het uiten van haar ontevredenheid.
Ernstige beschuldigingen via Facebook verspreid
In de jaren na de crematie plaatste de vrouw regelmatig berichten op Facebook waarin zij de voormalige eigenaresse en Stichting Huis voor Dieren beschuldigde van uiteenlopende misstanden.
Daarbij ging het volgens de rechtbank onder meer om aantijgingen van dierenmishandeling, illegale dierenhandel, fraude, oplichting, afpersing, valsheid in geschrifte en corruptie.
Ook suggereerde de vrouw dat overleden dieren niet volgens de afspraken werden gecremeerd, maar mogelijk in afvalcontainers terechtkwamen.
Daarnaast uitte zij persoonlijke beledigingen aan het adres van de voormalige eigenaresse.
De vrouw beschuldigde haar onder meer van psychische stoornissen en presenteerde verschillende ernstige aantijgingen als vaststaande feiten.
Volgens de rechter waren die beschuldigingen onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank benadrukt dat ernstige aantijgingen over strafbare feiten grote gevolgen kunnen hebben voor de reputatie van een persoon of organisatie.
Vrouw noemde zichzelf klokkenluider
De vrouw beschouwde zichzelf als een klokkenluider die vermeende misstanden binnen de dierenbranche aan het licht wilde brengen.
Via Facebook riep zij voormalige medewerkers en vrijwilligers van de stichting en het dierencrematorium op om contact met haar op te nemen.
Ook verwees zij in haar berichten naar verschillende instanties, waaronder de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Rijksrecherche, Meld Misdaad Anoniem en organisaties die zich bezighouden met dierenwelzijn.
In juni 2026 laaide het conflict opnieuw op nadat dagblad Tubantia berichtte over vermeende illegale fokactiviteiten en hondenhandel waarbij de nieuwe eigenaren van het voormalige dierencrematorium werden genoemd.
Dat artikel was voor de vrouw aanleiding om opnieuw berichten over de voormalige eigenaresse en Stichting Huis voor Dieren te plaatsen.
De voorzitter van de stichting deed op 30 juli 2026 aangifte van belediging.
Op 17 september deed de vrouw zelf aangifte tegen onder anderen de voormalige eigenaresse wegens vermeende oplichting en mogelijke betrokkenheid bij internationale hondenhandel.
De rechtbank heeft in het kort geding niet vastgesteld dat de door de vrouw genoemde misstanden daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
Rechter vindt beschuldigingen onvoldoende onderbouwd
Tijdens de rechtszaak stelde de vrouw dat zij beschikte over documenten en verklaringen die haar vermoedens ondersteunden.
Daarbij verwees zij onder meer naar gegevens over het gewicht van haar hond en informatie die zij van andere personen zou hebben ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de beschikbare stukken onvoldoende bewijs leveren voor de ernstige beschuldigingen.
Dat een administratief systeem een verkeerde gewichtscategorie vermeldt, betekent volgens de rechtbank niet automatisch dat klanten daadwerkelijk een te hoog bedrag hebben betaald.
Ook voor de overige aantijgingen ontbreekt volgens de rechter voldoende feitelijke onderbouwing.
Daarbij speelt mee dat de vrouw in haar schriftelijke verweer zelf erkende dat verklaringen van derden niet zonder meer bewijzen dat de daarin genoemde gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
Op Facebook presenteerde zij haar beschuldigingen echter veel stelliger.
Volgens de rechtbank is dat een belangrijk verschil.
Iemand mag vermoedens hebben en vragen stellen over mogelijke misstanden, maar mag zonder voldoende onderbouwing niet publiekelijk stellen dat anderen ernstige strafbare feiten hebben gepleegd.
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen
De rechtbank moest beoordelen welk recht in deze zaak zwaarder weegt: de vrijheid van meningsuiting van de vrouw of het recht van de stichting en haar voorzitter op bescherming van hun goede naam en persoonlijke levenssfeer.
Volgens de rechter zijn beide grondrechten belangrijk en staat niet bij voorbaat vast welk recht voorrang krijgt.
Bij de beoordeling spelen onder meer de ernst van de beschuldigingen, het beschikbare bewijsmateriaal en de mogelijke gevolgen voor de betrokken personen een rol.
De rechter concludeert dat de vrouw de grenzen van haar vrijheid van meningsuiting heeft overschreden.
Haar berichten bevatten volgens het vonnis niet alleen kritiek op de dienstverlening, maar ook ernstige beledigingen en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag.
Daarom weegt in dit geval het belang van de stichting en haar voorzitter bij bescherming van hun reputatie zwaarder.
Berichten moeten binnen 24 uur worden verwijderd
De rechtbank heeft bepaald dat de vrouw per direct moet stoppen met het plaatsen van vergelijkbare berichten op haar Facebookaccount en in de door haar opgerichte besloten Facebookgroep.
Daarnaast moet zij de betreffende bestaande berichten binnen 24 uur na betekening van het vonnis verwijderen en verwijderd houden.
Wanneer zij het verbod overtreedt of de berichten niet tijdig verwijdert, moet zij een dwangsom van 250 euro betalen voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt.
De totale dwangsom kan oplopen tot maximaal 15.000 euro.
De rechter benadrukt wel dat het verbod niet betekent dat de vrouw helemaal geen kritiek meer mag uiten.
Een algemeen verbod op negatieve uitlatingen zou een te vergaande beperking van de vrijheid van meningsuiting zijn.
Het verbod heeft daarom specifiek betrekking op uitlatingen die vergelijkbaar zijn met de ernstige, onvoldoende onderbouwde beschuldigingen die in de rechtszaak zijn beoordeeld.
Geen verplichte openbare rectificatie
Stichting Huis voor Dieren en haar voorzitter hadden de rechtbank ook gevraagd de vrouw te verplichten een openbare rectificatie op Facebook te plaatsen.
Daarmee wilden zij dat de beschuldigingen publiekelijk zouden worden rechtgezet.
De rechter vindt zo'n aanvullende maatregel niet noodzakelijk.
Volgens de voorzieningenrechter bieden het verbod op nieuwe beschuldigingen en de verplichting bestaande berichten te verwijderen voldoende bescherming.
Ook wees de rechtbank het verzoek af om de vrouw te verbieden contact te zoeken met derden om informatie over de stichting of het voormalige crematorium te verzamelen.
Het benaderen van andere personen is volgens de rechter niet zonder meer onrechtmatig.
Vrouw mag wel aangifte blijven doen
Een ander belangrijk onderdeel van de uitspraak betreft het recht om melding te maken van mogelijke misstanden.
De stichting had de rechter gevraagd de vrouw te verbieden nog langer aangifte te doen of meldingen te maken bij instanties zoals de politie, de NVWA en andere toezichthouders.
Ook dat verzoek werd afgewezen.
Volgens de rechtbank is onvoldoende aangetoond dat de vrouw opzettelijk valse aangiften of meldingen heeft gedaan.
Het doen van aangifte is in beginsel toegestaan. Alleen onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer iemand bewust een valse aangifte doet, kan dat onrechtmatig zijn.
De vrouw behoudt daarom het recht om vermoedens van strafbare feiten bij bevoegde instanties te melden.
Dat staat los van de vraag of zij dezelfde beschuldigingen zonder voldoende bewijs op sociale media mag publiceren.
Vorderingen tegen nieuwe eigenaren afgewezen
De stichting en haar voorzitter hadden ook twee andere personen voor de rechter gedaagd.
Het gaat om personen die betrokken zijn bij de overname van het voormalige dierencrematorium.
Volgens de eisers zouden zij mogelijk vertrouwelijke bedrijfsinformatie hebben verstrekt die vervolgens bij de Facebookberichten werd gebruikt.
De rechtbank vindt deze beschuldigingen onvoldoende onderbouwd.
Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat de voormalige eigenaresse na de verkoop van het crematorium nog de rechthebbende is op alle betreffende bedrijfsgegevens.
Daarom wijst de rechter de vorderingen tegen deze twee personen volledig af.
De stichting en haar voorzitter moeten hun proceskosten van 1.707 euro betalen.
Vrouw moet ruim 2.250 euro proceskosten betalen
Omdat de vrouw grotendeels in het ongelijk is gesteld, moet zij ook de proceskosten van de stichting en haar voorzitter vergoeden.
Dat bedrag is vastgesteld op 2.254,02 euro.
De stichting had aanvankelijk verzocht om vergoeding van de volledige advocaatkosten, die op ruim 9.000 euro waren begroot.
De rechtbank ziet daarvoor onvoldoende aanleiding en past de gebruikelijke proceskostenvergoeding toe.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de opgelegde maatregelen direct kunnen worden uitgevoerd, ook wanneer tegen de uitspraak hoger beroep wordt ingesteld.
De zaak laat zien dat kritiek op organisaties en ondernemingen is toegestaan, maar dat het verspreiden van ernstige beschuldigingen zonder voldoende feitelijke onderbouwing juridische gevolgen kan hebben.
Voor de vrouw betekent de uitspraak dat zij haar onvrede over de crematie van haar hond mag blijven uiten, maar de stichting en haar voorzitter niet langer op de door de rechter verboden wijze publiekelijk mag beschuldigen.




