ALKMAAR – Een man die zijn voormalige partner via sociale media en haar zakelijke relaties onder druk zette vanwege het commerciële gebruik van hun kinderen, moet daarmee stoppen. Dat heeft de rechtbank in Alkmaar op 3 november 2026 bepaald in een kort geding. De vrouw, die als influencer ruim 42.000 volgers op Instagram heeft, vond dat haar ex-partner haar reputatie en inkomsten beschadigde door publiekelijk te suggereren dat zij hun kinderen tegen hun wil liet meewerken aan betaalde samenwerkingen. De rechter geeft de vrouw grotendeels gelijk en verplicht de man zijn berichten te verwijderen, geen opdrachtgevers meer onder druk te zetten en een herstelbericht te plaatsen. Bij overtreding riskeert hij een dwangsom die kan oplopen tot 5.000 euro.
De voormalige partners hebben samen twee minderjarige kinderen over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De vrouw verdient haar inkomen als influencer, model en contentcreator. Via haar openbare Instagramaccount, dat ongeveer 42.200 volgers telt, deelt zij berichten en beelden over haar dagelijks leven, het moederschap en haar gezin. Een deel van die publicaties maakt deel uit van betaalde samenwerkingen met bedrijven en merken, waarbij soms ook de kinderen in beeld verschijnen.
Tijdens hun relatie had de man daar volgens de rechtbank geen bezwaar tegen. Uit verschillende berichten blijkt dat hij meewerkte aan commerciële en niet-commerciële publicaties waarin hun kinderen voorkwamen. Hij reageerde bovendien positief op eerdere samenwerkingen, waaronder een reclamecampagne waarbij hun dochter in een folder van een winkelketen verscheen.
Vader wil voor iedere samenwerking toestemming geven
Na het beëindigen van hun relatie veranderde de houding van de man. Hij vond dat hun kinderen inmiddels oud genoeg waren om zelf een mening te hebben over hun aanwezigheid op sociale media. Volgens hem moesten hun wensen beter worden gerespecteerd en mocht zijn voormalige partner de kinderen niet zonder zijn uitdrukkelijke toestemming inzetten voor commerciële activiteiten.
De man wilde daarom voortaan voor iedere afzonderlijke samenwerking toestemming geven. Volgens zijn verklaring had hij geprobeerd hierover afspraken te maken met de vrouw, maar reageerde zij niet meer op zijn e-mails en had zij hem op WhatsApp geblokkeerd. Omdat hij naar eigen zeggen geen andere mogelijkheid zag om zijn bezwaren kenbaar te maken, besloot hij de kwestie publiekelijk aan te kaarten.
Op zijn Instagramaccount publiceerde hij verschillende berichten waarin hij kritiek uitte op de werkwijze van zijn ex-partner. Hij stelde onder meer dat de kinderen soms aan commerciële samenwerkingen moesten deelnemen terwijl zij daar geen zin in hadden. Ook suggereerde hij dat de inkomsten uit dergelijke samenwerkingen voor de vrouw zwaarder wogen dan de wensen van hun kinderen.
Daarbij bleef het niet. De man deelde privégesprekken tussen hem en zijn voormalige partner en riep zijn volgers op zijn berichten verder te verspreiden. Ook vroeg hij hen bepaalde publicaties van de vrouw te rapporteren bij Instagram.
Man benaderde negen zakelijke relaties van zijn ex
Eind augustus 2026 ging de man nog een stap verder. Hij benaderde ongeveer negen opdrachtgevers en zakelijke relaties van de vrouw rechtstreeks via Instagram. Hij liet hen weten dat de kinderen vanaf 1 september niet meer aan commerciële samenwerkingen mochten deelnemen zonder zijn afzonderlijke toestemming. Wanneer bedrijven zich daar niet aan zouden houden, dreigde hij juridische stappen te ondernemen.
Volgens de rechtbank hadden deze acties concrete gevolgen voor de vrouw. Sommige opdrachtgevers beëindigden hun samenwerking nadat zij berichten van de man hadden ontvangen. Daarmee werd niet alleen haar reputatie geraakt, maar liep zij ook inkomsten mis.
De vrouw stelde dat zij afhankelijk is van haar werkzaamheden als influencer om in haar levensonderhoud en dat van de kinderen te voorzien. Tijdens de rechtszaak voerde zij aan dat de man slechts 68 euro per maand aan kinderalimentatie betaalt en dat hij die bijdrage in het recente verleden gedurende veertien maanden niet uit eigen beweging had voldaan.
Uit de stukken blijkt overigens dat de vrouw op 3 september had laten weten bereid te zijn nieuwe samenwerkingen waarbij de kinderen betrokken zouden worden vooraf met de man te bespreken en daarvoor afzonderlijk toestemming te vragen. Zij wilde echter niet dat reeds gemaakte afspraken met opdrachtgevers zonder meer zouden worden geannuleerd.
Beschuldigingen onvoldoende onderbouwd
De rechtbank moest beoordelen hoe het recht van de man op vrijheid van meningsuiting zich verhield tot het recht van de vrouw op bescherming van haar privéleven, eer, goede naam en zakelijke belangen. Daarbij speelden ook de privacy en belangen van de kinderen een belangrijke rol.
De rechter benadrukt dat de man in beginsel kritiek mag hebben op de wijze waarop zijn voormalige partner met de kinderen omgaat. Ook mag hij zich zorgen maken over het commerciële gebruik van hun afbeeldingen. Dat betekent echter niet dat hij zonder voldoende feitelijke onderbouwing publiekelijk beschuldigingen mag verspreiden die schadelijk zijn voor de vrouw.
Volgens de rechtbank heeft de man niet aangetoond dat de kinderen daadwerkelijk tegen hun wil aan de commerciële samenwerkingen moesten deelnemen. Zijn berichten gingen bovendien verder dan het zakelijk uiten van bezwaren. Door te suggereren dat de moeder haar kinderen als verdienmodel gebruikte en hun belangen ondergeschikt maakte aan haar inkomsten, bracht hij haar in een negatief daglicht.
De rechter rekent het de man ook aan dat hij zijn volgers actief opriep de berichten verder te verspreiden. Daardoor werd het bereik van de beschuldigingen vergroot, terwijl beide ouders al over een aanzienlijk publiek op sociale media beschikken.
Bovendien presenteerde de man tegenover opdrachtgevers volgens de rechtbank een eenzijdig beeld van het conflict. Het standpunt van de vrouw werd niet vermeld, terwijl de beschuldigingen onvoldoende waren onderbouwd. De rechter concludeert dat zijn handelwijze erop was gericht de vrouw onder druk te zetten en haar inkomsten te ondermijnen.
Ruzie over kinderen hoort niet op sociale media
Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is het gezamenlijke ouderlijk gezag. Volgens de rechtbank hebben beide ouders verantwoordelijkheid voor beslissingen die hun kinderen aangaan. Wanneer zij het niet eens worden over het publiceren van foto's, video's of commerciële content, moeten zij daarover afspraken maken.
Lukt dat niet, dan kunnen zij op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek een beslissing vragen aan de familierechter. Het is volgens de rechtbank niet toegestaan om het wettelijke systeem voor geschillen over ouderlijk gezag te omzeilen door de andere ouder via sociale media of zakelijke relaties onder druk te zetten.
De voorzieningenrechter maakt daarbij een belangrijk onderscheid. In dit kort geding is niet beoordeeld of de vrouw de afbeeldingen en video's van haar kinderen voor commerciële doeleinden mag blijven gebruiken. De zaak draaide uitsluitend om de manier waarop de man zijn bezwaren openbaar maakte en de opdrachtgevers van zijn voormalige partner benaderde.
De uitspraak betekent daarom niet dat ouders zonder toestemming van de andere gezaghebbende ouder onbeperkt commerciële content met hun kinderen mogen publiceren. Over dat onderliggende meningsverschil heeft de rechtbank geen inhoudelijke beslissing genomen.
Berichten moeten binnen 48 uur verdwijnen
De rechter verplicht de man om binnen 48 uur nadat het vonnis officieel aan hem is betekend de betreffende publicaties, verhalen en reacties op Instagram, Facebook en andere door hem beheerde openbare accounts te verwijderen. Ook alle openbaar gemaakte privécommunicatie tussen de voormalige partners moet verdwijnen en verwijderd blijven.
Verder mag hij de vrouw niet langer zonder voldoende feitelijke grondslag publiekelijk beschuldigen van het tegen hun wil laten werken van de kinderen of het gebruiken van hun kinderen als verdienmodel. Ook is het hem verboden informatie over het ouderlijke conflict en hun privécommunicatie via openbare kanalen te verspreiden.
Daarnaast mag de man geen bestaande of potentiële opdrachtgevers van de vrouw benaderen met het doel hen vanwege het conflict te bewegen zakelijke samenwerkingen te beëindigen, te beperken of niet aan te gaan.
De rechtbank verplicht hem bovendien een herstelbericht te plaatsen op zijn Instagram- en Facebookaccounts waarop de betreffende uitingen zijn verschenen. Daarin moet hij erkennen dat hij de privécommunicatie en het conflict tussen de ouders niet openbaar had moeten maken en anderen niet had mogen aansporen de berichten te verspreiden of publicaties van de vrouw te rapporteren.
Het herstelbericht moet binnen 48 uur na betekening worden geplaatst en gedurende 72 uur zichtbaar blijven. De tekst moet zonder aanvullend commentaar worden gepubliceerd, met zwarte letters op een witte achtergrond en, indien mogelijk, bovenaan het account worden vastgezet.
Dwangsom kan oplopen tot 5.000 euro
Wanneer de man zich niet aan de opgelegde verboden en verplichtingen houdt, moet hij per overtreding een dwangsom van 500 euro betalen. Daar komt 100 euro bij voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt. Het totale bedrag aan dwangsommen is gemaximeerd op 5.000 euro.
De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat beide partijen hun eigen kosten moeten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, waardoor de opgelegde maatregelen ook moeten worden nageleefd wanneer daartegen een rechtsmiddel wordt ingesteld.
Tot slot richtte de rechter zich nadrukkelijk tot beide ouders. Tijdens de zitting bleek dat hun kinderen door het voortdurende conflict tussen hun vader en moeder in een loyaliteitsconflict dreigen te belanden. De rechtbank roept de ouders daarom op gezamenlijk afspraken te maken over het gebruik van beelden van hun kinderen of hun geschil aan de familierechter voor te leggen.
Volgens de voorzieningenrechter moeten de belangen van de kinderen centraal staan en mag een meningsverschil tussen ouders niet verder escaleren via sociale media. De uitspraak van 3 november 2026 maakt daarmee duidelijk dat zorgen over kinderprivacy serieus genomen moeten worden, maar dat het publiekelijk beschadigen van de andere ouder geen aanvaardbare manier is om een gezagsconflict op te lossen.



