NEDERLAND – In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat de wintertijd opnieuw in. Om 03.00 uur wordt de klok een uur teruggezet naar 02.00 uur. Dat betekent voor veel Nederlanders een uur langer slapen, maar lang niet iedereen is gelukkig met de halfjaarlijkse verandering. Steeds luider klinkt de roep om definitief te stoppen met het verzetten van de klok. Onderzoek wijst op verstoringen van de biologische klok, slechter slapen, vermoeidheid en mogelijke gezondheidsrisico's. Ook dieren kunnen hinder ondervinden. Opvallend genoeg sprak het Europees Parlement zich al in 2019 uit voor afschaffing, maar zeven jaar later is er nog altijd niets veranderd.
Met het ingaan van de wintertijd wordt het 's ochtends eerder licht en 's avonds eerder donker. Vooral dat laatste zullen veel Nederlanders maandag merken wanneer zij na hun werk naar huis gaan.
Hoewel de klok slechts één uur wordt teruggezet, kan de verandering voor sommige mensen meerdere dagen merkbaar blijven. Niet iedereen kan zijn biologische klok immers even gemakkelijk aanpassen.
Slechter slapen, vermoeidheid en een korter lontje
Het menselijk lichaam beschikt over een interne biologische klok die onder meer bepaalt wanneer iemand slaperig wordt, wakker wordt en zich energiek voelt. Deze klok wordt voor een belangrijk deel aangestuurd door daglicht.
Wanneer de officiële tijd plotseling een uur verandert, loopt de biologische klok niet automatisch mee. Daardoor kunnen slaap- en waakritmes tijdelijk uit balans raken.
Volgens onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) slapen mensen direct na de overgang tussen zomer- en wintertijd gemiddeld slechter. Vooral de overgang naar de zomertijd in het voorjaar zorgt voor een kortere slaapduur.
De gevolgen kunnen bestaan uit vermoeidheid, concentratieproblemen en een verhoogde prikkelbaarheid. Mensen die slecht slapen, kunnen zich overdag minder goed concentreren en sneller geïrriteerd raken.
Vooral jonge kinderen, ouderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaapritme kunnen moeite hebben met de overgang.
Toch is het belangrijk onderscheid te maken tussen persoonlijke klachten en wetenschappelijk aangetoonde effecten. Niet iedereen ondervindt hinder en de gevolgen van de overgang naar de wintertijd zijn doorgaans minder groot dan die van de zomertijd.
Onderzoek wijst op mogelijke gezondheidsrisico's
De discussie gaat inmiddels veel verder dan een paar dagen slecht slapen.
Het RIVM concludeerde in 2019 na internationaal literatuuronderzoek dat het voor de volksgezondheid gunstiger zou zijn wanneer Nederland het hele jaar dezelfde tijd aanhoudt.
Vooral permanente wintertijd heeft volgens het instituut voordelen. Doordat het 's ochtends eerder licht wordt, sluit deze tijd beter aan bij het natuurlijke dag- en nachtritme van mensen.
Onderzoeken hebben daarnaast verbanden gevonden tussen het verzetten van de klok en gezondheidsproblemen. Vooral in de dagen na de overgang naar de zomertijd worden in sommige studies meer hartinfarcten en ernstige verkeersongelukken geregistreerd.
Een wetenschappelijke overzichtsstudie uit 2025 bevestigde dat de overgang naar zomertijd ongunstig kan zijn voor de slaapduur en slaapkwaliteit, vooral bij mensen die van nature laat naar bed gaan.
Een uitgebreider onderzoek uit 2026, waarin 157 studies uit 36 landen werden beoordeeld, laat echter een genuanceerder beeld zien. De onderzoekers vonden zowel gunstige als ongunstige effecten van tijdwisselingen en konden geen eenduidig verband vaststellen met psychische aandoeningen.
Dat betekent dat niet iedere gezondheidsklacht rechtstreeks aan het verzetten van de klok kan worden toegeschreven.
Ook is niet wetenschappelijk vastgesteld dat ieder jaar meer mensen daadwerkelijk gezondheidsklachten krijgen. Wel bestaat er al jarenlang maatschappelijke en wetenschappelijke discussie over de noodzaak van de klokwisseling.
Honden en katten begrijpen niets van een andere klok
Niet alleen mensen kunnen moeite hebben met de verandering. Ook huisdieren zijn gevoelig voor verstoringen van hun dagelijkse routine.
Honden en katten raken gewend aan vaste momenten waarop zij eten krijgen, naar buiten gaan of aandacht ontvangen.
Wanneer hun eigenaar ineens een uur later opstaat of de voerbak een uur later vult, kan dat verwarring veroorzaken. Sommige dieren worden onrustiger, gaan eerder om voedsel vragen of vertonen tijdelijk ander gedrag.
Volgens Stichting DierenLot kan vooral de verandering in vaste routines invloed hebben op honden. Katten zijn daarnaast sterk gericht op daglicht en hun eigen dagelijkse ritme.
Voor dieren bestaat er immers geen officiële zomer- of wintertijd. Hun interne klok wordt niet op hetzelfde moment verzet als de klok aan de muur.
Dierenorganisaties adviseren eigenaren daarom om voer- en wandeltijden geleidelijk te verschuiven. Door de dagelijkse routine steeds vijf tot tien minuten aan te passen, kan een dier rustiger wennen.
Ook koeien merken verandering bij het melken
Op boerderijen kan de klokwisseling eveneens gevolgen hebben. Melkkoeien zijn sterk gewend aan regelmatige tijden waarop zij worden gevoerd en gemolken.
Wanneer een veehouder deze werkzaamheden plotseling een uur verschuift, kan dat tijdelijk invloed hebben op het gedrag van de dieren.
Daarom kiezen sommige melkveehouders ervoor hun werkzaamheden geleidelijk aan te passen. Bij bedrijven met automatische melkrobots speelt dat probleem minder, omdat koeien daar vaker zelf bepalen wanneer zij worden gemolken.
De invloed verschilt per bedrijf en per dier. Er is onvoldoende bewijs om te stellen dat iedere koe door de klokwisseling langdurige stress of gezondheidsproblemen ondervindt.
Dierenbescherming waarschuwt voor meer wildaanrijdingen
Voor dieren in het wild kan de overgang naar de wintertijd zelfs levensgevaarlijke gevolgen hebben.
De Dierenbescherming waarschuwde deze week dat het verzetten van de klok leidt tot een grotere kans op aanrijdingen met wilde dieren.
Reeën, herten en andere dieren zijn vooral tijdens de schemering actief. Hun biologische klok blijft afgestemd op het natuurlijke verloop van de dag, terwijl automobilisten plotseling op andere momenten onderweg zijn.
Door de wintertijd valt de avondspits voor veel automobilisten vaker samen met de schemering. Juist op die momenten kunnen wilde dieren onverwacht wegen oversteken.
Amerikaans onderzoek naar aanrijdingen met herten liet zien dat het aantal botsingen in de week na de overgang naar de standaardtijd met ongeveer 16 procent toenam.
Dat Amerikaanse percentage kan niet zonder meer worden toegepast op Nederland. Wel ondersteunt het onderzoek de waarschuwing dat veranderingen in de verhouding tussen verkeersdrukte en schemering gevaarlijke situaties kunnen opleveren.
De Dierenbescherming adviseert automobilisten daarom extra voorzichtig te rijden, vooral op wegen door natuurgebieden.
Europees Parlement wilde in 2021 al stoppen
De politieke discussie over het verzetten van de klok sleept zich inmiddels al jaren voort.
In 2018 organiseerde de Europese Commissie een grote openbare raadpleging. Daarop reageerden 4,6 miljoen mensen uit de Europese Unie.
Maar liefst 84 procent van de deelnemers gaf aan dat zij wilden stoppen met het halfjaarlijks verzetten van de klok.
Dat percentage betekent overigens niet dat 84 procent van alle Europeanen tegen de tijdwisseling is. Het betrof een vrijwillige raadpleging, geen representatief bevolkingsonderzoek.
Toch was de uitkomst voor de Europese Commissie aanleiding om voor te stellen de klokwisseling af te schaffen.
Het Europees Parlement stemde in maart 2019 vóór beëindiging van het systeem. Volgens het oorspronkelijke voorstel zou de laatste verplichte klokwisseling uiterlijk in 2021 plaatsvinden.
Lidstaten zouden vervolgens zelf kunnen kiezen tussen permanente zomer- of wintertijd.
Waarom is er na zeven jaar nog niets veranderd?
Het voorstel strandde doordat de Europese lidstaten geen gezamenlijke overeenstemming konden bereiken.
Vooral de vraag welke tijd landen definitief moeten aanhouden, bleek ingewikkeld.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld permanente wintertijd kiest en België of Duitsland permanente zomertijd, ontstaat gedurende een deel van het jaar een tijdverschil tussen buurlanden.
Dat kan gevolgen hebben voor internationaal treinverkeer, luchtvaart, transport, grensarbeid en het bedrijfsleven.
Ook bestaat er verschil van mening over welke vaste tijd de voorkeur verdient. Sommige landen willen graag lange, lichte zomeravonden behouden, terwijl anderen de nadruk leggen op voldoende daglicht in de ochtend.
De Raad van de Europese Unie heeft daardoor nog altijd geen gezamenlijk standpunt vastgesteld.
Zonder overeenstemming tussen het Europees Parlement en de Raad kan de voorgestelde wetswijziging niet worden ingevoerd.
Europees Parlement stelde kwestie opnieuw aan de orde
In oktober 2025 kwam de discussie opnieuw op de agenda van het Europees Parlement.
Europarlementariërs vroegen de Europese Commissie en de Raad waarom er na zoveel jaren nog altijd geen uitvoering was gegeven aan het eerdere besluit.
Daarbij werd nadrukkelijk gewezen op de zorgen van burgers over hun welzijn en de gevolgen van het steeds veranderen van de tijd.
De discussie leverde echter geen definitieve doorbraak op.
Volgens de meest recente informatie van de Raad van de Europese Unie, bijgewerkt in augustus 2026, is er nog altijd geen besluit genomen en bestaat er evenmin een concreet tijdschema voor afschaffing.
Dat betekent dat de Europese lidstaten voorlopig gewoon doorgaan met het twee keer per jaar verzetten van de klok.
Is de energiebesparing nog wel de moeite waard?
De zomertijd werd in Nederland in 1977 opnieuw ingevoerd om aan te sluiten bij de buurlanden. Energiebesparing was destijds een belangrijke reden om het systeem in Europa te gebruiken.
Door de klok in het voorjaar een uur vooruit te zetten, blijft het 's avonds volgens de klok langer licht. Daardoor zouden huishoudens minder elektriciteit nodig hebben voor verlichting.
Maar de samenleving is sinds de jaren zeventig ingrijpend veranderd. Moderne ledverlichting verbruikt veel minder stroom en het energiegebruik van woningen wordt tegenwoordig voor een groot deel bepaald door verwarming, koeling en elektrische apparaten.
Onderzoek wijst erop dat de energiebesparing door zomertijd tegenwoordig beperkt is. In sommige omstandigheden kunnen eventuele besparingen op verlichting bovendien worden verminderd door extra energieverbruik voor verwarming of koeling.
De oorspronkelijke economische voordelen vormen daardoor geen vanzelfsprekend argument meer om het systeem te behouden.
Wat is beter: altijd zomer- of altijd wintertijd?
Voorstanders van permanente zomertijd wijzen vooral op de langere lichte avonden. Mensen kunnen na hun werk langer buiten zijn en ondernemers in de horeca en recreatiesector kunnen daarvan profiteren.
Voorstanders van permanente wintertijd benadrukken juist het belang van daglicht in de ochtend.
Het RIVM geeft vanuit gezondheidsperspectief de voorkeur aan de standaardtijd. Voldoende ochtendlicht helpt de biologische klok gelijk te laten lopen met het natuurlijke dagritme.
Permanente zomertijd zou in de winter betekenen dat het in Nederland op sommige dagen pas ruim na 09.30 uur licht wordt.
Voor scholieren, fietsers en mensen die vroeg naar hun werk gaan, kan dat nadelen hebben.
Een definitieve keuze vraagt daarom om een afweging tussen gezondheid, verkeersveiligheid, economische belangen en persoonlijke voorkeuren.
Voorlopig blijft de klok gewoon veranderen
Ondanks de bezwaren van burgers, dierenorganisaties en verschillende wetenschappers verandert er voorlopig niets.
Komende nacht krijgen Nederlanders er officieel een uur bij. Voor de meeste mensen zal de overgang zonder grote problemen verlopen, maar anderen zullen de komende dagen moeten wennen aan een ander slaap- en waakritme.
Deskundigen adviseren om zo veel mogelijk vaste bedtijden aan te houden, overdag voldoende daglicht op te zoeken en bij slaapproblemen het dagelijkse ritme geleidelijk aan te passen.
De wintertijd blijft van kracht tot zondag 28 maart 2027. Dan wordt om 02.00 uur de klok opnieuw een uur vooruitgezet naar 03.00 uur.
En zolang Brussel en de Europese lidstaten geen overeenstemming bereiken, blijft die halfjaarlijkse verandering terugkeren.
De grote vraag is inmiddels niet meer alleen of het verzetten van de klok nog voordelen heeft, maar ook waarom Europa na zoveel jaren discussie nog altijd geen gezamenlijk besluit heeft kunnen nemen.




