AMSTERDAM, 5 januari 2026 – Venezuela wordt vaak genoemd als “olierijk” land, met enorme bewezen reserves. Maar reserves op papier zijn iets anders dan olie die je betrouwbaar en winstgevend uit de grond haalt, verwerkt en verkoopt. In Venezuela stapelen de belemmeringen zich op: van de eigenschappen van de olie zelf tot gebrekkige installaties, tekort aan verdunningsmiddelen, en politieke/financiële barrières die investeringen en logistiek frustreren.
1) Het kernprobleem: veel olie is extra zwaar
Een groot deel van Venezuela’s olie komt uit de Orinoco-gordel (Faja del Orinoco), waar de olie vaak extra zwaar en stroperig is. Dit type olie heeft een lage API-gravity, hoge viscositeit en relatief veel zware componenten (zoals asfalthanen). In de praktijk betekent dat: de olie stroomt niet vanzelf makkelijk door pijpleidingen en is lastiger te raffineren tot benzine/diesel zonder extra processen.
Waar lichte olie soms met relatief simpele productie- en transportketens kan worden geëxporteerd, vraagt extra zware olie om een complex systeem: je moet het verdunnen of upgraden voordat het überhaupt goed te vervoeren en te verwerken is.
2) Zonder “diluent” geen flow: de afhankelijkheid van verdunning
Omdat de olie in de Orinoco-regio zo stroperig is, wordt die vaak gemengd met een diluent (bijvoorbeeld nafta of lichtere koolwaterstoffen) om de olie “pompbaar” en “pijpleiding-geschikt” te maken. Dit is niet slechts een optimalisatie, maar in veel gevallen een harde randvoorwaarde. Als de aanvoer van diluent stokt, gaat de productie omlaag: de olie raakt letterlijk moeilijker te transporteren en op te slaan.
Reuters meldde bijvoorbeeld dat PDVSA importen van nafta (als verdunner) inzet om extra zware olie te kunnen blijven produceren en exporteren, en dat storingen bij upgradingcapaciteit direct doorwerken in de mogelijkheid om “betere” exportkwaliteiten te maken.
Waarom is dit zo kwetsbaar? Omdat Venezuela niet altijd voldoende eigen diluent produceert en dus afhankelijk kan zijn van importstromen en logistiek. Zodra die keten hapert—door geld, sancties, scheepvaart, of operationele problemen—werkt dat door tot aan de put.
3) Upgraders en raffinaderijen: de bottleneck in het midden
Extra zware olie wordt idealiter (deels) geüpgraded: installaties zetten zware fracties om naar lichtere “syncrude” of blendstocks die makkelijker te verhandelen zijn. Dat vraagt om kapitaalintensieve fabrieken, onderhoud, onderdelen en stabiele bedrijfsvoering. Als upgraders stilvallen (door defecten, brand, gebrek aan onderdelen of onderhoud), valt een belangrijk stuk van de waardeketen weg. Reuters rapporteerde in 2025 dat een grote verstoring bij een upgrader de capaciteit om upgraded grades te produceren beperkte.
Aan de achterkant speelt nog iets: Venezuela’s raffinaderijen kampen al jaren met lage benutting. De Amerikaanse EIA beschrijft dat de dalende productie en operationele raffinagecapaciteit leidt tot brandstoftekorten en dat throughput langdurig laag kan liggen ten opzichte van de naamplaatcapaciteit.
Kort gezegd: zelfs als er olie uit de grond komt, is het traject van put → menging/verdunning → upgrading/raffinage → export niet vanzelfsprekend.
4) Verouderde infrastructuur en gebrek aan investeringen
Olieproductie is een industrieel systeem dat continu onderhoud en investeringen vereist: putten, pompen, pijpleidingen, terminals, elektriciteit, waterinjectie/steam (bij zware olie), veiligheidssystemen, IT. In Venezuela is jarenlang onderinvestering en operationele achteruitgang een terugkerend thema in analyses van de sector. De EIA wijst op structurele beperkingen voor groei door de staat van de sector en infrastructuur.
Ook internationale berichtgeving noemt dat een grootschalige opleving niet “even” geregeld is: AP beschreef recent dat herstel van de sector door experts wordt gezien als een traject van jaren en zeer grote investeringsbedragen, mede door de staat van de installaties en het risico voor bedrijven. AP News
5) Sancties, financiering en risico: de onzichtbare rem
Naast techniek is er de financiële realiteit. De olie-industrie is afhankelijk van:
- toegang tot financiering en verzekeringen,
- levering van onderdelen en chemicaliën,
- contractzekerheid voor investeerders,
- logistiek (tankers, terminals, betalingen).
De EIA benadrukt dat outputgroei beperkt blijft door structurele factoren en beperkingen in de sector; sancties worden in veel analyses genoemd als een factor die transacties, investeringen en handel bemoeilijkt.
Een concreet voorbeeld van die “krappe ruimte” is de uitzonderingspositie voor bepaalde buitenlandse partijen. Euronews legde uit dat Chevron via een specifieke licentie onder voorwaarden kan opereren in bestaande joint ventures, maar daarbij niet vrij is om onbeperkt nieuwe projecten te starten of productie zomaar sterk op te schalen. Dat type beperking maakt snelle modernisering lastig.
6) Zelfs de markt is niet onbeperkt: zware olie vraagt speciale raffinage
Zware, zwavelrijke (sour) olie is niet in elke raffinaderij welkom. Je hebt vaak complexe raffinage nodig (bijv. coking/hydrocracking) om er hoogwaardige producten uit te maken. Als raffinaderijen wereldwijd hun configuraties aanpassen of milieueisen aanscherpen, is de afzetmarkt voor zware grades niet “oneindig elastisch”. Dat beïnvloedt de economische prikkel om juist dit type olie op te voeren.
Conclusie: Venezuela’s olie is “groot”, maar niet “makkelijk”
De paradox van Venezuela is dat het land extreem rijk is aan olie, maar dat veel van die olie in de praktijk technisch moeilijk, operationeel kwetsbaar en financieel/politiek risicovol is om te produceren. Extra zware olie vraagt diluent en upgrading; installaties en raffinaderijen vormen bottlenecks; en investeringen en handel zijn gevoelig voor sancties en onzekerheid. Daarom is “meer vaten uit Venezuela” zelden een kwestie van alleen “extra pompen aanzetten”.