Rechtbank: Justitie moet 54.000 euro aan spaargeld teruggeven

Stapels bankbiljetten in een kluis die als legaal spaargeld zijn aangemerkt door de rechtbank.

HAARLEM, 23 maart 2026 – De rechtbank Noord-Holland heeft bepaald dat het Openbaar Ministerie een bedrag van ruim 54.000 euro moet teruggeven aan twee klagers. Het geld was in beslag genomen op verdenking van witwassen, maar de eigenaren konden aantonen dat het om legaal opgenomen spaargeld ging.

Tijdens een controle op 5 november 2025 trof de politie een aanzienlijke hoeveelheid contanten aan. In een berging lag 15.480 euro en in een kluis in de woning van de betrokkenen werd nog eens 38.900 euro gevonden. Vanwege de hoogte van het bedrag en de vindplaatsen rees bij de autoriteiten het vermoeden van witwassen, waarna het volledige bedrag van 54.380 euro in beslag werd genomen.

Onderbouwing van herkomst

De eigenaren van het geld lieten het er niet bij zitten en dienden via hun advocaat een klaagschrift in. Zij stelden dat het om privespaargeld ging dat zij over een langere periode van hun eigen bankrekeningen hadden opgenomen. Ter ondersteuning van dit verhaal overhandigden zij een uitgebreid dossier met bankafschriften, loonspecificaties en belastingdocumenten.

Een van de klagers verklaarde bovendien dat zij in het verleden erfenissen had ontvangen en vastgoed had verkocht. Het besluit om een deel van het geld in een garagebox te bewaren, kwam voort uit een eerdere inbraak in hun woning; de klagers wilden het risico op diefstal spreiden door het geld op verschillende plekken onder te brengen.

Geen witwasvermoeden bij girale herkomst

Hoewel de officier van justitie zich verzette tegen de teruggave omdat de herkomst van het geld op de bankrekeningen nog onduidelijk zou zijn, ging de rechter hier niet in mee. De rechtbank oordeelde dat de klagers met hun stukken voldoende hebben aangetoond dat de contanten rechtstreeks afkomstig zijn van hun girale rekeningen.

De rechter stelde klip-en-klaar dat eventuele resterende onduidelijkheid over de bron van giraal geld op zichzelf geen basis vormt voor een witwasvermoeden. Nu het “hoogst onwaarschijnlijk” wordt geacht dat een strafrechter het geld later verbeurd zal verklaren, is er geen strafvorderlijk belang meer om het beslag te handhaven

Uitspraak van de raadkamer

De enkelvoudige raadkamer in Haarlem heeft het beklag daarom gegrond verklaard. Het Openbaar Ministerie heeft veertien dagen de tijd om tegen deze beslissing in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Indien dit niet gebeurt, moet het volledige bedrag van 54.380 euro worden geretourneerd aan de beslagene.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie