DEN BOSCH, 13 februari 2026 – De rechtbank Oost-Brabant heeft donderdag uitspraak gedaan in de omvangrijke strafzaak rond de Stint, het elektrische vervoersmiddel dat werd gebruikt in de kinderopvang. De zaak vloeit voort uit het tragische ongeval op 20 september 2018 in Oss, waarbij vier jonge kinderen om het leven kwamen na een botsing tussen een trein en een Stint op een spoorwegovergang.
De rechtbank sprak de verdachten integraal vrij van het zwaarste verwijt: het op de markt brengen van een schadelijk product dat de dood van vier kinderen tot gevolg had. Wel acht de rechtbank bewezen dat sprake was van valsheid in geschrift met betrekking tot diverse technische en formele documenten.
Geen bewezen strafbaarheid voor dodelijk ongeval
Centraal in de strafzaak stond de vraag of de Stint als een ‘schadelijke waar’ kon worden aangemerkt in de zin van de artikelen 174 en 175 van het Wetboek van Strafrecht. Volgens het Openbaar Ministerie hadden de producenten en betrokken rechtspersonen gevaarlijke eigenschappen van het voertuig verzwegen.
De rechtbank oordeelt echter dat het merendeel van de onderzochte technische eigenschappen niet als schadelijk kan worden aangemerkt in strafrechtelijke zin. Voor twee specifieke punten – een mogelijk slecht elektrisch contact (de zogenoemde 0-draad) en de gashendel met terugkeerveer – erkent de rechtbank wel dat sprake was van een potentieel risico. Tegelijkertijd stelt zij vast dat niet is bewezen dat de verdachten wetenschap hadden van die risico’s op het moment dat de Stints werden verkocht of afgeleverd.
Daarmee ontbreekt volgens de rechtbank een essentieel bestanddeel voor strafbaarheid. Het causale verband tussen het ongeval in Oss en strafbaar handelen van de verdachten kan niet worden vastgesteld.
Vrijspraak voor zwaarste verwijten
Op basis van die beoordeling volgt volledige vrijspraak voor het verwijt dat de verdachten opzettelijk of schuldmatig een dodelijk gevaarlijk product op de markt hebben gebracht. Ook het onderdeel dat ziet op het verzwijgen van een bekend gevaar bij verkoop wordt niet bewezen geacht.
De rechtbank benadrukt in het vonnis dat het strafrecht niet bedoeld is om elk veiligheidsrisico achteraf te bestraffen. Alleen wanneer vaststaat dat een product objectief schadelijk is én dat de verkoper daarvan wist, kan sprake zijn van strafbaarheid.
Wel veroordeling voor valsheid in geschrift
Anders ligt dat voor een deel van de beschuldigingen rond valsheid in geschrift. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het opmaken en gebruiken van onjuiste of misleidende documenten, waaronder verklaringen van overeenstemming en andere formele stukken die een rol speelden bij toelating en gebruik van de Stint.
Voor gebruikershandleidingen geldt die veroordeling niet. Volgens de rechtbank hebben dergelijke handleidingen geen bewijsbestemming en vallen zij daarom niet onder het strafbare begrip ‘geschrift’ zoals bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.
In één van de zaken leidt dit tot een partiële veroordeling, in de andere tot een vergelijkbare uitkomst voor de rechtspersoon. Voor een afzonderlijk ten laste gelegd feit volgt volledige vrijspraak.
Grote impact blijft erkend
Hoewel de rechtbank juridisch tot vrijspraken komt voor het dodelijke ongeval, staat zij in het vonnis uitgebreid stil bij de enorme impact van het drama in Oss. Nabestaanden, de overlevende kinderen en de begeleidster hebben volgens de rechtbank op indringende wijze duidelijk gemaakt hoe ingrijpend de gevolgen tot op de dag van vandaag zijn.
De uitspraak betekent het einde van een jarenlange strafrechtelijke procedure die landelijk veel aandacht kreeg en leidde tot bredere discussies over toezicht, toelating en veiligheid van innovatieve voertuigen in de openbare ruimte.
Hoger beroep OM.
Het Openbaar Ministerie heeft 2 weken geleden al laten weten tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan.