Taakstraf voor man na doodsbedreigingen ex-partner

Rechtbank Overijssel in Almelo waar de uitspraak werd gedaan

ALMELO, 24 februari 2026 – De Rechtbank Overijssel heeft een 38-jarige man veroordeeld tot een taakstraf van veertig uur wegens het bedreigen van zijn ex-partner en haar toenmalige partner. De rechtbank achtte bewezen dat de man in juli 2023 meerdere ernstige doods- en mishandelingsbedreigingen heeft geuit via WhatsApp-spraak- en tekstberichten. Van eerdere beschuldigingen rond een incident in 2022 sprak de rechtbank hem vrij.

Vrijspraak voor incident in 2022

De strafzaak bestond uit twee onderdelen. Het eerste betrof een incident in oktober 2022, waarbij twee gemaskerde mannen een woning in Hengelo zouden zijn binnengedrongen en de bewoner zouden hebben bedreigd. Hoewel er aanwijzingen waren die richting de verdachte wezen, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat hij één van de daders was. Onder meer stemherkenning, zendmastgegevens en aangetroffen voorwerpen leverden volgens de rechtbank, ook in samenhang bezien, geen sluitend bewijs op. Voor dit deel volgde daarom vrijspraak.

Bewezenverklaring bedreigingen in 2023

Voor de gebeurtenissen in juli 2023 kwam de rechtbank tot een ander oordeel. Vaststaat dat de man zijn ex-partner en zijn dochter meerdere berichten stuurde met expliciete en grove bedreigingen, gericht tegen de toenmalige partner van de vrouw en tegen de vrouw zelf. De rechtbank achtte aannemelijk dat de bedreigingen de slachtoffers daadwerkelijk hebben bereikt.

Een belangrijk juridisch punt in de zaak was de vraag of de verdachte opzet had op het bereiken van de bedreigingen bij de man die het doelwit was. De verdediging stelde dat daarvan geen sprake was, omdat de berichten niet rechtstreeks aan hem waren gestuurd. De rechtbank verwierp dat verweer. Omdat de verdachte wist dat zijn ex-partner een relatie had met het slachtoffer en dat zijn dochter regelmatig bij hem over de vloer kwam, nam de rechtbank aan dat hij zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de berichten zouden worden doorgegeven. Door de berichten toch te versturen, heeft hij die kans volgens de rechtbank aanvaard.

Ernst en impact van de feiten

Bij de beoordeling van de ernst van de feiten stelde de rechtbank vast dat het ging om bedreigingen met een expliciet gewelddadig en dodelijk karakter. Dergelijke uitlatingen kunnen grote angst en onzekerheid veroorzaken bij slachtoffers. De rechtbank rekende het de verdachte zwaar aan dat hij uitsluitend oog had voor het uiten van zijn eigen woede en frustratie, zonder rekening te houden met de gevolgen voor anderen.

Bijzonder zwaar woog mee dat de verdachte zijn dochter bij het conflict betrok door haar de berichten te sturen. Daarmee werd zij niet alleen ingezet als tussenpersoon, maar ook blootgesteld aan schokkende en agressieve taal. De rechtbank kwalificeerde dat als onaanvaardbaar.

Persoonlijke omstandigheden

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit zijn strafblad bleek dat hij in 2024 en 2025 eerder was veroordeeld voor strafbare feiten, wat in zijn nadeel meewoog. Tegelijkertijd nam de rechtbank kennis van een recent reclasseringsrapport. Daarin stond dat de man zich houdt aan lopend reclasseringstoezicht en dat er sprake is van meerdere beschermende factoren, zoals stabiele huisvesting, een eigen bedrijf en een gezonde financiële situatie.

Ook werd vastgesteld dat het alcoholgebruik, waar in het verleden zorgen over bestonden, inmiddels stabiel is. Wel signaleerde de reclassering dat de verdachte moeite kan hebben met het omgaan met emoties en dat zijn probleembesef beperkt is.

Lagere straf door termijnoverschrijding

De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en een contactverbod. De rechtbank week daar aanzienlijk van af. Zij stelde vast dat de redelijke termijn in de strafzaak was overschreden. Hierdoor verkeerde de verdachte lange tijd in onzekerheid over de afloop van de zaak.

Daarnaast woog mee dat de verdachte zich in de jaren na de feiten grotendeels aan afspraken heeft gehouden en slechts beperkt opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. Alles afwegende achtte de rechtbank een taakstraf passend en geboden, maar zij verlaagde die vanwege de termijnoverschrijding van zestig naar veertig uur.

Geen contactverbod en schadevergoeding

De rechtbank zag geen aanleiding om naast de taakstraf aanvullende maatregelen op te leggen, zoals een voorwaardelijke straf of bijzondere voorwaarden. Het reeds lopende reclasseringstoezicht en het tijdsverloop gaven daarvoor volgens de rechtbank onvoldoende reden.

De benadeelde partij die zich had gevoegd voor het onderdeel uit 2022, werd niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat de verdachte voor dat deel was vrijgesproken. Eventuele schade kan alleen nog bij de burgerlijke rechter worden gevorderd.

Ernstige bedreigingen

Met het vonnis onderstreept de rechtbank dat ernstige bedreigingen, ook wanneer deze via digitale communicatie verlopen en niet rechtstreeks aan het slachtoffer zijn gericht, strafbaar zijn wanneer de verdachte bewust het risico aanvaardt dat zij het slachtoffer bereiken. Tegelijk laat de uitspraak zien dat vrijspraak volgt wanneer het bewijs tekortschiet en dat persoonlijke omstandigheden en procedurele factoren, zoals termijnoverschrijding, een duidelijke rol spelen bij de uiteindelijke strafoplegging.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie