Celstraf en zorgmaatregel na afpersing met hamer bij coffeeshop Amsterdam

Rechtbank Amsterdam spreekt vonnis uit in strafzaak over afpersing met hamer en geweld tegen politieagent.

AMSTERDAM, 6 januari 2026 – De rechtbank Amsterdam heeft een vrouw veroordeeld tot een gevangenisstraf van 175 dagen wegens afpersing, mishandeling, bedreiging en belediging. De zaak draaide om een incident dat op 14 juli 2025 plaatsvond bij een vestiging van de Coffee Company in Amsterdam. Daarbij werd een medewerker onder dreiging met een hamer gedwongen een kop koffie af te geven. Naast de straf legde de rechtbank ook een zorgmaatregel op, vanwege ernstige psychiatrische problematiek bij de verdachte.

Dreiging met hamer bij coffeeshop

Volgens het vonnis stond de verdachte met een hamer op korte afstand van een medewerker van de Coffee Company en sprak zij dreigende woorden. De medewerker voelde zich zodanig bedreigd dat zij uit angst de koffie afgaf. De rechtbank kwalificeerde dit als afpersing, een ernstig vermogensdelict waarbij sprake is van dwang door bedreiging met geweld.

De verklaring van het slachtoffer werd ondersteund door de eigen verklaring van de verdachte, die zij kort na het incident bij de politie aflegde. Daarmee achtte de rechtbank het bewijs voor de afpersing overtuigend.

Geweld en belediging van politieagent

Na de melding van het incident kwam de politie ter plaatse. De verdachte bevond zich nog steeds in de buurt van de coffeeshop en had de hamer bij zich. Tegen een politieagent uitte zij opnieuw dreigende taal en maakte zij zwaaiende bewegingen met het voorwerp. Toen de agent haar probeerde aan te houden, beet en krabde zij hem in de arm. De agent liep hierbij lichte verwondingen op.

Tijdens de aanhouding schold de verdachte meerdere politieagenten uit met grove en beledigende teksten. De rechtbank stelde vast dat deze handelingen plaatsvonden tijdens de rechtmatige uitoefening van het politiewerk en rekende dit de verdachte zwaar aan.

Verminderde toerekeningsvatbaarheid

Uit rapportages van deskundigen bleek dat de verdachte lijdt aan schizofrenie en mogelijk psychotisch ontregeld was ten tijde van de feiten. De rechtbank verklaarde haar daarom verminderd toerekeningsvatbaar, maar niet volledig ontoerekeningsvatbaar. Dat betekent dat zij strafbaar bleef, maar dat haar psychische toestand wel werd meegewogen bij het bepalen van de straf.

De rechtbank benadrukte dat de combinatie van geweld, bedreiging en het gebruik van een wapen in de openbare ruimte een groot gevoel van onveiligheid veroorzaakt, zowel voor burgers als voor hulpverleners.

Straf en zorgmaatregel

De opgelegde straf bestaat uit 175 dagen gevangenisstraf, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Omdat de verdachte het onvoorwaardelijke deel al in voorarrest had uitgezeten, kwam zij niet in aanmerking voor een penitentiair programma.

Daarnaast verleende de rechtbank een zorgmachtiging op grond van de Wet forensische zorg. Die verplicht de verdachte tot opname in een zorginstelling, gevolgd door behandeling en begeleiding, waaronder medicatie indien noodzakelijk. Volgens de rechtbank is deze maatregel essentieel om herhaling te voorkomen en de veiligheid van de samenleving te waarborgen.

Schadevergoeding en beslag

De vordering van de coffeeshopmedewerker tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van psychisch letsel. De politieagent kreeg wel een immateriële schadevergoeding toegewezen van 350 euro. De hamer waarmee de feiten zijn gepleegd is verbeurd verklaard.

Met deze uitspraak onderstreept de rechtbank het belang van bescherming van werknemers en politie tegen geweld, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt geboden voor verplichte zorg bij ernstige psychiatrische problematiek.

Geef een reactie