BBB vraagt om voedselzekerheid: kabinet wijst op importmix

Caroline van der Plas (BBB) stelt Kamervragen over voedselzekerheid na leveringsproblemen door regen in Spanje en Marokko.

DEN HAAG, 5 maart 2026 – Caroline van der Plas (BBB) heeft Kamervragen gesteld over de afnemende aanvoer van groente en fruit naar Nederland door extreme regenval in Marokko en Spanje. Staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) erkent dat Nederland deels afhankelijk is van invoer, maar stelt dat die internationale verwevenheid juist bijdraagt aan een divers, betaalbaar en doorgaans robuust voedselaanbod.

Aanleiding: regen in Spanje en Marokko, minder aanbod

Van der Plas verwijst naar een NOS-bericht over de impact van zware regenval op teeltgebieden, met gevolgen voor de Nederlandse supermarktketen. De staatssecretaris bevestigt bekend te zijn met het bericht.

Afhankelijkheid: “systeemvraagstuk” met handel en logistiek

Volgens Erkens is voedselvoorziening een keten van import, productie, verwerking, handel en logistiek. Hij deelt dat de Nederlandse voedselvoorziening “voor een deel” op invoer is gebaseerd, maar noemt dat ook een factor achter een brede beschikbaarheid van producten en daarmee voedselzekerheid.

Waarom import volgens het kabinet ook een voordeel is

Erkens stelt dat een grotere focus op uitsluitend binnenlandse productie het aanbod minder divers en duurder zou maken, omdat bepaalde producten in Nederland beperkt of tegen hogere kosten te telen zijn. Bovendien kunnen extreme weersomstandigheden ook in Nederland oogsten raken, waardoor uitsluitend nationale productie volgens hem niet automatisch stabieler is.

Risico’s bij weerschokken: vaak alternatieven beschikbaar

De gevolgen van buitengewone weersomstandigheden in specifieke productielanden blijven volgens de staatssecretaris meestal beperkt, omdat er alternatieven zijn. Hij noemt onder meer Nederlandse seizoensproducten, verwerkte varianten (zoals ingevroren, ingeblikt of gedroogd) en import uit andere landen.

Inzicht in afhankelijkheden: kabinet wijst naar rapport (editie 2025)

Op de vraag of er inzicht is in afhankelijkheid van specifieke regio’s verwijst Erkens naar een eerder aan de Kamer gestuurd rapport: De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025, met informatie over afhankelijkheden in landbouwimport buiten Europa.

Beleid: weerbaarheid en vitale infrastructuur

Erkens schrijft dat het kabinet inzet op weerbaarheid tegen uiteenlopende risico’s, waaronder klimaat- en geopolitieke risico’s. Daarbij gaat het niet alleen om voedsel zelf, maar ook om essentiële productiemiddelen zoals kunstmest, energie, veevoergrondstoffen en onderdelen van landbouwmachines.

Voedselvoorziening onderdeel van bredere weerbaarheidsaanpak

De voedselvoorzieningsketen maakt volgens Erkens onderdeel uit van een rijksbrede aanpak voor weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Voedselvoorziening wordt opgenomen in de nationale vitale infrastructuur, terwijl strategische afhankelijkheden in kaart worden gebracht en waar nodig worden gemitigeerd.

“Sterke landbouw belangrijk, maar niet volledig zelfvoorzienend”

Van der Plas vraagt of een sterke en toekomstbestendige landbouw randvoorwaardelijk is voor voedselzekerheid. Erkens antwoordt dat voedselzekerheid leunt op een robuust en duurzaam agrocomplex, maar benadrukt tegelijk dat import van voedsel en productiemiddelen daar deel van uitmaakt. Volledige zelfvoorziening noemt hij niet noodzakelijk.

Voedselzekerheid als criterium: “primair beleidsdoel”

Op de vraag of voedselzekerheid zwaarwegend wordt meegenomen bij toekomstige besluiten, stelt Erkens dat voedselzekerheid een primair beleidsdoel is. Volgens hem hoort daarbij zowel het duurzaam handhaven van voldoende productie van belangrijke producten in Nederland als het waarborgen van importstromen om comparatieve voordelen te benutten. Hij noemt het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en open, diverse handelsstromen als basis.

Schaal en export: niet alleen volume bepaalt weerbaarheid

Erkens nuanceert het idee dat grotere schaal per definitie minder kwetsbaar maakt. Schaal en volume kunnen efficiëntie geven, maar brengen volgens hem soms ook risico’s mee, bijvoorbeeld bij vraaguitval of extreme omstandigheden. Daarom noemt hij ook diversificatie van productie en handelsstromen als belangrijk.

Exportpositie: “logisch onderdeel” van wereldhandel

De staatssecretaris stelt dat export en import elkaar kunnen versterken: Nederland exporteert producten waarin het comparatieve voordelen heeft, terwijl het importeert wat elders efficiënter wordt geproduceerd. Op de vraag of export bijdraagt aan de kracht en continuïteit van de sector antwoordt hij bevestigend.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie