AMSTERDAM, 20 februari 2026 – Het Gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep een aanzienlijk zwaardere straf opgelegd in de zogenoemde vergisontvoering in Cruquius. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en elf maanden voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Daarmee wijkt het hof duidelijk af van het eerdere vonnis van de rechtbank, die tot een deels voorwaardelijke straf van 36 maanden kwam. Het hof acht de ernst van het feit, de rol van de verdachte en de maatschappelijke impact doorslaggevend voor een hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf
De zaak draait om een ontvoering die op 5 augustus 2021 plaatsvond in Cruquius, gemeente Haarlemmermeer. Het slachtoffer werd op klaarlichte dag klemgereden, met geweld uit zijn auto getrokken en afgevoerd in een busje. Pas zes dagen later werd hij in verzwakte toestand vrijgelaten.
Ontvoering op klaarlichte dag
Volgens het hof staat vast dat het slachtoffer kort na vertrek van zijn werk werd klemgereden door twee voertuigen, waarna meerdere gemaskerde mannen hem hardhandig uit zijn auto trokken. Hij werd geslagen, vastgebonden met ducttape en bedreigd met de dood. Daarbij werd gezegd dat er een pistool aanwezig was en dat hij zou worden doodgeschoten als hij niet zou meewerken.
Het slachtoffer werd vervolgens vanuit Cruquius naar Gouda vervoerd en daar vastgehouden in een loods. Gedurende meerdere dagen verkeerde hij in zeer slechte omstandigheden: geboeid, grotendeels blinddoekt, nauwelijks in staat om te eten of te drinken. Uiteindelijk werd hij in de nacht van 11 augustus 2021 achtergelaten bij een woning in Delft, waar hij om hulp vroeg.
Het hof benadrukt dat deze ontvoering niet alleen voor het slachtoffer zelf traumatisch is geweest, maar ook voor omstanders die getuige waren van het geweld op straat. De openbare en brute wijze waarop de ontvoering plaatsvond, vergroot volgens het hof de ernst van het feit aanzienlijk.
Vergissing met grote gevolgen
Een zwaarwegend element in de zaak is dat het slachtoffer niet het beoogde doelwit bleek te zijn. De ontvoering was het gevolg van een ernstige vergissing. De daders gingen er ten onrechte van uit dat het slachtoffer betrokken zou zijn bij de handel in verdovende middelen. In werkelijkheid had hij daar geen enkele betrokkenheid bij.
Het hof rekent deze vergissing de daders zwaar aan. In het arrest wordt benadrukt dat het extra ernstig is wanneer onschuldige burgers slachtoffer worden van grof crimineel geweld. Dergelijke vergissingen vergroten de angst en gevoelens van onveiligheid in de samenleving, omdat in principe iedereen slachtoffer kan worden van vergelijkbare misdrijven.
Rol van de verdachte
In hoger beroep stond centraal welke rol de verdachte precies heeft gespeeld. De verdediging stelde dat zijn betrokkenheid beperkt was en dat hooguit sprake zou zijn van medeplichtigheid. Het hof volgt die redenering niet. Op basis van telecomgegevens, camerabeelden en aangetroffen berichten op de telefoon van de verdachte concludeert het hof dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking.
De verdachte was volgens het hof betrokken bij observaties voorafgaand aan de ontvoering, bevond zich in een van de voertuigen die bij het klemrijden zijn gebruikt en gaf tijdens de ontvoering instructies via berichtenverkeer. Daarmee leverde hij een wezenlijke bijdrage aan zowel de voorbereiding als de uitvoering van het misdrijf. Het hof acht die bijdrage van voldoende gewicht om medeplegen bewezen te verklaren.
Medeplegen en gezamenlijke uitvoering
Het hof schetst in het arrest een gedetailleerd beeld van de samenwerking tussen de betrokken verdachten. De ontvoering vereiste een zorgvuldige voorbereiding, waaronder voorverkenningen, het regelen van voertuigen met valse kentekenplaten en een locatie om het slachtoffer vast te houden. Daarbij is intensief gecommuniceerd tussen de verdachten.
Volgens het hof kan in zo’n geval niet worden gesproken van losse of ondergeschikte handelingen. De verdachte maakte onderdeel uit van een gezamenlijke uitvoering, waarbij ieder een eigen, maar essentieel aandeel had. Dat sommige verdachten mogelijk een grotere rol hebben gespeeld, doet daar niet aan af.
Strafmaat: bijna vijf jaar cel
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het hof zwaar laten wegen dat het slachtoffer in totaal zes dagen van zijn vrijheid is beroofd en in die periode ernstig heeft geleden. Ook het feit dat de ontvoering na de eerste dag werd voortgezet, wordt de verdachte aangerekend, ondanks dat hij zelf niet bij alle latere handelingen betrokken was.
Het hof acht een gevangenisstraf van vijf jaar in beginsel passend en geboden. Vanwege een beperkte overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep is de straf met één maand verminderd. Daarmee komt de uiteindelijke straf uit op vier jaar en elf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Een deels voorwaardelijke straf, zoals door de verdediging bepleit, acht het hof niet passend gezien de ernst van het misdrijf.
Schadevergoeding en benadeelde partijen
Naast de gevangenisstraf heeft het hof geoordeeld over de vorderingen tot schadevergoeding. Het slachtoffer heeft recht op een schadevergoeding voor het leed dat hem is aangedaan. De exacte omvang van de vergoeding is gebaseerd op de ernst en duur van de vrijheidsberoving en de impact daarvan op zijn leven.
De vriendin van het slachtoffer had eveneens een vordering ingediend, maar is door het hof niet-ontvankelijk verklaard. Het hof gaat in het arrest uitgebreid in op de vraag wanneer derden, anders dan het primaire slachtoffer, aanspraak kunnen maken op schadevergoeding in strafzaken. In dit geval achtte het hof die grens overschreden.
Maatschappelijke betekenis
Het arrest onderstreept volgens het hof het belang van stevige straffen bij ernstige geweldsdelicten zoals ontvoering. De uitspraak is mede bedoeld als signaal richting de samenleving dat dit soort misdrijven streng worden bestraft, zeker wanneer onschuldige burgers slachtoffer worden.
Het hof wijst er daarbij op dat preventie een belangrijk doel is van het strafrecht. Een langdurige gevangenisstraf moet potentiële daders doen beseffen welke zware gevolgen hun handelen kan hebben.
Conclusie
Met deze uitspraak zet het gerechtshof een duidelijke streep door het eerdere, mildere vonnis. De vergisontvoering in Cruquius wordt aangemerkt als een uitzonderlijk ernstig misdrijf, dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De zaak laat zien hoe desastreus de gevolgen kunnen zijn van criminele vergissingen en welke impact dit heeft op slachtoffers, hun naasten en de samenleving als geheel