AMSTERDAM – Een bouwbedrijf is aansprakelijk voor de lichamelijke klachten van een voormalige timmerman die op 3 februari 2012 tijdens zijn werkzaamheden werd aangereden. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam dinsdag 27 oktober bepaald. Daarmee komt na ruim veertien jaar een belangrijke doorbraak in een juridische strijd over de gevolgen van het bedrijfsongeval. De hoogte van de schadevergoeding moet nog worden vastgesteld.

De timmerman liep bij het ongeval letsel op aan onder meer zijn hoofd en rug. Volgens de werknemer ontwikkelde hij daarna ernstige lichamelijke klachten, waaronder cervicale myelopathie, een aandoening waarbij het ruggenmerg in de nek bekneld raakt. Hij stelde zijn voormalige werkgever aansprakelijk voor de schade, maar kreeg aanvankelijk ongelijk van de kantonrechter.

Medisch onderzoek geeft doorslag

De kantonrechter vond eerder onvoldoende bewezen dat de lichamelijke klachten daadwerkelijk door het ongeval waren veroorzaakt. In hoger beroep liet het hof daarom aanvullend medisch onderzoek uitvoeren. Daarbij werd gekeken naar de invloed van het ongeval en naar bestaande slijtageverschijnselen aan de wervelkolom.

De deskundige concludeerde dat de klachten meerdere oorzaken hebben. De bijdrage van de bestaande degeneratieve veranderingen werd als zeer groot beoordeeld, terwijl de invloed van het bedrijfsongeval als klein werd aangemerkt. Toch betekende dit volgens het hof niet dat het bouwbedrijf buiten schot kon blijven.

Het hof oordeelt dat het ongeval daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het ontstaan en verdere verloop van de aandoening. Voor aansprakelijkheid is niet noodzakelijk dat een bedrijfsongeval de enige of belangrijkste oorzaak van lichamelijke klachten is. Ook wanneer andere medische factoren een grotere rol spelen, kan een werkgever aansprakelijk zijn.

Werknemer werkte nog vijftien maanden door

De werkgever en verzekeraar Nationale-Nederlanden voerden aan dat de timmerman na het ongeval slechts zeven dagen ziek was geweest. Vervolgens werkte hij nog ongeveer vijftien maanden door, waarbij hij ook regelmatig overuren maakte. Bovendien duurde het zestien maanden voordat hij voor het eerst naar een specialist werd verwezen.

Volgens het hof sluiten deze omstandigheden niet uit dat het ongeval heeft bijgedragen aan de latere gezondheidsproblemen. De eerdere afwijzing van de schadeclaim is daarom vernietigd.

Schadevergoeding nog niet vastgesteld

Het bouwbedrijf en de verzekeraar moeten de geleden en toekomstige schade vergoeden voor zover die juridisch aan het ongeval kan worden toegerekend. Hoeveel geld de timmerman ontvangt, is nog niet duidelijk. Daarover moet eventueel een afzonderlijke schadestaatprocedure worden gevoerd.

Het hof geeft partijen ook de mogelijkheid om onderling tot een regeling te komen, eventueel met hulp van een mediator. Daarnaast moeten het bouwbedrijf en de verzekeraar de proceskosten betalen. Die bedragen in hoger beroep 23.018,59 euro, naast 996 euro voor de eerste aanleg.