AMSTERDAM – Een man die in 2025 nog werd vrijgesproken van het doden van zijn partner, is in hoger beroep alsnog veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf. Het gerechtshof in Amsterdam acht bewezen dat hij de 51-jarige vrouw in januari 2016 heeft gewurgd en haar lichaam vervolgens in een bos heeft achtergelaten. De man deed daarna zelf aangifte van vermissing. Het lichaam werd bijna drie maanden later gevonden.

Het hof deed donderdag 29 oktober 2026 uitspraak in de zaak. Volgens de rechters staat vast dat de verdachte zijn toenmalige levenspartner door verwurging om het leven heeft gebracht. Van moord is geen sprake, omdat voorbedachte raad niet kon worden bewezen.

Vermissing na ruzie

De vrouw verdween in de nacht van 7 op 8 januari 2016 na een ruzie in de gezamenlijke woning in Amsterdam. Volgens haar partner was zij dronken vertrokken en niet meer teruggekeerd. Op 9 januari meldde hij haar als vermist.

Op 29 maart 2016 ontdekte een wandelaar haar lichaam in een bos. Het lichaam was gedeeltelijk bedekt met grond en mos. Over het stoffelijk overschot lag een boomstam. Onderzoek wees uit dat de vrouw door geweld op haar hals was overleden.

Belastende omstandigheden

Hoewel direct technisch bewijs voor de betrokkenheid van de man ontbrak, vond het hof voldoende aanwijzingen voor zijn schuld. De verdachte kende de omgeving waar het lichaam werd gevonden bijzonder goed. Bovendien was zijn telefoon op de dag na de ruzie bijna drie uur onbereikbaar.

Ook droeg het slachtoffer andere kleding dan de man bij de vermissing had opgegeven. Op die kleding werden kattenharen aangetroffen die zeer waarschijnlijk afkomstig waren uit hun gezamenlijke woning.

Verder viel op dat de verdachte nauwelijks naar zijn partner zocht, kort na haar verdwijning haar vakbondslidmaatschap opzegde en enkele weken later met een andere vrouw ging samenwonen.

Verklaring dochter onvoldoende betrouwbaar

De destijds zevenjarige dochter verklaarde in 2023 dat zij had gezien hoe haar vader haar moeder wurgde. Het hof vond deze verklaring onvoldoende betrouwbaar vanwege tegenstrijdigheden, het grote tijdsverloop en mogelijke beïnvloeding.

Desondanks acht het hof de overige bewijsmiddelen gezamenlijk overtuigend. De man weigerde herhaaldelijk antwoord te geven op vragen over belastende omstandigheden.

Strafvermindering door lange rechtszaak

Het hof vond aanvankelijk twaalf jaar gevangenisstraf passend, maar verlaagde dit naar elf jaar omdat de behandeling bij de rechtbank ongeveer zeven jaar langer duurde dan redelijk was.

Een schadevergoeding van 20.000 euro wegens shockschade voor de jongste dochter werd afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat zij rechtstreeks met het geweld of de gevolgen daarvan was geconfronteerd.

De man werd daarnaast schuldig bevonden aan een poging om een vuurwapen aan te schaffen. Door de juridische formulering van de tenlastelegging leverde dit echter geen strafbaar feit op.

Het hof wees het verzoek om onmiddellijke gevangenneming af. De opgelegde gevangenisstraf kan pas worden uitgevoerd wanneer de uitspraak onherroepelijk is.