DEN HAAG – Een boerenbedrijf krijgt geen aanvullende landbouwsubsidie voor kruidenrijk grasland waarop al een vergoeding vanuit het agrarisch natuurbeheer van toepassing is. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dinsdag 20 oktober 2026 geoordeeld dat het ministerie van Landbouw de subsidieaanvraag over 2023 terecht gedeeltelijk heeft afgewezen. Het bedrijf krijgt wel 500 euro schadevergoeding omdat de rechtszaak te lang heeft geduurd.

De zaak draait om een landbouwperceel waarop de betrokken maatschap twee subsidieregelingen wilde combineren. Het bedrijf voerde de activiteit 'grasland met kruiden' uit binnen de eco-regeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Tegelijkertijd ontving het een vergoeding voor dezelfde activiteit via het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).

Het ministerie kende de maatschap voor de eco-activiteit wel punten toe, maar geen financiële waarde. Volgens de regels die in 2023 golden, mocht dezelfde activiteit niet via beide regelingen worden vergoed.

Boerenbedrijf wil vergoeding voor deel perceel

De maatschap was het niet eens met deze beslissing. Volgens het bedrijf had het ministerie alleen voor het gedeelte van het perceel waarop beide subsidieregelingen elkaar overlapten de financiële waarde mogen schrappen.

Voor het overige deel van het perceel wilde de maatschap alsnog een vergoeding krijgen. Daarmee zou het bedrijf mogelijk in aanmerking komen voor een hogere uitbetaling binnen de eco-regeling, namelijk het niveau zilver.

Het boerenbedrijf wees daarbij op een wijziging van de subsidieregels die op 1 januari 2025 van kracht werd. Sindsdien wordt bij overlap tussen beide regelingen uitsluitend voor het overlappende gedeelte van een perceel geen waarde toegekend.

Volgens de maatschap bevestigde deze wijziging dat de regeling altijd al op deze manier had moeten worden toegepast.

Nieuwe subsidieregels gelden niet voor 2023

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven volgt die redenering niet. Volgens de rechters betreft de aanpassing van de subsidieregels een inhoudelijke wijziging en niet uitsluitend een verduidelijking van bestaande regels.

Voor de aanvraagjaren 2023 en 2024 mocht het ministerie daarom nog uitgaan van het volledige perceel wanneer daarop sprake was van overlappende activiteiten.

Het ministerie verklaarde tijdens de rechtszaak dat de computersystemen destijds niet geschikt waren om overlappende delen van percelen automatisch te scheiden.

Pas vanaf 2025 werd dit technisch mogelijk. Het achteraf aanpassen van alle subsidieaanvragen uit 2023 en 2024 zou volgens het ministerie handmatig moeten gebeuren. Door het grote aantal aanvragen zou dat te veel werk opleveren en bovendien een aanzienlijk risico op fouten met zich meebrengen.

De rechters vinden deze uitleg voldoende. Daarbij speelt mee dat landbouwers destijds zelf hun percelen konden opsplitsen bij het indienen van hun subsidieaanvraag.

Beroep ongegrond verklaard

Het College concludeert dat het ministerie de subsidieregels over 2023 correct heeft toegepast. De maatschap heeft daarom geen recht op een aanvullende financiële waarde voor de eco-activiteit op het betreffende perceel.

Het beroep wordt ongegrond verklaard. Het ministerie hoeft ook geen proceskosten voor het inhoudelijke geschil te vergoeden.

Wel 500 euro schadevergoeding

Hoewel het boerenbedrijf de zaak inhoudelijk verliest, ontvangt het toch een schadevergoeding van de Staat.

De procedure duurde namelijk langer dan de maximaal toegestane termijn van twee jaar. Het bezwaarschrift werd op 10 juni 2024 ontvangen, terwijl de rechter pas op 20 oktober 2026 uitspraak deed.

Daarmee werd de redelijke termijn met ruim vier maanden overschreden. Volgens het College is deze vertraging volledig toe te rekenen aan de behandeling van het beroep door de rechtbank.

De Staat moet daarom 500 euro aan immateriële schadevergoeding betalen. Daarnaast moet de Staat 467 euro aan proceskosten vergoeden die verband houden met het verzoek om schadevergoeding.

De uitspraak bevestigt dat landbouwers voor subsidieaanvragen over 2023 niet achteraf aanspraak kunnen maken op de gunstigere regels die sinds 2025 gelden voor overlappende eco-activiteiten en agrarisch natuurbeheer.

Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven, uitspraak 20 oktober 2026, ECLI:NL:CBB:2026:500.