TEXEL – Twee landbouwbedrijven op Texel krijgen definitief geen landbouwsubsidie voor ruim 87 hectare natuurgrond die zij gezamenlijk met andere boeren pachten van Staatsbosbeheer. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dinsdag 27 oktober bepaald dat de percelen niet afzonderlijk tot de bedrijven behoren. Opvallend is dat beide landbouwbedrijven hun beroepszaken wel winnen, maar uiteindelijk toch geen recht krijgen op de aangevraagde subsidie.
De zaak draait om een natuurgebied van 360,80 hectare dat door veertien personen en landbouwbedrijven gezamenlijk wordt gepacht. Twee van deze bedrijven hadden voor de jaren 2023 en 2024 landbouwsteun aangevraagd voor afzonderlijke percelen van bijna 40 en ruim 47 hectare. Het ging onder meer om de basispremie, de extra betaling voor de eerste veertig hectare en de eco-regeling.
Minister verandert standpunt
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wees de subsidieaanvragen aanvankelijk af omdat de opgegeven percelen volgens hem niet als landbouwgrond konden worden aangemerkt.
Tijdens de rechtszaak veranderde de minister echter van standpunt. Hij erkende dat de percelen wel degelijk landbouwgrond zijn en dat er landbouwactiviteiten plaatsvinden. Volgens de minister kwamen de boeren desondanks niet voor subsidie in aanmerking, omdat de grond niet afzonderlijk tot hun landbouwbedrijven behoort.
Percelen bestaan alleen op papier
De veertien pachters gebruiken het natuurgebied gezamenlijk en bepalen onderling waar het vee graast. Er zijn geen hekken of andere fysieke afscheidingen die de opgegeven percelen van elkaar scheiden.
De twee landbouwbedrijven hadden hun eigen oppervlakten uitsluitend op papier afgebakend. Daarbij was de verdeling gebaseerd op het aantal grootvee-eenheden waarover de bedrijven beschikken. Deze administratieve indeling moest voorkomen dat verschillende pachters dezelfde grond zouden opgeven bij hun subsidieaanvragen.
Volgens het College is daarmee onvoldoende aangetoond dat de afzonderlijke bedrijven zelfstandig over hun opgegeven percelen konden beschikken. Voor Europese landbouwsubsidies is niet alleen van belang dat grond voor landbouw wordt gebruikt, maar ook dat de aanvrager voldoende zeggenschap heeft over het beheer ervan.
Wel gelijk, maar geen subsidie
Het College oordeelt dat de minister de oorspronkelijke besluiten onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Daarom worden de beroepen van beide landbouwbedrijven gegrond verklaard en de besluiten vernietigd.
De uiteindelijke weigering blijft echter in stand, omdat de landbouwbedrijven niet kunnen aantonen dat zij voldoende zelfstandig over hun opgegeven percelen beschikken.
De minister moet beide bedrijven wel hun betaalde griffierecht van ieder 770 euro terugbetalen. Daarnaast moet hij in totaal 2.802 euro aan proceskosten vergoeden.




