LONDEN – De Britse economie krijgt opnieuw te maken met een flinke tegenvaller. De inflatie in het Verenigd Koninkrijk is in september gestegen naar 3,5 procent, het hoogste niveau in bijna een jaar. Vooral de sterk oplopende brandstofprijzen als gevolg van de oorlog met Iran zorgen ervoor dat het dagelijkse leven voor miljoenen Britten steeds duurder wordt. De nieuwe cijfers vergroten bovendien de kans dat de Bank of England volgende maand opnieuw de rente verhoogt, waardoor ook lenen en hypotheken duurder kunnen worden.
Volgens cijfers van het Britse statistiekbureau Office for National Statistics (ONS), die woensdag 21 oktober werden gepubliceerd, stegen de consumentenprijzen in september met 3,5 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. In augustus bedroeg de inflatie nog 3,1 procent.
De stijging viel bovendien hoger uit dan economen hadden verwacht. Zij rekenden gemiddeld op een inflatie van 3,4 procent.
Daarmee raakt het doel van de Britse centrale bank om de inflatie terug te brengen naar 2 procent opnieuw verder uit zicht.
Brandstofprijzen in een jaar met 30 procent gestegen
De belangrijkste oorzaak van de hogere inflatie ligt bij de sterk gestegen kosten voor vervoer en brandstof.
Volgens het ONS waren motorbrandstoffen in september gemiddeld 30 procent duurder dan een jaar eerder. In augustus bedroeg die prijsstijging nog 23 procent.
De oorlog met Iran speelt daarbij een belangrijke rol. Sinds de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran eind februari zijn de internationale olie- en gasmarkten ernstig ontregeld.
Vooral de problemen rond de Straat van Hormuz zorgen voor grote onzekerheid. Deze strategisch belangrijke zeestraat is normaal gesproken een van de belangrijkste transportroutes voor olie en vloeibaar aardgas.
Verstoringen van de scheepvaart hebben de internationale energievoorziening onder druk gezet. De gevolgen zijn inmiddels duidelijk merkbaar aan de Britse pomp.
Ook huishoudens voelen energiecrisis in portemonnee
De sterk gestegen energieprijzen raken niet alleen automobilisten. Ook huishoudens en bedrijven krijgen te maken met hogere kosten.
De Britse energietoezichthouder Ofgem heeft het prijsplafond voor een gemiddeld huishouden met een standaard energiecontract voor de periode oktober tot en met december vastgesteld op 1.723 pond per jaar.
Dat bedrag is geen vaste rekening voor ieder huishouden. De werkelijke kosten hangen af van het energieverbruik.
De Bank of England waarschuwde eerder al dat de energierekening begin 2027 verder kan stijgen wanneer de internationale gas- en elektriciteitsprijzen hoog blijven.
Vooral gezinnen met een laag inkomen worden hierdoor getroffen. Zij besteden doorgaans een relatief groot deel van hun inkomen aan noodzakelijke uitgaven zoals energie, voeding en vervoer.
Daarbij komt dat hogere transport- en productiekosten uiteindelijk ook kunnen doorwerken in de prijzen van andere goederen.
Bank of England staat voor moeilijk besluit
De nieuwe inflatiecijfers vergroten de druk op de Britse centrale bank om opnieuw in te grijpen.
Tijdens de vorige rentevergadering in september besloot de Bank of England de belangrijkste rente nog ongewijzigd te laten op 3,75 procent.
Dat besluit werd echter niet unaniem genomen. Zes bestuurders stemden voor handhaving van de rente, terwijl drie leden al een verhoging naar 4 procent wilden.
De eerstvolgende rentevergadering staat gepland voor donderdag 5 november.
Veel economen verwachten dat de centrale bank de rente dan met een kwart procentpunt verhoogt naar 4 procent.
Een hogere rente kan helpen de inflatie af te remmen doordat lenen duurder wordt en consumenten en bedrijven minder geld uitgeven.
Tegelijkertijd kan zo'n maatregel de economische groei verder onder druk zetten.
Hypotheekbezitters vrezen hogere maandlasten
Voor Britse huishoudens die een nieuwe hypotheek moeten afsluiten of hun bestaande hypotheekcontract moeten verlengen, kan een renteverhoging vervelende gevolgen hebben.
Hogere rentetarieven betekenen vaak hogere maandlasten, hoewel hypotheekverstrekkers toekomstige rentebesluiten gedeeltelijk vooraf in hun tarieven kunnen verwerken.
Ook bedrijven krijgen te maken met duurdere financiering. Investeringen in machines, bedrijfsgebouwen en uitbreiding worden daardoor minder aantrekkelijk.
De Britse economie bevindt zich daarmee in een lastige situatie. De centrale bank moet de inflatie bestrijden zonder de economische groei onnodig af te remmen.
Het probleem is dat hogere rente nauwelijks invloed heeft op de internationale olieaanvoer. De oorzaak van de huidige prijsstijgingen ligt immers voor een belangrijk deel buiten het Verenigd Koninkrijk.
Britse regering belooft maatregelen tegen hoge kosten
De Britse minister van Financiën, John Healey, heeft aangekondigd dat de regering bij de komende begrotingsverklaring aandacht zal besteden aan de oplopende kosten van levensonderhoud.
Volgens de minister wil het kabinet proberen huishoudens en bedrijven meer financiële ruimte te geven.
Welke maatregelen daarvoor worden ingezet, is nog niet duidelijk.
De regering staat daarbij voor een ingewikkelde afweging. Extra financiële steun kan de gevolgen van dure energie verzachten, maar kost tegelijkertijd overheidsgeld en kan, afhankelijk van de vormgeving, de inflatiedruk beïnvloeden.
Inflatie kan begin 2027 verder oplopen
De vooruitzichten voor de Britse economie blijven voorlopig onzeker.
De Bank of England verwachtte in september al dat de inflatie in het laatste kwartaal van 2026 zou kunnen oplopen tot ongeveer 3,75 procent.
Voor het eerste kwartaal van 2027 werd zelfs rekening gehouden met een inflatie van iets meer dan 4 procent.
Die ramingen zijn afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de internationale energieprijzen en de situatie in het Midden-Oosten.
Zolang de oorlog met Iran voortduurt en de aanvoer van olie en gas kwetsbaar blijft, bestaat het risico dat de prijsdruk verder toeneemt.
Voor Britse huishoudens betekent dit dat een einde aan de periode van hoge kosten voor levensonderhoud voorlopig nog niet in zicht is.
De grote vraag is of de Bank of England met een nieuwe renteverhoging de prijsstijgingen voldoende kan afremmen, zonder dat de toch al kwetsbare Britse economie verder verzwakt.




