DEN HAAG – Jongvolwassenen die tijdens hun jeugd opgroeiden in een huishouden met een bijstandsuitkering, hebben op 29-jarige leeftijd minder vaak betaald werk dan leeftijdsgenoten zonder deze achtergrond. Ook hebben zij minder vaak een diploma in het hoger onderwijs en zijn zij vaker afhankelijk van een uitkering. Dat blijkt uit onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag 20 oktober heeft gepubliceerd.
Voor het onderzoek volgde het CBS 186.000 mensen die in 2013 achttien jaar werden en in 2024 de leeftijd van 29 jaar bereikten. De onderzoekers bekeken vanaf hun twaalfde levensjaar maandelijks gegevens over onder meer de huishoudenssituatie, het inkomen en de arbeidsmarktpositie.
Een op de tien groeide op met bijstand
Van de onderzochte jongvolwassenen groeide 90 procent op in een huishouden dat tussen hun twaalfde en achttiende levensjaar nooit een bijstandsuitkering ontving.
De overige 10 procent maakte tijdens de jeugd wel een periode van bijstandsafhankelijkheid mee. Bij 7 procent ging het om minder dan vijf jaar en bij 3 procent om vijf jaar of langer.
De verschillen in maatschappelijke positie zijn op 29-jarige leeftijd nog duidelijk zichtbaar.
Grote verschillen op de arbeidsmarkt
Van de jongvolwassenen die nooit in een bijstandsgezin opgroeiden, heeft 89 procent op 29-jarige leeftijd werk. Onder degenen die vijf jaar of langer in een huishouden met bijstand leefden, ligt dat percentage op 69 procent.
Ook de afhankelijkheid van uitkeringen verschilt aanzienlijk. Van de eerste groep heeft 6 procent een uitkering als belangrijkste inkomensbron. Bij degenen die langdurig met bijstand opgroeiden, is dat 20 procent.
Het gaat daarbij onder meer om bijstandsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en WW-uitkeringen.
Hoe langer jongeren tijdens hun jeugd in een huishouden met bijstand verbleven, hoe kleiner volgens de CBS-cijfers het aandeel dat op 29-jarige leeftijd werkt.
Tekst gaat verder onder de grafiek:
Minder vaak een diploma in het hoger onderwijs
Ook bij het opleidingsniveau bestaan grote verschillen.
Van de jongeren zonder bijstandsachtergrond heeft 50 procent op 29-jarige leeftijd een hbo- of wo-diploma. Onder degenen die deels in een bijstandsgezin opgroeiden, is dat ongeveer 20 procent.
Een groter deel van deze laatste groep heeft als hoogste afgeronde opleiding havo, vwo of mbo op niveau 2 of hoger. Bij jongeren met een bijstandsachtergrond ligt dat aandeel rond de 55 procent, tegenover 43 procent bij jongeren zonder deze achtergrond.
Het aantal jaren dat een huishouden bijstand ontving, maakt voor het behaalde opleidingsniveau relatief weinig verschil.
Ook werkenden hebben minder vaak een vast contract
De verschillen verdwijnen niet wanneer jongvolwassenen wel betaald werk hebben gevonden.
Van de werknemers zonder bijstandsachtergrond heeft 71 procent op 29-jarige leeftijd een vast contract. Bij werknemers die tijdens hun jeugd een of meer jaren in een bijstandsgezin leefden, ligt dat aandeel rond de 60 procent.
Daarnaast werken zij gemiddeld minder uren per week en verdienen zij een lager uurloon.
Het CBS beschrijft hiermee een statistische samenhang. Uit de cijfers kan niet worden geconcludeerd dat het ontvangen van bijstand door de ouders rechtstreeks de oorzaak is van de latere verschillen.
Bijstandsuitkeringen sinds 1980 sterk veranderd
Historische gegevens van het CBS laten zien dat het aantal algemene bijstandsuitkeringen door de jaren heen sterk heeft geschommeld.
In 1980 telde Nederland aan het einde van het jaar ongeveer 230.000 algemene bijstandsuitkeringen. Tijdens de economische crisis van de jaren tachtig steeg dit aantal snel. In 1985 werd een niveau van ongeveer 583.000 bereikt.
Daarna nam het aantal geleidelijk af. Eind 2008 waren er ongeveer 292.000 algemene bijstandsuitkeringen. In de jaren na de financiële crisis volgde opnieuw een stijging, tot ongeveer 442.000 eind 2016.
Eind 2025 waren er ruim 403.000 algemene bijstandsuitkeringen. Volgens de voorlopige CBS-cijfers over juli 2026 waren dat er ongeveer 406.000.
Deze historische cijfers hebben betrekking op het aantal uitkeringen en niet op het aantal afzonderlijke personen. Een uitkering aan een paar telt bijvoorbeeld als één uitkering.
Onderzoek laat langdurige verschillen zien
Het CBS-onderzoek maakt duidelijk dat verschillen in opleiding, werkgelegenheid en inkomenszekerheid ook jaren na de jeugd zichtbaar kunnen blijven.
De uitkomsten bieden daarmee inzicht in de maatschappelijke positie van mensen die in verschillende financiële omstandigheden zijn opgegroeid.
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 20 oktober 2026. CBS StatLine, Tijdreeksen sociale zekerheid en Bijstandsuitkeringenstatistiek.




