DEN HAAG – De ChristenUnie wil dat Nederland met spoed diplomatieke druk uitoefent op Israël om de eigendomsrechten van de Palestijnse familie Nassar te beschermen. Aanleiding is een besluit van een Israëlische militaire commissie om de registratie van ruim 42 hectare grond bij Bethlehem af te wijzen. Tweede Kamerlid Don Ceder heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken.

De familie Nassar beheert de internationaal bekende boerderij Tent of Nations op de bezette Westelijke Jordaanoever. De familie strijdt al tientallen jaren voor officiële erkenning van haar grondbezit. Ondanks eerdere rechterlijke uitspraken en historische eigendomspapieren is die erkenning nog altijd niet afgerond.

Israëlische commissie wijst registratie af

Op 8 oktober 2026 wees een Israëlische militaire commissie de aanvraag van de familie Nassar voor registratie van haar grond af. Volgens berichten over het besluit moet de familie niet alleen haar eigen 427 dunam grond laten registreren, maar ook aangrenzende percelen die eigendom zijn van anderen.

Daarmee zou het registratieproces betrekking moeten hebben op ongeveer 1.000 dunam, omgerekend 100 hectare. Zolang dat niet gebeurt, blijft de grond volgens de aangehaalde beslissing aangemerkt als Israëlisch staatsland.

Ceder vraagt de minister of deze lezing van het besluit klopt. Volgens het Kamerlid is het onredelijk wanneer een familie verantwoordelijk wordt gehouden voor de registratie van grond die niet van haar is.

De ChristenUnie wil weten welke juridische mogelijkheden de familie nog heeft om het besluit aan te vechten.

Grond al meer dan honderd jaar in familiebezit

De geschiedenis van Tent of Nations gaat terug tot 1916, toen de familie Nassar het landbouwgebied bij Bethlehem in gebruik nam. Volgens de Nederlandse stichting Vrienden van Tent of Nations beschikt de familie over eigendomspapieren en werd de grond in 1924 geregistreerd.

In 1991 verklaarden de Israëlische autoriteiten het gebied, inclusief de grond van de familie, tot staatsland. Sindsdien voert de familie een langdurige juridische strijd om haar eigendomsrechten erkend te krijgen.

Het Israëlische Hooggerechtshof gaf volgens de Kamervragen in 2006 opdracht om een procedure voor herregistratie mogelijk te maken. De familie diende vervolgens de benodigde documenten in, maar de afhandeling liep jarenlang vertraging op.

Met het besluit van 8 oktober dreigt het registratieproces opnieuw vast te lopen.

Toenemende druk door Israëlische kolonisten

De juridische strijd staat niet op zichzelf. Tent of Nations ligt in een gebied waar Israëlische nederzettingen en buitenposten de afgelopen jaren zijn uitgebreid.

De familie meldt al langere tijd problemen met de toegang tot haar landbouwgrond, intimidatie door kolonisten en beperkingen bij het onderhouden van de boerderij.

In april 2026 bevestigde minister Berendsen in antwoorden op eerdere Kamervragen dat de situatie rond Tent of Nations was verslechterd.

Volgens de minister was een nabijgelegen buitenpost verder uitgebreid richting het terrein van de familie. Ook was sprake van toenemende intimidatie en het betreden van het gebied door kolonisten.

Daarnaast waren wegen en andere infrastructuur aangelegd die volgens Israëlische rechterlijke uitspraken illegaal zijn en verwijderd moeten worden. De minister stelde destijds vast dat de Israëlische autoriteiten onvoldoende maatregelen hadden genomen om deze uitspraken uit te voeren.

ChristenUnie wil bescherming van familie

Ceder vraagt nu of de bewegingsvrijheid van de familie Nassar verder is beperkt sinds de vorige beantwoording van Kamervragen.

De ChristenUnie wil dat Nederland zich niet uitsluitend richt op juridische erkenning van het grondbezit, maar ook op de dagelijkse veiligheid van de familie.

Volgens het Kamerlid moeten de Israëlische autoriteiten ervoor zorgen dat de bewoners hun grond kunnen bereiken, bewerken en onderhouden zonder intimidatie of nieuwe beperkingen.

Ook moet worden voorkomen dat anderen delen van het terrein in bezit nemen.

De partij vraagt de minister daarom met spoed bij Israël aan te dringen op bescherming van de familie en haar bezoekers.

Nederland moet druk opvoeren

Nederland volgt de situatie rond Tent of Nations al langer. In eerdere antwoorden aan de Tweede Kamer liet het kabinet weten de kwestie regelmatig bij de Israëlische autoriteiten onder de aandacht te brengen.

Dat gebeurt via diplomatieke contacten vanuit Den Haag, de Nederlandse ambassade in Tel Aviv en de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah.

Ceder wil weten of deze inspanningen daadwerkelijk tot verbeteringen hebben geleid.

Ook vraagt hij of het Israëlische besluit om de diplomatieke status van Nederlandse diplomaten in Ramallah in te trekken gevolgen heeft voor de Nederlandse inzet rond Tent of Nations.

De ChristenUnie wil voorkomen dat eventuele diplomatieke beperkingen leiden tot minder aandacht voor de veiligheid en eigendomsrechten van de familie.

Ook andere Kamerleden stellen vragen

De kwestie houdt inmiddels meerdere politieke partijen bezig. Op 16 oktober stelden Hanneke van der Werf, Maes van Lanschot en Kati Piri eveneens Kamervragen over de registratie van Palestijnse grond op de Westelijke Jordaanoever.

Zij willen onder meer weten of Israël het registratieproces gebruikt om Palestijnse grond onder staatscontrole te brengen.

Ook vragen zij aandacht voor de positie van de familie Nassar en de mogelijke gevolgen van nieuwe Israëlische registratieprocedures.

De discussie raakt daarmee aan de bredere internationale zorgen over de Israëlische bezetting van Palestijns gebied en de uitbreiding van nederzettingen.

Antwoorden nog voor begrotingsbehandeling

Ceder vraagt minister Berendsen om zowel rechtstreeks bij Israël als binnen de Europese Unie aan te dringen op erkenning van de eigendomsrechten van de familie Nassar.

Daarbij moet volgens de ChristenUnie worden vastgehouden aan de registratie van de oorspronkelijke 427 dunam, zonder aanvullende verplichtingen voor grond van andere eigenaren.

Ook verlangt de partij maatregelen tegen intimidatie, beperkingen van de bewegingsvrijheid en verdere aantasting van het grondbezit.

De schriftelijke vragen zijn op 19 oktober 2026 ingediend. Ceder wil dat de minister ze beantwoordt voordat de Tweede Kamer de begroting van Buitenlandse Zaken behandelt.

Of Nederland aanvullende diplomatieke stappen gaat zetten, moet blijken uit de beantwoording.