Er zijn momenten waarop diplomatie niet langer getuigt van beschaving, maar van lafheid. Waarop eindeloos overleg, voorzichtige verklaringen en vriendelijk glimlachende regeringsleiders niets anders meer zijn dan een uitnodiging om nog eens over je heen te laten lopen. Voor mij is dat moment inmiddels aangebroken. Donald Trump heeft zaterdag 10 oktober 2026 opnieuw laten zien hoe weinig waarde hij hecht aan internationale afspraken, bondgenootschappen en het lot van miljoenen Oekraïners.

Terwijl Russische raketten en drones Oekraïense steden blijven treffen, vindt de Amerikaanse president het blijkbaar belangrijker om de Oekraïense president Volodymyr Zelensky de schuld te geven van het uitblijven van vrede. Sterker nog, Trump vindt dat Oekraïne maar een andere president moet krijgen. Een president die wél bereid is een overeenkomst met Rusland te sluiten.

Ik vraag me werkelijk af hoeveel politieke schaamteloosheid iemand kan tentoonspreiden voordat de rest van de wereld eindelijk zegt: tot hier en niet verder.

Want laten we één ding niet vergeten. Het was niet Oekraïne dat Rusland binnenviel. Het was niet Zelensky die opdracht gaf om Russische steden te bombarderen, Oekraïense kinderen te ontvoeren of miljoenen mensen van huis en haard te verdrijven. Het was Vladimir Poetin die op 24 februari 2022 besloot een grootschalige invasie van een soeverein buurland te beginnen.

En toch durft Trump de Oekraïense president neer te zetten als degene die vrede tegenhoudt.

Ik vind het ronduit weerzinwekkend.

Een Amerikaanse president die voor Poetin buigt

Een dag eerder, op vrijdag 9 oktober, kondigde Trump een overeenkomst met Rusland aan over de levering van diesel. Aanvankelijk gaat het om meer dan 300.000 ton. Daarna moeten nog veel grotere hoeveelheden volgen. Om deze handel mogelijk te maken, heeft Washington de Amerikaanse sancties tegen Russische diesel tijdelijk versoepeld.

Dat zijn sancties die juist bedoeld waren om de Russische inkomsten te beperken waarmee Poetin zijn oorlog kan financieren.

Laat dat eens goed doordringen.

Terwijl Oekraïense burgers schuilen voor Russische bombardementen, opent Trump opnieuw een inkomstenbron voor Moskou. Terwijl Europese landen miljarden investeren in de verdediging van Oekraïne, helpt de Amerikaanse president de Russische brandstofhandel weer op gang.

En waarom? Omdat Amerikaanse dieselprijzen hoog zijn en Trump de politieke gevolgen daarvan vreest.

Voor mij is het beeld duidelijk. Zodra zijn eigen politieke belangen in gevaar komen, zijn de vrijheid van Oekraïne, de veiligheid van Europa en de internationale rechtsorde ineens ondergeschikt.

Ik zie geen staatsman die vrede probeert te bereiken. Ik zie een president die bereid is zijn bondgenoten te laten vallen wanneer dat hem beter uitkomt.

Trump presenteert zichzelf graag als de grote onderhandelaar, de man die met één telefoontje oorlogen kan beëindigen. Maar wat stelt dat zogenaamde onderhandelingstalent voor wanneer hij vooral druk uitoefent op het land dat wordt aangevallen?

Dat is geen vredespolitiek. Dat is politieke capitulatie vermomd als diplomatie.

Het slachtoffer moet wijken, de agressor wordt beloond

Wat mij misschien nog wel het meest woedend maakt, is de morele omkering die Trump voortdurend probeert te verkopen.

Zelensky moet volgens hem verdwijnen omdat hij onvoldoende bereid zou zijn vrede te sluiten. Oekraïne moet stoppen met aanvallen op Russische raffinaderijen, terwijl Rusland de Oekraïense energievoorziening en burgerdoelen blijft bestoken.

Poetin krijgt economische verlichting. Zelensky krijgt verwijten.

Wie zo redeneert, heeft wat mij betreft iedere geloofwaardigheid als neutrale vredesbemiddelaar verloren.

Natuurlijk wil ik dat de oorlog eindigt. Iedere dag dat deze verschrikking voortduurt, betekent nieuwe doden, verwoeste gezinnen en een verdere vernietiging van Oekraïne.

Maar vrede is iets anders dan overgave.

Een overeenkomst waarbij een agressor wordt beloond voor het veroveren van grondgebied, is geen duurzame vrede. Het is een uitnodiging voor de volgende oorlog.

Als Poetin leert dat langdurig bombarderen, dreigen en volhouden uiteindelijk territoriale winst en economische voordelen opleveren, waarom zou hij dan bij Oekraïne stoppen?

Ik verwacht niet dat Trump die vraag serieus beantwoordt. Zijn politieke wereld lijkt vooral te draaien om zijn eigen gelijk, zijn eigen imago en zijn behoefte om als winnaar te worden gezien.

Ik beschouw hem inmiddels als een narcistische, pathetische en vrijwel schier onbetrouwbare politieke figuur. Iemand voor wie de waarheid ondergeschikt lijkt aan het verhaal dat hem op dat moment het beste uitkomt.

Zijn voortdurende grootspraak kan niet verhullen wat ik als zijn grootste tekortkoming zie: een onthutsend gebrek aan moreel leiderschap.

Europa moet ophouden met kruipen

Het wordt hoog tijd dat Europese regeringsleiders hun afhankelijkheid van Washington onder ogen zien.

Al veel te lang gedragen zij zich alsof de Verenigde Staten onder alle omstandigheden een betrouwbare bondgenoot blijven. Alsof de NAVO een vanzelfsprekende verzekering is en alsof Europa bij iedere nieuwe vernedering slechts wat harder moet proberen Trump tevreden te houden.

Die houding moet stoppen.

Ik wil dat de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, Canada en andere democratische bondgenoten een gezamenlijk front vormen. Niet tegen de Amerikaanse bevolking, maar tegen het beleid van een president die de belangen van zijn bondgenoten steeds opnieuw ondergeschikt maakt aan zijn eigen politieke agenda.

Europa moet militair, economisch en technologisch veel zelfstandiger worden. De afhankelijkheid van Amerikaanse wapensystemen, software, communicatiemiddelen en financiële infrastructuur is inmiddels een strategisch risico.

We kunnen niet blijven vertrouwen op een bondgenoot die vandaag veiligheid belooft en morgen economische afspraken maakt met de agressor tegen wie die veiligheid juist bedoeld is.

Ik besef dat een harde confrontatie met Washington gevolgen heeft. Ook voor Nederland. Maar wie voortdurend terugdeinst uit angst voor economische schade, levert uiteindelijk zijn politieke zelfstandigheid in.

Wat is Europese soevereiniteit waard als we die uitsluitend durven verdedigen zolang Washington daarmee instemt?

Tijd voor een algehele boycot van Amerikaanse goederen

Ik vind dat Europa serieus moet inzetten op een algehele boycot van Amerikaanse goederen.

Geen vrijblijvende oproepen om wat minder Amerikaanse producten te kopen. Geen symbolische strafheffingen op een paar producten om vervolgens weer braaf aan de onderhandelingstafel te verschijnen.

Ik pleit voor een gecoördineerd Europees beleid dat Amerikaanse exporteurs daadwerkelijk raakt.

Dat betekent een fundamentele herziening van de handelsrelatie, vergaande importbeperkingen waar die juridisch mogelijk zijn en een versnelde overstap naar Europese alternatieven.

Ja, dat kan banen kosten. Ja, Nederlandse exporteurs kunnen worden getroffen. En ja, consumenten kunnen hogere prijzen gaan betalen.

Ik ga niet doen alsof economische onafhankelijkheid gratis is.

Maar ik vind dat de prijs van voortdurende politieke onderwerping veel hoger kan uitvallen.

Een Europa dat niet bereid is offers te brengen om zijn eigen waarden en belangen te verdedigen, zal nooit als gelijkwaardige macht worden behandeld.

Tegelijk moet Europa verstandig genoeg zijn om de eigen economie niet onnodig te ontwrichten. Daarom moet een dergelijke boycot gezamenlijk, juridisch zorgvuldig en gefaseerd worden voorbereid, met bescherming voor kwetsbare sectoren en werknemers.

Het doel is niet om gewone Amerikanen collectief te straffen. Het doel is om duidelijk te maken dat economisch en politiek machtsmisbruik gevolgen heeft.

ASML is een machtsmiddel dat Nederland moet durven gebruiken

Nederland bezit met ASML een van de belangrijkste technologische ondernemingen ter wereld.

De machines uit Veldhoven zijn van essentieel belang voor de productie van geavanceerde halfgeleiders. Zonder deze technologie kunnen grote delen van de moderne chipindustrie niet op dezelfde manier functioneren.

Toch blijft Nederland zich in internationale handelsconflicten vaak gedragen alsof het nauwelijks iets te vertellen heeft.

Ik zou willen dat daar verandering in komt.

Wat mij betreft moet Europa onderzoeken of nieuwe leveringen van geavanceerde ASML-machines aan Amerikaanse chipproducenten zoals Intel kunnen worden beperkt wanneer Washington zijn vijandige beleid tegenover Europese belangen voortzet.

Ook de afhankelijkheid van Amerikaanse bedrijven als AMD en Nvidia verdient aandacht. Zij zijn voor hun geavanceerde chips grotendeels afhankelijk van fabrikanten zoals TSMC, die op hun beurt ASML-technologie gebruiken.

Een rechtstreekse leveringsstop van ASML aan AMD of Nvidia zou daarom weinig betekenis hebben. Die bedrijven produceren het grootste deel van hun chips immers niet zelf. Europa zou moeten kijken naar de werkelijke toeleveringsketens en de juridische mogelijkheden om Amerikaanse technologiebedrijven gericht onder druk te zetten.

Ik realiseer me dat een dergelijke maatregel ook ASML, Nederlandse toeleveranciers en de Europese economie hard kan raken. Bovendien zijn internationale productieketens ingewikkeld en kunnen beperkingen voor Amerikaanse eindgebruikers ook niet-Amerikaanse chipfabrikanten treffen.

Maar het feit dat een machtsmiddel economische gevolgen heeft, betekent niet dat het nooit mag worden ingezet.

Washington gebruikt exportbeperkingen al jaren als geopolitiek instrument. Waarom zou Europa zijn eigen strategische technologie dan onder alle omstandigheden zonder politieke voorwaarden beschikbaar moeten blijven stellen?

Handen af van het Internationaal Strafhof

Alsof de aanval op Oekraïne nog niet voldoende aanleiding geeft voor een fundamentele herziening van de relatie met Washington, heeft de regering-Trump ook haar campagne tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag verder opgevoerd.

De op 9 oktober aangekondigde Amerikaanse sancties bedreigen niet alleen functionarissen van het hof, maar kunnen ook ondernemingen raken die essentiële diensten aan het Strafhof leveren.

Daarmee dreigt Washington het functioneren van een internationale justitiële instelling te ondermijnen.

Voor mij is dat volstrekt onaanvaardbaar.

Het Internationaal Strafhof moet onafhankelijk onderzoek kunnen doen naar de zwaarste internationale misdrijven. Ongeacht of verdachten afkomstig zijn uit Rusland, Israël, de Verenigde Staten of welk ander land dan ook.

Geen enkele regering hoort boven het internationaal recht te staan.

Juist Nederland, als gastland van het Strafhof, heeft hier een bijzondere verantwoordelijkheid. Den Haag presenteert zich graag als internationale stad van vrede en recht. Dan moet Nederland ook bereid zijn dat recht te verdedigen wanneer een machtige bondgenoot het onder druk zet.

Activeer de Europese blokkeringsverordening

De Europese Unie beschikt over een juridisch instrument dat in deze discussie veel nadrukkelijker op tafel moet komen: de blokkeringsverordening, vaak de Europese blokkeerwet genoemd.

Deze verordening, nummer 2271/96, werd in 1996 ingevoerd om Europese bedrijven en burgers te beschermen tegen de buitensporige werking van bepaalde buitenlandse sanctiewetten.

De regeling kan Europese ondernemingen verbieden om zonder toestemming mee te werken aan specifiek aangewezen buitenlandse sancties. Ook kan zij bescherming bieden tegen bepaalde buitenlandse rechterlijke uitspraken en mogelijkheden bieden om geleden schade te verhalen.

Maar daarvoor moeten de betreffende Amerikaanse sanctieregels wel onder het toepassingsbereik van de verordening worden gebracht. Voor de sancties tegen het Internationaal Strafhof vraagt dat om een aanpassing van de bijlage.

De Europese Commissie heeft die mogelijkheid al onderzocht.

Mijn boodschap aan Brussel is daarom eenvoudig: stop met eindeloos bestuderen en zet onmiddellijk de noodzakelijke juridische stappen.

Zorg dat Amerikaanse sancties tegen het Strafhof onder de Europese blokkeringsverordening vallen. Bescherm banken, betalingsverwerkers, ICT-bedrijven en andere Europese dienstverleners die het Strafhof overeind houden.

De blokkeringsverordening is overigens geen algemeen wapen waarmee Europa zomaar alle Amerikaanse handelsmaatregelen kan uitschakelen. Voor een bredere economische confrontatie beschikt de EU ook over het anti-dwanginstrument, waarmee zij onder vastgestelde voorwaarden tegenmaatregelen kan nemen tegen economische druk van landen buiten de Unie.

Gebruik die instrumenten waarvoor ze zijn bedoeld. Niet als decoratie in Brusselse beleidsstukken, maar om Europese belangen daadwerkelijk te beschermen.

Trump moet van het politieke toneel verdwijnen

Ik ben de voortdurende vernederingen, de tegenstrijdige verklaringen en het politieke opportunisme van Trump meer dan zat.

Een president die een aangevallen land de schuld geeft van zijn eigen tragedie, de agressor economisch tegemoetkomt en internationale rechtspraak onder druk zet, heeft wat mij betreft zijn morele gezag verspeeld.

Dat betekent niet dat ik de Verenigde Staten als land afschrijf. Amerika bestaat uit veel meer dan Donald Trump. Er zijn miljoenen Amerikanen die democratie, rechtsstaat en internationale samenwerking wel degelijk belangrijk vinden.

Maar ik vind dat Trump zo snel mogelijk van het politieke toneel moet verdwijnen, via de democratische en constitutionele wegen die daarvoor bestaan. Liever gisteren dan vandaag.

Tot die tijd mogen Europa en zijn partners hun veiligheid niet laten afhangen van zijn volgende opwelling, zijn volgende telefoongesprek met Poetin of zijn volgende politieke behoefte om zichzelf tot winnaar uit te roepen.

Ik wil een Europa dat zijn rug recht, zijn eigen belangen verdedigt en eindelijk durft te zeggen dat bondgenootschap wederzijds vertrouwen vereist.

Niet een Europa dat bij iedere nieuwe Amerikaanse dreiging angstig naar Washington kijkt en vervolgens alsnog toegeeft.

Want wat mij betreft is de grens bereikt.

Wanneer een Amerikaanse president de agressor helpt en het slachtoffer de schuld geeft, is dat geen moment voor nog een diplomatieke glimlach.

Dan is het tijd om consequenties te verbinden aan zijn handelen.

Europa moet niet langer wachten op de volgende vernedering. Europa moet eindelijk zijn tanden laten zien.