DEN HAAG – Slachtoffers van ernstig online seksueel misbruik moeten volgens D66 dezelfde mogelijkheden krijgen voor kosteloze rechtsbijstand als slachtoffers van fysiek seksueel geweld. Tweede Kamerleden Joost Sneller en Hanneke van der Werf hebben hierover schriftelijke vragen gesteld aan staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid. De partij wil dat de wetgeving wordt aangepast als blijkt dat slachtoffers door de huidige regels buiten de regeling voor gratis juridische hulp vallen.
De Kamervragen zijn op maandag 19 oktober 2026 ingediend. Volgens D66 bestaat er mogelijk een ongelijkheid tussen slachtoffers van verschillende vormen van seksueel geweld. Hoewel zowel online als fysiek seksueel misbruik strafbaar is, kunnen de voorwaarden voor gratis rechtsbijstand verschillen.
Verschil tussen online en fysiek seksueel geweld
De Wet seksuele misdrijven, die op 1 juli 2024 in werking trad, heeft de strafrechtelijke bescherming tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag uitgebreid. Daarbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan misdrijven die via internet en sociale media worden gepleegd.
Onder de wet vallen onder meer verschillende vormen van online seksuele intimidatie en het seksueel benaderen van kinderen via digitale communicatiemiddelen.
Toch betekent strafbaarheid niet automatisch dat slachtoffers aanspraak kunnen maken op een advocaat die volledig door de overheid wordt betaald.
Sneller en Van der Werf willen weten waarom slachtoffers van ernstig online seksueel misbruik mogelijk niet dezelfde toegang tot kosteloze rechtsbijstand hebben als slachtoffers van fysieke seksuele misdrijven.
De Kamerleden vragen de staatssecretaris te bevestigen of dit verschil wordt veroorzaakt door de bepalingen in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
Gratis advocaat niet voor iedereen beschikbaar
Slachtoffers van ernstige gewelds- en seksuele misdrijven kunnen onder bepaalde voorwaarden kosteloze rechtsbijstand krijgen. Daarbij speelt de Wet op de rechtsbijstand een belangrijke rol.
Volgens artikel 44 van deze wet kan een slachtoffer van een seksueel misdrijf of geweldsmisdrijf recht hebben op een gratis advocaat, ongeacht het inkomen of vermogen. Daarvoor gelden wettelijke voorwaarden, waaronder vervolging in de betreffende strafzaak en de toepasselijkheid van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
Dat laatste zorgt in bepaalde gevallen voor problemen.
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven maakt onderscheid tussen verschillende vormen van seksueel misbruik. Zo valt het zonder toestemming verspreiden van seksueel beeldmateriaal van een volwassene op zichzelf niet onder de regeling, zelfs wanneer het slachtoffer daardoor ernstige psychische klachten ontwikkelt.
Wanneer iemand minderjarig was op het moment dat het seksuele beeldmateriaal werd gemaakt, kan de situatie anders liggen. Het maken van dergelijk beeldmateriaal van minderjarigen valt wel onder de reikwijdte van het Schadefonds.
Het is daarom niet zo dat alle slachtoffers van online seksueel misbruik zijn uitgesloten. De vraag is welke vormen van online misbruik onder de wettelijke voorwaarden vallen.
Psychische gevolgen kunnen ingrijpend zijn
Online seksueel misbruik kan grote gevolgen hebben voor slachtoffers. Wanneer intieme beelden zonder toestemming worden verspreid, kunnen deze langdurig op internet blijven circuleren.
Slachtoffers kunnen daardoor te maken krijgen met angst, schaamte, bedreigingen, sociale isolatie en ernstige psychische problemen.
Ook kan het lastig zijn om eenmaal verspreid beeldmateriaal volledig van internet te laten verwijderen. Kopieën kunnen opnieuw worden geplaatst of via besloten groepen worden verspreid.
De gevolgen kunnen zich uitstrekken tot het dagelijks leven, werk, opleiding en persoonlijke relaties.
Juist daarom is juridische ondersteuning belangrijk. Een advocaat kan slachtoffers begeleiden tijdens een strafprocedure, adviseren over hun rechten en helpen bij het indienen van een schadeclaim.
D66 wil voorkomen dat slachtoffers van ernstig online seksueel misbruik deze ondersteuning moeten missen omdat hun ervaringen juridisch anders worden beoordeeld dan fysiek seksueel geweld.
Schadefonds hanteert wettelijke voorwaarden
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven verstrekt financiële tegemoetkomingen aan slachtoffers van ernstige gewelds- en seksuele misdrijven.
Daarbij wordt gekeken naar de aard van het strafbare feit en de lichamelijke of psychische gevolgen voor het slachtoffer.
Niet ieder strafbaar feit valt automatisch onder de regeling. Ook wanneer iemand aantoonbaar ernstige schade heeft geleden, moet het misdrijf voldoen aan de wettelijke voorwaarden.
De relatie tussen deze voorwaarden en de toegang tot kosteloze rechtsbijstand is precies het punt waarover D66 duidelijkheid verlangt.
De Kamerleden vragen de staatssecretaris daarom niet alleen om uitleg, maar ook om een mogelijke oplossing.
D66 wil aanpassing van twee wetten
Sneller en Van der Werf vragen of de staatssecretaris bereid is zowel de Wet op de rechtsbijstand als de Wet schadefonds geweldsmisdrijven aan te passen.
Daarmee willen zij bereiken dat slachtoffers van ernstig online seksueel misbruik voortaan onder dezelfde voorwaarden kosteloze juridische bijstand kunnen ontvangen als slachtoffers van ernstige fysieke seksuele misdrijven.
Een wetswijziging zou kunnen voorkomen dat de toegang tot een gratis advocaat afhankelijk blijft van de manier waarop het seksuele misbruik heeft plaatsgevonden.
Of daarvoor daadwerkelijk beide wetten moeten worden gewijzigd, moet blijken uit de beantwoording door de staatssecretaris.
Antwoorden voor debat over slachtofferbeleid
D66 wil dat de schriftelijke vragen worden beantwoord voordat de Tweede Kamer het commissiedebat over slachtofferbeleid houdt.
Tijdens dat debat kan de Kamer vervolgens bespreken of de huidige wettelijke regelingen voldoende aansluiten bij de digitale vormen van seksueel geweld waarmee slachtoffers tegenwoordig worden geconfronteerd.
De staatssecretaris moet nog duidelijk maken of de door D66 gesignaleerde ongelijkheid bestaat en welke maatregelen eventueel nodig zijn.
Voorlopig is er nog geen voorstel tot wetswijziging aangekondigd naar aanleiding van deze Kamervragen.




