DEN HAAG – Kinderen die zijn geboren als gevolg van incestueus seksueel misbruik kunnen worden erkend als rechtstreeks slachtoffer en aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State van 7 oktober 2026. Staatssecretaris Claudia van Bruggen van Justitie en Veiligheid heeft de Tweede Kamer hierover maandag 2 november geïnformeerd.

De uitspraak volgt op een zaak van een man die werd geboren nadat zijn destijds minderjarige moeder seksueel was misbruikt door haar eigen vader. Zijn aanvraag voor een financiële tegemoetkoming werd aanvankelijk afgewezen omdat het misdrijf volgens het Schadefonds niet rechtstreeks tegen hem was gepleegd.

Raad van State komt tot ander oordeel

De rechtbank oordeelde eerder dat het psychische letsel van de man voldoende verband hield met het misbruik van zijn moeder. De Raad van State heeft dit oordeel bevestigd.

Volgens de hoogste bestuursrechter raakt dergelijk misbruik niet alleen de moeder, maar ook het kind rechtstreeks in zijn psychische integriteit en identiteitsontwikkeling. Dat het psychische letsel pas na de geboorte ontstaat, verandert daar niets aan.

Ernstig psychisch letsel aantonen

De uitspraak betekent niet dat automatisch iedere aanvraag wordt toegekend. Betrokkenen moeten kunnen aantonen dat zij ernstig psychisch letsel hebben opgelopen.

Het Schadefonds moet binnen twaalf weken na de uitspraak opnieuw beslissen over de aanvraag van de betrokken man.

Motie Tweede Kamer afgehandeld

Tweede Kamerlid Songül Mutluer (PRO) had de regering eerder gevraagd kinderen geboren uit incest als slachtoffer te erkennen binnen de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

Volgens staatssecretaris Van Bruggen biedt de uitspraak daarvoor nu voldoende juridische duidelijkheid. Zij beschouwt de motie daarom als afgehandeld.

De uitspraak opent voor andere betrokkenen de mogelijkheid om onder dezelfde wettelijke voorwaarden een financiële tegemoetkoming aan te vragen.