BRUSSEL – De Europese Unie werkt aan een eigen satellietnetwerk dat Europa minder afhankelijk moet maken van Amerikaanse technologiebedrijven en politieke besluiten in Washington. Onder de naam IRIS² worden honderden Europese communicatiesatellieten ontwikkeld, die veilige verbindingen moeten verzorgen voor overheden, defensie, hulpdiensten en bedrijven. De toenemende spanningen tussen Europa en de regering van Donald Trump, en vooral de recente beperkingen van het Amerikaanse Starshield-netwerk in Oekraïne, onderstrepen volgens Europese beleidsmakers de noodzaak van een zelfstandig communicatiesysteem.

Het project vertegenwoordigt een investering van minstens 10,6 miljard euro volgens de oorspronkelijke begroting. In augustus 2026 werd het ontwerp uitgebreid naar 348 satellieten, waarvan een belangrijk deel speciaal is bestemd voor militaire en beveiligde communicatie.

Hoewel de eerste lanceringen voor 2029 zijn voorzien, beschikt Europa voorlopig nog niet over een volledig alternatief voor het satellietnetwerk van Elon Musk. Daarmee blijft een strategische kwetsbaarheid bestaan, juist nu de verhoudingen tussen Washington, Brussel en Kyiv onder druk staan.

Amerikaanse koers zorgt voor groeiende bezorgdheid

De Europese plannen voor een eigen satellietnetwerk bestaan al langer. De recente ontwikkelingen rond Oekraïne geven het project echter een nieuwe politieke betekenis.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft de afgelopen weken verschillende besluiten genomen die in Oekraïne en Europese hoofdsteden tot bezorgdheid hebben geleid. Zo versoepelde Washington sancties tegen Russische diesel, bekritiseerde Trump Oekraïense aanvallen op Russische olieraffinaderijen en ontstonden er problemen met de levering van Amerikaanse militaire ondersteuning.

Tegelijkertijd intensiveerde Rusland zijn aanvallen op Oekraïense steden en energievoorzieningen.

De Amerikaanse regering stelt dat haar beleid is gericht op het beëindigen van de oorlog en het beperken van economische schade. Oekraïne en verschillende Europese leiders vrezen echter dat sommige Amerikaanse maatregelen de druk op Rusland verminderen en Moskou economisch of militair voordeel opleveren.

De politieke spanningen maken duidelijk waarom de Europese Unie minder afhankelijk wil worden van voorzieningen waarover zij zelf geen doorslaggevende zeggenschap heeft.

Lees ook · NieuwsVS dreigen EU met zware tegenmaatregelen om Starlink-plan

Washington dreigt Brussel met vergelding om Europese satellietplannen.

Ingrijpen Musk legt kwetsbaarheid bloot

De gebeurtenissen rond Starshield hebben het debat over Europese onafhankelijkheid verder aangewakkerd.

Volgens onderzoek van The Wall Street Journal gaf Elon Musk persoonlijk opdracht om de snelheid van militaire satellietverbindingen in Oekraïne te beperken. Musk zou hierover contact hebben gehad met Trump en andere Amerikaanse functionarissen.

De beperkingen werden op 14 oktober 2026 zichtbaar en troffen onder meer Oekraïense drones die worden gebruikt om Russische aanvalsdrones te onderscheppen.

Wanneer deze Oekraïense toestellen sneller vlogen dan ongeveer 160 kilometer per uur, verloren zij volgens Oekraïense functionarissen hun satellietverbinding. Daardoor werden verschillende militaire operaties bemoeilijkt.

Vooral de verdediging tegen snellere Russische Shahed-drones kwam hierdoor onder druk te staan.

De exacte besluitvorming over de beperkingen is onderwerp van tegenstrijdige verklaringen. Trump heeft ontkend verantwoordelijk te zijn en Musk heeft eerder gesteld dat de Amerikaanse overheid de militaire gebruiksvoorwaarden bepaalt.

Voor Europa is de achterliggende vraag breder dan wie de opdracht gaf. Een commercieel satellietnetwerk kan een onmisbare militaire voorziening worden, terwijl de gebruiker geen volledige controle heeft over de beschikbaarheid daarvan.

IRIS² moet Europees antwoord op Starlink worden

De Europese Unie ontwikkelt daarom IRIS², voluit Infrastructure for Resilience, Interconnectivity and Security by Satellite.

Het netwerk moet beveiligde en betrouwbare communicatie leveren, ook wanneer traditionele verbindingen uitvallen door oorlog, cyberaanvallen, natuurrampen of sabotage.

De satellieten worden verdeeld over verschillende banen om de aarde.

Van de 348 geplande satellieten komen er 330 in een lage baan om de aarde en 18 in een middelhoge baan.

Die combinatie moet het mogelijk maken om beveiligde verbindingen te verzorgen zonder daarvoor evenveel satellieten nodig te hebben als het veel grotere Amerikaanse Starlink-netwerk.

De belangrijkste gebruikers worden Europese overheidsinstellingen, krijgsmachten, veiligheidsdiensten en organisaties die betrokken zijn bij crisisbeheersing.

Daarnaast moeten commerciële toepassingen mogelijk worden, bijvoorbeeld voor scheepvaart, luchtvaart, afgelegen gebieden en infrastructuur waar vaste internetverbindingen ontbreken.

Lees ook · NieuwsStarlink-beperking treft Oekraïne en alarmeert Europa

Oekraïense droneoperaties getroffen door plotselinge Starlink-beperking.

Extra militaire satellieten toegevoegd

Op 7 augustus 2026 bereikten de Europese Commissie en het industriële samenwerkingsverband SpaceRISE een nieuwe overeenkomst over de uitvoering van IRIS².

Daarbij werd het satellietnetwerk uitgebreid tot 348 toestellen. De uitbreiding omvat 66 extra satellieten die specifiek bijdragen aan de beveiligde communicatiecapaciteit.

Volgens de Europese Commissie moet de nieuwe configuratie de beschikbare capaciteit voor beveiligde overheidscommunicatie binnen de Europese Unie met 60 procent vergroten. Wereldwijd bedraagt de voorziene toename 54 procent.

De uitbreiding weerspiegelt de veranderde veiligheidssituatie in Europa.

Satellietcommunicatie speelt inmiddels een cruciale rol bij militaire operaties. Moderne strijdkrachten gebruiken deze verbindingen voor het aansturen van drones, het delen van inlichtingen, de communicatie tussen militaire eenheden en de coördinatie van logistieke operaties.

Wanneer dergelijke verbindingen wegvallen, kan dat directe gevolgen hebben voor de uitvoerbaarheid van militaire missies.

Met IRIS² wil Brussel ervoor zorgen dat Europese landen toegang houden tot deze essentiële communicatiemiddelen, onafhankelijk van beslissingen van een buitenlandse leverancier.

Miljardeninvestering in Europese ruimtevaart

Aan het project hangt een aanzienlijk prijskaartje.

Bij de ondertekening van het oorspronkelijke contract in december 2024 werd uitgegaan van een totale waarde van 10,6 miljard euro, verspreid over een concessieperiode van twaalf jaar.

De Europese Unie zou daarvan 6 miljard euro financieren. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA draagt 550 miljoen euro bij, terwijl de deelnemende bedrijven gezamenlijk meer dan 4 miljard euro investeren.

In augustus 2026 zijn nieuwe afspraken gemaakt over onder meer het aantal satellieten, de technische prestaties, de investeringen van de bedrijven en de doelprijs.

Een volledig uitgesplitste, definitieve begroting van het uitgebreide netwerk is daarmee niet zonder meer gelijk te stellen aan het oorspronkelijke bedrag van 10,6 miljard euro.

De uitvoering ligt bij SpaceRISE, een samenwerkingsverband van drie grote Europese satellietbedrijven:

- SES uit Luxemburg

- Eutelsat uit Frankrijk

- Hispasat uit Spanje

Ook Airbus Defence and Space, Thales Alenia Space, OHB en andere Europese technologiebedrijven zijn betrokken.

Brussel verwacht dat de investeringen niet alleen bijdragen aan de Europese veiligheid, maar ook werkgelegenheid en technologische ontwikkeling binnen de Europese ruimtevaartindustrie ondersteunen.

Eutelsat en OneWeb bieden nu al alternatief

Europa hoeft niet te wachten totdat IRIS² gereed is voordat het minder afhankelijk kan worden van Starlink.

Het Frans-Britse satellietbedrijf Eutelsat beschikt via OneWeb al over een operationeel netwerk van ongeveer 600 satellieten in een lage baan om de aarde.

Het systeem verzorgt internetverbindingen voor onder meer overheden, luchtvaartmaatschappijen en telecombedrijven.

Eutelsat levert ook verbindingen in Oekraïne. Het bedrijf verklaarde eerder dat zijn beschikbare satellietcapaciteit voor Oekraïne volledig was verkocht.

De problemen met Starshield leidden op 16 oktober tot een sterke stijging van de beurskoersen van Europese satellietbedrijven.

Volgens persbureau Reuters steeg het aandeel Eutelsat die dag met ongeveer 20 procent. Over de betreffende beursweek bedroeg de stijging 31 procent. Ook het aandeel van het Luxemburgse SES won terrein.

Beleggers verwachten dat Europese overheden meer geld zullen besteden aan eigen satellietdiensten om de afhankelijkheid van Amerikaanse aanbieders te verminderen.

Technologisch nog grote achterstand op SpaceX

Hoewel Eutelsat een operationeel alternatief biedt, kan het bedrijf Starlink nog niet volledig vervangen.

SpaceX beschikt inmiddels over ongeveer 10.000 Starlink-satellieten. Het netwerk is aanzienlijk groter dan dat van OneWeb en heeft belangrijke voordelen op het gebied van dekking, beschikbare capaciteit en gebruiksgemak.

Voor militaire toepassingen is vooral het formaat van de ontvangstapparatuur van belang.

Starlink beschikt over relatief compacte terminals die ook in voertuigen en bepaalde militaire systemen kunnen worden geïntegreerd.

De huidige apparatuur voor OneWeb is in verschillende toepassingen groter, zwaarder, duurder en energie-intensiever.

Daar komt bij dat de apparatuur van beide netwerken niet onderling uitwisselbaar is.

Het overstappen naar OneWeb betekent daarom dat duizenden bestaande Starlink-terminals vervangen moeten worden.

Voor Oekraïne is dat ingewikkeld, omdat een groot deel van de militaire communicatiesystemen inmiddels is ingericht op de technologie van SpaceX.

Een Europees alternatief ontwikkelen is daarmee niet uitsluitend een kwestie van satellieten lanceren. Ook de benodigde antennes, software, grondstations en militaire toepassingen moeten worden aangepast.

Europa beschikt sinds januari over GOVSATCOM

Naast IRIS² heeft de Europese Unie al een ander systeem in gebruik genomen.

In januari 2026 ging GOVSATCOM van start. Dit programma bundelt de bestaande satellietcapaciteit van verschillende Europese landen en maakt beveiligde verbindingen beschikbaar voor bevoegde overheidsgebruikers.

Onder meer Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg en Spanje stellen hiervoor satellietcapaciteit beschikbaar.

Het systeem is bedoeld voor overheidsdiensten, crisisbeheersing, beveiligde communicatie en andere activiteiten waarbij betrouwbaarheid van groot belang is.

De Europese Commissie wil deze dienstverlening verder uitbreiden.

Tijdens een persbijeenkomst op 14 oktober verklaarde een woordvoerder van de Commissie dat wordt onderzocht of vanaf begin 2027 ook commerciële satellietcapaciteit via GOVSATCOM beschikbaar kan komen.

Daarmee kan de periode worden overbrugd totdat IRIS² operationele diensten levert.

GOVSATCOM is echter geen rechtstreeks equivalent van Starlink. Het systeem is vooral bedoeld om bestaande beveiligde satellietcapaciteit te bundelen en te verdelen.

Oekraïne kan toegang krijgen tot Europees netwerk

De Europese Unie onderzoekt nadrukkelijk hoe Oekraïne toegang kan krijgen tot haar satellietvoorzieningen.

Op 9 maart 2026 gaf de Raad van de Europese Unie toestemming om onderhandelingen te beginnen over Oekraïense deelname aan GOVSATCOM en het Europese programma voor beveiligde satellietcommunicatie.

Die onderhandelingen moeten afspraken opleveren over de voorwaarden waaronder Oekraïne Europese overheidsdiensten voor satellietcommunicatie mag gebruiken.

Op 14 oktober bevestigde de Europese Commissie dat hierover gesprekken worden gevoerd.

Dat betekent niet dat Oekraïne al volledig op een Europees systeem kan overstappen.

De militaire toepassingen waarvoor Starshield wordt ingezet, stellen hoge eisen aan snelheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid.

Voor een volledige vervanging moet Europa vergelijkbare voorzieningen kunnen leveren. Dat is voorlopig nog niet het geval.

Ook Nederlandse defensie wil niet afhankelijk zijn

De discussie raakt eveneens Nederland.

In maart 2025 beantwoordde toenmalig minister van Defensie Ruben Brekelmans Kamervragen over de afhankelijkheid van Starlink.

Daarin verklaarde hij dat de Nederlandse krijgsmacht weliswaar Starlink-terminals gebruikt, maar voor haar primaire behoefte aan satellietcommunicatie over andere systemen beschikt.

Nederland wil volgens die beantwoording voorkomen dat de krijgsmacht volledig afhankelijk wordt van één bedrijf of één land.

Daarom ondersteunt Defensie de ontwikkeling van Europese systemen zoals GOVSATCOM en IRIS².

Ook het Europese navigatiesysteem Galileo speelt daarbij een rol. Defensie wil gebruikmaken van de beveiligde Galileo Public Regulated Service als aanvulling op het Amerikaanse militaire GPS.

Daarmee probeert Nederland op meerdere terreinen zijn strategische afhankelijkheid te beperken.

Wanneer kan Europa zonder Starlink?

De ontwikkeling van IRIS² gaat nog meerdere jaren duren.

Volgens de in augustus 2026 gepubliceerde planning moeten de eerste satellieten in 2029 worden gelanceerd. Daarna kan de dienstverlening stapsgewijs worden uitgebreid.

Het oorspronkelijke project ging uit van operationele dienstverlening rond 2030. De Europese Commissie spreekt inmiddels over een versneld traject waarbij vanaf 2029 beveiligde diensten beschikbaar moeten komen.

Of de volledige satellietconstellatie volgens die planning operationeel wordt, hangt onder meer af van de bouw van de satellieten, beschikbare lanceercapaciteit en de ontwikkeling van de grondinfrastructuur.

Een bijkomende uitdaging is dat Europa niet alleen technologisch, maar ook financieel moet concurreren met SpaceX.

Het Amerikaanse bedrijf beschikt met zijn eigen raketten over een groot voordeel bij het lanceren en vervangen van satellieten.

Europese ondernemingen zijn voor de verdere ontwikkeling van hun netwerken afhankelijk van omvangrijke investeringen en voldoende lanceermogelijkheden.

Daarmee is een volledige Europese vervanging van Starlink op korte termijn niet realistisch.

Europese onafhankelijkheid wordt veiligheidsvraagstuk

Het Europese satellietprogramma is inmiddels meer dan een technologisch prestigeproject.

De oorlog in Oekraïne laat zien hoe belangrijk betrouwbare satellietverbindingen zijn geworden voor nationale veiligheid en militaire operaties.

Tegelijkertijd tonen de recente spanningen tussen de Verenigde Staten en Oekraïne aan dat toegang tot zulke systemen ook afhankelijk kan zijn van politieke en commerciële beslissingen.

Eurocommissaris voor Defensie Andrius Kubilius erkende op 14 oktober dat Europa sterk afhankelijk is van Amerikaanse ruimtevaartcapaciteiten. Volgens hem moet Europa daarom eigen mogelijkheden ontwikkelen.

Daarbij gaat het niet uitsluitend om het vervangen van Amerikaanse technologie. Europa wil vooral voorkomen dat één buitenlandse aanbieder of overheid over een voorziening beschikt waarvan de Europese veiligheid volledig afhankelijk is.

De Verenigde Staten blijven een belangrijke bondgenoot binnen de NAVO en vervullen nog altijd een centrale rol in de Europese defensie. Dat neemt niet weg dat de huidige politieke spanningen de behoefte aan Europese zelfstandigheid vergroten.

Met IRIS², GOVSATCOM en de bestaande OneWeb-satellieten probeert de Europese Unie die afhankelijkheid stap voor stap terug te dringen.

Het einddoel is dat Europese regeringen en krijgsmachten zelf kunnen bepalen wanneer, waar en onder welke voorwaarden zij toegang hebben tot hun satellietcommunicatie.

De komende jaren moeten uitwijzen of de miljardeninvesteringen voldoende zijn om die ambitie daadwerkelijk waar te maken.