PARIJS – Wie tijdens de recente rellen in Frankrijk dacht ongestraft met peperdure designertassen, kleding of elektronica te kunnen verdwijnen, kan alsnog bezoek van de politie verwachten. Franse rechercheurs gebruiken een uitgebreid netwerk van beveiligingscamera's, sociale media en digitale opsporingstechnieken om verdachten te identificeren. Ook elektronische identificatiechips in luxeproducten kunnen helpen bij het herkennen van gestolen goederen. Die chips zijn echter niet hetzelfde als GPS-trackers.

Na de gewelddadige ongeregeldheden van 17 en 18 oktober, waarbij in verschillende Franse steden winkels werden geplunderd, zijn honderden rechercheurs begonnen met het achterhalen van de daders. Vooral in Parijs, Marseille en Lyon werden winkels van bekende merken doelwit van diefstal en vernielingen.

Duizenden camerabeelden worden onderzocht

In Parijs beschikt de politie over een omvangrijk netwerk van beveiligingscamera's. Rechercheurs kunnen beelden van straten, winkels, metrostations en andere openbaarvervoersvoorzieningen combineren om de bewegingen van verdachten te reconstrueren.

Een verdachte die met een gestolen tas een winkel verlaat, kan op meerdere locaties opnieuw in beeld verschijnen. Door opnamen chronologisch naast elkaar te leggen, kan de politie vaststellen welke route iemand heeft afgelegd.

Volgens berichtgeving van France 24 beschikken de betrokken opsporingsdiensten over toegang tot beelden van ongeveer 80.000 beveiligingscamera's.

Rechercheurs hebben daarmee al groepen verdachten kunnen volgen tot vlak bij hun vermoedelijke woonadres. De beelden vormen vervolgens een aanknopingspunt voor verder onderzoek.

Elektronische chips in peperdure designertassen

Ook de luxeproducten zelf kunnen informatie bevatten die voor rechercheurs interessant is.

Verschillende bekende modehuizen, waaronder Louis Vuitton en Prada, gebruiken elektronische identificatietechnieken om producten herkenbaar te maken. Het gaat onder meer om RFID- en NFC-chips die in een product of label kunnen zijn verwerkt.

Bij sommige designertassen vervangt zo'n chip het traditionele serienummer of vormt deze een aanvulling daarop. Door de chip met geschikte apparatuur uit te lezen, kan een product worden gekoppeld aan informatie over de herkomst of echtheid.

Dat kan belangrijk zijn wanneer de politie bij een verdachte thuis verschillende exclusieve handtassen aantreft. Met behulp van productgegevens, serienummers en informatie van de fabrikant kan worden onderzocht of de artikelen afkomstig zijn van een geplunderde winkel.

Niet iedere designertas beschikt over zo'n chip. Bovendien zijn de gegevens niet altijd rechtstreeks toegankelijk voor de politie.

Een identificatiechip is geen GPS-tracker

Er bestaat een belangrijk verschil tussen een RFID-chip en een GPS-tracker.

De meeste identificatiechips in luxeproducten zenden niet voortdurend hun locatie uit. Ze beschikken doorgaans niet over een eigen batterij en moeten op korte afstand worden uitgelezen.

Het is daardoor niet mogelijk om een gestolen Louis Vuitton- of Chanel-tas uitsluitend dankzij zo'n identificatiechip vanuit een politiebureau op een digitale kaart te volgen.

Er bestaan wel handtassen met ingebouwde locatietechnologie. Daarnaast kunnen eigenaren losse Bluetooth- of GPS-trackers in hun tas plaatsen. Wanneer zo'n apparaat daadwerkelijk aanwezig en actief is, kan het onder bepaalde omstandigheden helpen om de locatie van de tas vast te stellen.

Er zijn vooralsnog geen bevestigde berichten dat de Franse politie bij de opsporing van de plunderaars van 17 oktober specifiek gebruik heeft gemaakt van ingebouwde GPS-trackers in gestolen designertassen.

Dieven verraden zichzelf op sociale media

Een andere belangrijke opsporingsmethode blijkt aanzienlijk eenvoudiger. Sommige verdachten plaatsen zelf beelden van hun buit op TikTok, Instagram of andere sociale media.

Op verschillende video's zijn gestolen kledingstukken, elektronica, sieraden en luxe handtassen te zien. Sommige personen tonen daarbij herkenbare gezichten, kleding of andere persoonlijke kenmerken.

De politie vergelijkt deze beelden met opnamen van beveiligingscamera's. Ook worden verkoopadvertenties op tweedehandsplatforms onderzocht.

Wanneer kort na een plundering meerdere exclusieve producten tegen opvallend lage prijzen worden aangeboden, kan dat aanleiding vormen voor nader onderzoek.

Advertenties kunnen informatie opleveren over verkopers, productkenmerken en mogelijke ontmoetingsplaatsen.

Meer dan tweehonderd rechercheurs ingezet

De Franse regering heeft meer dan tweehonderd onderzoekers ingezet om de daders van de rellen en plunderingen op te sporen.

In Parijs is een speciale onderzoeksgroep samengesteld die camerabeelden, getuigenverklaringen, digitale gegevens en forensische sporen combineert.

De Parijse hoofdofficier van justitie Laure Beccuau heeft getuigen opgeroepen hun video's beschikbaar te stellen. Ook worden achtergelaten voorwerpen en mogelijke DNA-sporen onderzocht.

Volgens de justitiële autoriteiten werden tijdens het geweldsweekend alleen al in Parijs 557 mensen in verzekering gesteld.

Gestolen goederen blijven herkenbaar

Voor daders kan het moeilijk zijn om exclusieve gestolen producten opnieuw te verkopen. Veel luxeartikelen zijn voorzien van specifieke serienummers, identificatiechips of andere unieke kenmerken.

Wanneer een winkelier kan aantonen welke exemplaren tijdens een plundering zijn verdwenen, kunnen teruggevonden goederen daarmee worden vergeleken.

Een productidentificatie vormt op zichzelf nog geen bewijs dat de bezitter ook degene is die het heeft gestolen. Daarvoor zijn aanvullende onderzoeksgegevens nodig.

De combinatie van camerabeelden, sociale media, verkoopadvertenties en herkenbare productgegevens maakt het voor de Franse politie echter mogelijk om ook dagen of weken na de rellen verdachten op te sporen.

Voor wie tijdens de chaos dacht ongezien een peperdure handtas te kunnen meenemen, kan het digitale spoor dus alsnog naar een strafrechtelijk onderzoek leiden.