DEN HAAG – Nederlanders zijn minder gelukkig en minder tevreden met hun leven dan vóór de coronapandemie. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral jongvolwassenen ervaren een lagere kwaliteit van leven. Tegelijkertijd nemen de zorgen over de financiële toekomst toe en hebben mensen minder vaak contact met familie, vrienden en buren.

In 2019 gaf nog 88,9 procent van de volwassen Nederlanders aan gelukkig te zijn. In 2025 was dat gedaald naar 87,4 procent. Hoewel het verschil op het eerste gezicht beperkt lijkt, betekent het dat een kleiner deel van de bevolking zichzelf als gelukkig beschouwt.

Het aandeel gelukkige Nederlanders bereikte in 2022 met 86,1 procent een dieptepunt. Daarna volgde gedeeltelijk herstel, maar het niveau van vóór de coronapandemie is nog altijd niet bereikt.

Meer dan twee miljoen volwassenen niet tevreden

De afname is duidelijker zichtbaar bij de tevredenheid met het leven. In 2019 beoordeelde 87,3 procent van de volwassenen het eigen leven met een 7 of hoger. In 2025 was dat nog 84,9 procent, een daling van 2,4 procentpunt.

Dat betekent dat 15,1 procent van de volwassen bevolking, ruim twee miljoen mensen, het leven geen voldoende beoordeling van 7 of hoger geeft.

Niet iedereen binnen deze groep is daadwerkelijk ongelukkig of ontevreden. Volgens het CBS is 3 procent expliciet ontevreden met het leven, terwijl 12,2 procent aangeeft niet tevreden maar ook niet ontevreden te zijn.

Ook bij het geluksgevoel maakt het CBS onderscheid tussen gelukkig, ongelukkig en mensen die daartussenin zitten. In 2025 beschouwde 2,3 procent zichzelf als ongelukkig.

Jongvolwassenen hebben het moeilijker

Vooral onder jongeren van 18 tot 25 jaar is de ontwikkeling zorgelijk. In 2019 voelde nog 87,5 procent van deze leeftijdsgroep zich gelukkig. In 2025 was dat 83,9 procent.

De sterkste terugval vond plaats tijdens en kort na de coronapandemie. In 2022 gaf slechts 78,9 procent van de jongvolwassenen aan gelukkig te zijn. Sindsdien is sprake van herstel, maar het eerdere niveau is nog niet terug.

Ook de tevredenheid met het leven blijft bij deze leeftijdsgroep achter. In 2025 was 79,5 procent tevreden.

Jongeren worden daarnaast geconfronteerd met problemen rond betaalbare woningen, bestaanszekerheid en het opbouwen van een zelfstandig bestaan. Het CBS constateert dat mensen onder de 35 jaar op meerdere onderdelen van de brede welvaart slechter scoren dan de gemiddelde Nederlander.

Minder contact en afnemend vertrouwen

De daling van het welzijn gaat samen met veranderingen in de Nederlandse samenleving. Volgens de Monitor Brede Welvaart 2026 hebben Nederlanders minder vaak sociaal contact en nemen zij minder deel aan maatschappelijke activiteiten.

Het aandeel mensen dat regelmatig contact heeft met familie, vrienden of buren daalde van 72,2 procent in 2019 naar 70,9 procent in 2025.

Ook het vrijwilligerswerk staat onder druk. In 2024 deed nog 49,5 procent van de bevolking vrijwilligerswerk. Een jaar later was dat 47 procent.

Daarnaast is het vertrouwen in andere mensen en maatschappelijke instituties afgenomen. Het vertrouwen in politie, rechters en Tweede Kamer daalde van 62,9 procent in 2024 naar 60,6 procent in 2025.

Financiële zorgen wegen op het welzijn

Hoewel Nederland internationaal nog altijd tot de welvarende landen behoort, maken meer inwoners zich zorgen over hun financiële toekomst.

Het CBS wijst onder meer op de moeilijkheden bij het vinden van een betaalbare woning en de toenemende psychische vermoeidheid door werk.

Dat mensen zich meer zorgen maken, betekent niet automatisch dat zij daardoor ongelukkiger zijn geworden. Het onderzoek toont verschillende ontwikkelingen, maar bewijst niet dat één afzonderlijke oorzaak verantwoordelijk is voor de afname van het geluk.

Zelf kunnen beslissen belangrijk voor geluk

Uit aanvullend CBS-onderzoek naar zingeving blijkt dat vooral het gevoel zelf richting aan het leven te kunnen geven sterk samenhangt met geluk.

Van de mensen die het gevoel hebben te kunnen doen wat zij belangrijk vinden, beschouwt ruim 92 procent zichzelf als gelukkig. Onder mensen die die vrijheid minder ervaren, ligt dat percentage rond 62 procent.

Ook sociale contacten, vrijwilligerswerk en het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving hangen samen met de mate waarin mensen gelukkig zijn.

Opvallend is dat slechts 68 procent van de volwassenen aangeeft hoopvol of zeer hoopvol over de toekomst te zijn.

Meerderheid blijft gelukkig

Ondanks de negatieve ontwikkelingen is het beeld niet uitsluitend somber. Nog altijd beschouwt 87,4 procent van de volwassen Nederlanders zichzelf als gelukkig en is bijna 85 procent tevreden met het leven.

Nederland scoort internationaal bovendien relatief hoog op het gebied van levenskwaliteit en tevredenheid.

De CBS-cijfers laten vooral zien dat een hoge welvaart niet automatisch betekent dat het welzijn van iedereen verbetert. Terwijl Nederland economisch een welvarend land blijft, ervaart een deel van de bevolking minder tevredenheid, minder verbondenheid en meer onzekerheid over de toekomst.