AMSTERDAM – Nederlandse spaarders blijven bij de grote banken aanzienlijk minder rente ontvangen dan elders op de Europese spaarmarkt mogelijk is. Terwijl de Europese Centrale Bank (ECB) de rente inmiddels heeft verhoogd naar 2,50 procent, houden ING en ABN AMRO hun gewone spaarrentes onveranderd laag. Alleen Rabobank heeft van de drie traditionele grootbanken de vrij opneembare spaarrente verhoogd. Ook internetbank bunq heeft donderdag een renteverhoging doorgevoerd. Het verschil tussen de spaarrentes loopt inmiddels zo sterk op dat huishoudens met een behoorlijk spaartegoed jaarlijks honderden euro's aan rente-inkomsten kunnen mislopen.

Europese rente stijgt, maar grootbanken blijven achter

De Europese Centrale Bank verhoogde in juni de rente en besloot in september opnieuw tot een verhoging. Sinds 16 september bedraagt de depositorente van de ECB 2,50 procent. Dat is de rente die banken ontvangen wanneer zij overtollig geld bij de centrale bank onderbrengen.

De hogere rente werkt ook door op andere financiële markten. Banken kunnen daardoor onder bepaalde omstandigheden meer verdienen aan het uitlenen of beleggen van geld.

Voor spaarders bij de grootste Nederlandse banken verandert er echter opvallend weinig.

ING betaalt nog altijd 1,25 procent rente over de eerste 10.000 euro spaargeld. Over het bedrag daarboven bedraagt de rente slechts 1,00 procent. De bank heeft de rente op de gewone spaarrekening sinds april 2025 niet meer verhoogd.

Ook ABN AMRO houdt vast aan een spaarrente van 1,25 procent. Dat percentage geldt al sinds mei 2025.

De banken zijn niet verplicht om iedere renteverhoging van de ECB door te geven aan hun klanten. Het verschil tussen de ECB-rente en de daadwerkelijk uitgekeerde spaarrente roept echter opnieuw vragen op over de manier waarop banken hun spaarders laten meeprofiteren van de hogere marktrente.

Rabobank verhoogt rente met slechts 0,10 procentpunt

Rabobank vormt onder de drie traditionele grootbanken een uitzondering. De bank verhoogde op woensdag 14 oktober de spaarrente met 0,10 procentpunt.

Over de eerste 10.000 euro spaargeld ontvangen klanten nu 1,60 procent rente. Voor het gedeelte tussen 10.000 en 20.000 euro bedraagt de rente 1,50 procent.

Over spaargeld tussen 20.000 en 100.000 euro keert Rabobank 1,40 procent uit. Voor hogere bedragen gelden opnieuw lagere percentages.

Hoewel Rabobank daarmee meer rente betaalt dan ING en ABN AMRO, blijft ook deze bank aanzienlijk achter bij verschillende andere aanbieders.

Bij een spaarsaldo van 20.000 euro levert de verhoging van Rabobank slechts 20 euro extra rente per jaar op, zolang de tarieven gelijk blijven.

bunq verhoogt spaarrente naar maximaal 3,11 procent

Internetbank bunq heeft donderdag 15 oktober eveneens de rente verhoogd.

De bonusrente stijgt van 3,01 naar 3,11 procent. De basisrente over de eerste 10.000 euro binnen de persoonlijke spaardrempel gaat omhoog van 1,51 naar 1,61 procent.

Daarmee biedt bunq aanzienlijk hogere rentemogelijkheden dan de traditionele grootbanken.

Wel gelden bij bunq specifieke voorwaarden. De bonusrente geldt voor spaargeld boven een persoonlijke drempel. Nieuwe klanten kunnen tijdelijk de hogere rente over hun volledige spaartegoed ontvangen, totdat hun eerste drempel wordt vastgesteld.

Ook andere kleinere en buitenlandse banken bieden hogere rentes. Bij verschillende aanbieders kunnen spaarders momenteel zonder tijdelijke actievoorwaarden ongeveer 2,30 tot 2,35 procent ontvangen.

Het zijn dus niet uitsluitend Rabobank en bunq die hun rentes hebben verhoogd. Vooral bij de grote Nederlandse banken blijft de verhoging van de gewone, vrij opneembare spaarrente achter.

Spaarders lopen honderden euro's mis

De financiële gevolgen van de lage spaarrente worden vooral duidelijk wanneer de verschillende tarieven naast elkaar worden gelegd.

Een spaarder met 50.000 euro op een gewone spaarrekening bij ING ontvangt bij de huidige tarieven ongeveer 525 euro rente per jaar.

Bij ABN AMRO levert hetzelfde bedrag met een rente van 1,25 procent ongeveer 625 euro op.

Wie 50.000 euro onderbrengt op een vrij opneembare spaarrekening met een rente van 2,35 procent, ontvangt op jaarbasis 1.175 euro.

Dat betekent een verschil van 650 euro ten opzichte van ING en 550 euro ten opzichte van ABN AMRO.

Het gaat hierbij om bruto bedragen, berekend bij een gelijkblijvende rente gedurende een volledig jaar, zonder rekening te houden met eventuele belastingen en rente-op-rente-effecten.

Voor een huishouden dat jarenlang bij dezelfde bank blijft sparen, kunnen de gemiste rente-inkomsten oplopen tot duizenden euro's.

Waarom verhogen banken de spaarrente niet?

Een belangrijke verklaring ligt bij de beperkte noodzaak voor grootbanken om extra spaargeld aan te trekken.

Veel Nederlanders hebben hun betaalrekening, hypotheek en spaarrekening bij dezelfde bank ondergebracht. Daardoor beschikken de grote banken over omvangrijke en relatief stabiele spaartegoeden.

Wanneer klanten hun spaargeld laten staan ondanks een lage rente, hebben banken weinig financiële prikkels om onmiddellijk hogere vergoedingen aan te bieden.

Een verhoging van de gewone spaarrente met 0,25 procentpunt betekent voor een bank met tientallen miljarden euro's aan spaargeld al snel tientallen miljoenen euro's aan extra jaarlijkse rentekosten.

Banken moeten daarnaast rekening houden met hun financieringskosten, wettelijke verplichtingen en andere uitgaven. Niet het volledige verschil tussen de ECB-rente en de spaarrente is daarom automatisch winst.

Toch bestaat er een duidelijk financieel belang om de rente op bestaande spaartegoeden zo laag mogelijk te houden.

Wel hogere rente voor spaargeld dat wordt vastgezet

Opvallend is dat ING, ABN AMRO en ASN Bank hun depositorentes de afgelopen weken wel hebben verhoogd.

Bij een deposito zetten spaarders hun geld voor een vooraf afgesproken periode vast. Daarvoor ontvangen zij een vaste rente.

ING biedt sinds 14 oktober bijvoorbeeld 2,50 procent rente op een deposito met een looptijd van één jaar. ABN AMRO verhoogde de rente voor dezelfde looptijd naar 2,25 procent.

ASN Bank biedt op een eenjarig deposito inmiddels 2,85 procent.

Het verschil met de gewone spaarrekening is aanzienlijk.

Voor banken is het verhogen van de depositorente financieel aantrekkelijker dan een algemene verhoging van de spaarrente. De hogere vergoeding geldt namelijk alleen voor nieuw afgesloten deposito's, terwijl een verhoging van de gewone spaarrente direct gevolgen heeft voor grote hoeveelheden bestaand spaargeld.

Daar staat tegenover dat consumenten bij een deposito hun geld doorgaans niet zonder voorwaarden of kosten tussentijds kunnen opnemen.

Inflatie maakt lage spaarrente extra pijnlijk

De achterblijvende spaarrente is extra ongunstig doordat de inflatie opnieuw is opgelopen.

Wanneer de prijzen van goederen en diensten sneller stijgen dan de rente op spaargeld, neemt de koopkracht van het opgebouwde vermogen af.

Een spaarder die 1,25 procent rente ontvangt terwijl de prijzen met bijvoorbeeld 3 procent stijgen, ziet zijn spaarsaldo wel groeien, maar kan met dat geld uiteindelijk minder kopen.

De werkelijke opbrengst van spaargeld moet daarom niet alleen worden beoordeeld aan de hand van de ontvangen rente, maar ook aan de hand van de inflatie.

Vooral mensen die hun spaargeld gebruiken als aanvulling op hun pensioen of als financiële buffer kunnen hierdoor worden geraakt.

Overstappen kan honderden euro's opleveren

Spaarders die genoegen nemen met de rente van hun huidige grootbank hoeven dat niet te blijven doen.

Bij verschillende Nederlandse en Europese banken zijn spaarrekeningen beschikbaar waarop aanzienlijk hogere rentepercentages worden uitgekeerd.

Het is daarbij belangrijk om niet uitsluitend naar de hoogste geadverteerde rente te kijken. Sommige banken werken met tijdelijke actierentes, een maximaal spaarbedrag of aanvullende voorwaarden.

Ook moet worden gecontroleerd onder welk depositogarantiestelsel de bank valt.

Binnen de Europese Unie geldt in beginsel een bescherming van maximaal 100.000 euro per persoon per bank. Bij buitenlandse banken wordt deze garantie uitgevoerd door het land waar de betreffende bank onder toezicht staat.

Een extra spaarrekening openen bij een andere bank betekent bovendien niet dat de bestaande betaalrekening moet worden opgezegd.

Druk op grootbanken kan verder toenemen

De komende maanden wordt duidelijk of de grote Nederlandse banken alsnog besluiten hun spaarrentes verder te verhogen.

De ECB heeft nog geen definitief besluit genomen over een volgende rentestap. De aanhoudend hoge inflatie en de stijgende energieprijzen vergroten wel de aandacht voor het toekomstige rentebeleid.

Wanneer de marktrente verder stijgt, terwijl de gewone spaarrentes nauwelijks veranderen, kan het financiële verschil voor spaarders nog groter worden.

Voorlopig profiteren vooral klanten die actief hun spaargeld vergelijken en bereid zijn een andere bank te kiezen van de hogere rentes op de Europese spaarmarkt.

Wie bij een traditionele grootbank blijft sparen, betaalt daarvoor in veel gevallen een hoge prijs in de vorm van misgelopen rente-inkomsten.