DEN HAAG – Het Nationaal Actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek heeft bijgedragen aan het onder de aandacht brengen van diversiteit, inclusie en sociale veiligheid. Tegelijkertijd was het plan minder effectief bij de gezamenlijke uitvoering en aansturing van maatregelen. Dat blijkt uit een eindevaluatie die minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap woensdag 14 oktober aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.
De evaluatie is uitgevoerd door onderzoeksbureaus Panteia en Regioplan in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De onderzoekers hebben gekeken naar het functioneren van het landelijke actieplan, dat in 2020 werd opgesteld en eind 2025 afliep.
Het plan moest bijdragen aan een diverse en veilige leer- en werkomgeving binnen universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen. Daarbij stond centraal dat mensen met verschillende achtergronden en perspectieven de mogelijkheid krijgen om volwaardig aan het onderwijs en onderzoek deel te nemen.
Wel aandacht, minder gezamenlijke uitvoering
Volgens de evaluatie heeft het actieplan als landelijk kader goed gefunctioneerd bij het agenderen van diversiteit en inclusie. Ook heeft het geholpen om initiatieven op dit gebied te legitimeren en verschillende betrokken partijen met elkaar te verbinden.
Het landelijke plan bood daarmee een gemeenschappelijk uitgangspunt voor instellingen en organisaties die zich bezighouden met diversiteit, inclusie en sociale veiligheid.
Bij de daadwerkelijke uitvoering bleek het actieplan echter minder effectief. Vooral de gezamenlijke uitvoering en sturing kwamen volgens het overkoepelende oordeel van de onderzoekers onvoldoende uit de verf.
Daarmee laat de evaluatie een verschil zien tussen het formuleren van gezamenlijke ambities en het daadwerkelijk organiseren en aansturen van de uitvoering daarvan.
Uit de begeleidende Kamerbrief blijkt niet in welke mate de afzonderlijke doelstellingen zijn bereikt of welke specifieke maatregelen onvoldoende resultaat hebben opgeleverd.
Actieplan werd in 2020 opgesteld
Het Nationaal Actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek ontstond in 2020. Het werd opgesteld in samenwerking met verschillende partijen uit het Nederlandse onderwijs- en onderzoeksveld.
Het belangrijkste doel was het creëren van een omgeving waarin studenten, docenten, onderzoekers en andere medewerkers zich veilig voelen en waarin ruimte bestaat voor uiteenlopende achtergronden en perspectieven.
Daarbij ging het niet uitsluitend om de samenstelling van onderwijs- en onderzoeksinstellingen, maar ook om de mogelijkheid voor mensen om daadwerkelijk bij te dragen aan de leer- en werkomgeving.
Het actieplan liep tot en met 2025. Met de nu gepresenteerde eindevaluatie wordt teruggekeken op de betekenis van het landelijke beleid gedurende deze periode.
Adviescommissie komt met eindverslag
Naast het actieplan werd voor de periode van 2020 tot 2026 een landelijke adviescommissie ingesteld. Deze Adviescommissie diversiteit en inclusie in onderwijs en onderzoek ondersteunde het ministerie en het onderwijs- en onderzoeksveld met adviezen.
De commissie richtte zich op het bevorderen van diversiteit, inclusie en sociale veiligheid binnen de sector.
Binnenkort verschijnt het eindverslag van deze adviescommissie. Daarin wordt teruggeblikt op de werkzaamheden en worden overwegingen gegeven voor het bereiken van diverser en inclusiever hoger onderwijs en onderzoek.
Het eindverslag vormt, samen met de evaluatie van het actieplan, een van de documenten waarop de minister haar verdere beleidsreactie zal baseren.
Ook evaluatie Erkennen en Waarderen verwacht
Het ministerie verwacht begin november nog een andere evaluatie. Die heeft betrekking op Erkennen en Waarderen, een ontwikkeling binnen het hoger onderwijs en onderzoek waarbij aandacht bestaat voor de manier waarop het werk en de bijdragen van wetenschappers worden beoordeeld en gewaardeerd.
Minister Letschert wil de verschillende evaluaties gezamenlijk betrekken bij haar reactie aan de Tweede Kamer.
Daarbij gaat het om de eindevaluatie van het diversiteitsplan, het eindverslag van de adviescommissie en de evaluatie van Erkennen en Waarderen.
Minister reageert voor einde van het jaar
De minister heeft aangekondigd dat de Tweede Kamer nog voor het einde van 2026 een inhoudelijke reactie ontvangt op de bevindingen.
Pas dan wordt duidelijk welke conclusies het kabinet aan de evaluaties verbindt en of het landelijke beleid voor diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs wordt aangepast.
Vooralsnog staat vast dat het actieplan volgens de onderzoekers vooral waarde heeft gehad als landelijk verbindend kader. De gezamenlijke uitvoering en sturing vormden een zwakker onderdeel.
De komende beleidsreactie moet duidelijk maken hoe de opgedane ervaringen worden meegenomen in het toekomstige beleid voor het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.




