DEN HAAG – Het kabinet gaat uitgebreid onderzoeken of het Nederlandse onderwijsbeleid voldoende heeft bijgedragen aan het beschikbaar krijgen van goed opgeleide leraren. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het lerarentekort, maar ook naar de kwaliteit van het onderwijs, de inzet van ondersteunend personeel en de gevolgen van mogelijke bezuinigingen.
Dat schrijven minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs en Emancipatie in een Kamerbrief van 26 oktober. De uitgebreide evaluatie moet uiterlijk december 2027 gereed zijn.
Niet alleen voldoende leraren, maar ook kwaliteit
Volgens het kabinet draait goed onderwijs niet uitsluitend om het aantal beschikbare leerkrachten. Scholen moeten voor alle groepen en vakken beschikken over goed opgeleide, bevoegde leraren die zich blijven ontwikkelen en gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de onderwijskwaliteit.
Daarbij spelen ook schoolleiders, onderwijsassistenten en andere ondersteunende medewerkers een belangrijke rol. Hoeveel personeel een school nodig heeft, hangt volgens de bewindspersonen onder meer af van het aantal leerlingen, de huisvesting en de gekozen onderwijsvorm.
Verschillen tussen scholen worden meegenomen
Het kabinet benadrukt dat scholen niet allemaal op dezelfde manier functioneren. Scholen die werken met grotere leerlinggroepen of inzetten op inclusief onderwijs kunnen een andere personeelsbehoefte hebben dan scholen die traditioneel klassikaal onderwijs verzorgen.
Daarom moet het onderzoek niet uitsluitend landelijke personeelscijfers vergelijken, maar ook rekening houden met de omstandigheden waarin scholen werken. De kwaliteit van leraren en schoolleiders wordt daarbij als een belangrijke factor voor goed onderwijs beschouwd.
Ook gevolgen van bezuinigingen onderzocht
De Tweede Kamer heeft gevraagd om bij de evaluatie nadrukkelijk aandacht te besteden aan mogelijke bezuinigingen en de gevolgen daarvan voor het lerarenbestand. Het kabinet heeft toegezegd deze effecten mee te nemen in het onderzoek.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de directe financiële besparingen, maar ook naar mogelijke onbedoelde gevolgen voor scholen en onderwijspersoneel. Ook eerdere beleidsmaatregelen worden afzonderlijk en in samenhang beoordeeld.
Resultaten pas eind 2027 beschikbaar
De bewindspersonen willen voorkomen dat op basis van onvolledige gegevens verkeerde conclusies worden getrokken. Daarom krijgt het onderwijsveld de gelegenheid om mee te praten over de onderzoeksopzet en de uiteindelijke resultaten.
Volgens het kabinet moet de evaluatie duidelijk maken welke maatregelen daadwerkelijk hebben gewerkt, welke minder succesvol waren en waar aanpassingen nodig zijn.
De volledige rapportage wordt uiterlijk december 2027 aan de Tweede Kamer aangeboden. Tot die tijd bevat de Kamerbrief nog geen nieuwe conclusies over de omvang van het lerarentekort of de effectiviteit van afzonderlijke maatregelen.



