VELSEN-NOORD – Een man die zijn eigen vader met een vuurwapen bedreigde en dreigde hem dood te schieten, is door de rechtbank in Haarlem veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De man had bovendien twee vuurwapens en munitie in zijn bezit. Volgens de rechtbank is sprake van ernstige feiten, waarbij het heel anders had kunnen aflopen. De verdachte moet daarnaast verplicht worden behandeld voor zijn psychische problemen en middelengebruik.
Het incident vond plaats op 7 april 2026 in een woning in Velsen-Noord. De verdachte verbleef tijdelijk bij zijn vader omdat er geen passende andere verblijfplaats voor hem beschikbaar was. Tijdens een ruzie richtte hij een vuurwapen op zijn vader en dreigde hem dood te schieten.
Buren hoorden de man onder meer schreeuwen: "Ik schiet je dood" en "ik schiet je voor je kop". Toen agenten bij de woning arriveerden, verklaarde de vader dat zijn zoon zojuist een vuurwapen op hem had gericht.
Vanaf de bovenverdieping hoorden agenten de verdachte vervolgens roepen: "Je hebt er maar eentje nodig en dan is het klaar."
Twee vuurwapens aangetroffen
Bij een doorzoeking van de slaapkamer van de verdachte trof de politie twee vuurwapens aan. Het ging om een Sterling MKII mod400, kaliber .380, en een Umarex Colt Double Eagle. Ook werden twee patronen gevonden.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zijn vader met de dood heeft bedreigd en de wapens en munitie illegaal voorhanden had.
Volgens de rechters is het bijzonder ernstig dat de man zijn vader bedreigde in diens eigen woning. Juist daar had het slachtoffer zich veilig moeten kunnen voelen. De rechtbank rekent het de verdachte bovendien zwaar aan dat zijn vader hem tijdelijk onderdak had geboden.
De man verkeerde tijdens het incident onder invloed van drugs. Uit zijn strafblad blijkt dat hij eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Verwarde verdachte zonder advocaat verhoord
Tijdens de rechtszaak speelde ook de manier waarop de politie de verdachte had verhoord een belangrijke rol. De man had aanvankelijk aangegeven geen advocaat nodig te hebben, maar volgens zijn raadsvrouw was hij op dat moment niet in staat de gevolgen van die beslissing te overzien.
Uit het politiedossier bleek dat de verdachte tijdens zijn eerste verhoor verwarde antwoorden gaf, onrustig gedrag vertoonde en suïcidale uitspraken deed. Bovendien was bij de politie bekend dat hij eerder psychotisch gedrag had vertoond en begeleiding kreeg van zorginstelling Fivoor.
De rechtbank oordeelde dat de politie de man als kwetsbare verdachte had moeten behandelen. Zijn beslissing om afstand te doen van rechtsbijstand was daardoor niet rechtsgeldig.
Daarmee was sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De rechtbank gebruikte zijn verklaring uit het betreffende verhoor niet als bewijs, maar zag geen aanleiding om vanwege deze procedurefout strafvermindering toe te passen.
Politie gaf verdachte twee vuistslagen
De verdediging stelde verder dat agenten tijdens de aanhouding buitensporig geweld hadden gebruikt. Volgens de advocaat kreeg de verdachte een vuistslag in zijn gezicht terwijl hij al op de grond lag.
Uit het politiedossier bleek dat agenten de man hadden opgedragen te blijven staan, maar dat hij probeerde weg te lopen. Toen een agent hem tegen de grond werkte, verzette de verdachte zich hevig.
Ondanks herhaalde waarschuwingen bleef hij zich verzetten. Een agent gaf hem daarop twee vuistslagen in het gezicht, waardoor gering letsel ontstond.
De rechtbank oordeelde dat het politiegeweld onder deze omstandigheden niet disproportioneel was. Agenten moesten rekening houden met een mogelijk psychotische verdachte die over een vuurwapen beschikte.
Verplichte behandeling en toezicht
Volgens de reclassering heeft de man te maken met meerdere problemen waarvoor intensieve begeleiding noodzakelijk is. Het risico dat hij opnieuw strafbare feiten pleegt, wordt als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft daarom naast de gevangenisstraf een proeftijd van twee jaar opgelegd. De verdachte moet zich melden bij de reclassering, meewerken aan opname en behandeling in een zorginstelling en controles op alcohol- en drugsgebruik ondergaan.
Ook kan een kortdurende klinische opname noodzakelijk zijn wanneer zijn psychische toestand verslechtert of hij opnieuw problemen krijgt door middelengebruik.
De bijzondere voorwaarden zijn onmiddellijk uitvoerbaar verklaard.
Lagere straf dan geëist
Het Openbaar Ministerie had achttien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Daarnaast wilde de officier van justitie een locatieverbod voor de straat waar de vader woont.
De rechtbank vond twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, passend. Daarbij is rekening gehouden met de kwetsbaarheid van de verdachte. De tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt afgetrokken van het onvoorwaardelijke strafdeel.
Een locatieverbod achtte de rechtbank niet noodzakelijk. Daarvoor waren volgens de rechters onvoldoende aanknopingspunten in het dossier.




