BREDA – Een 27-jarige man is vrijdag 9 oktober veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk, voor het maandenlang stalken en met de dood bedreigen van een jonge vrouw. De rechtbank in Breda acht bewezen dat de man het slachtoffer bijna een jaar lang lastigviel met telefoontjes, berichten en onaangekondigde bezoeken aan haar woning en werkplek. Zelfs nadat de politie hem had gewaarschuwd, ging hij door. Naast de celstraf krijgt hij een onmiddellijk ingaand contactverbod van twee jaar.

De belaging begon op 3 mei 2025 en duurde tot 3 april 2026. Het slachtoffer was destijds achttien à negentien jaar oud. De veroordeelde man was ruim zeven jaar ouder.

Volgens de rechtbank heeft de verdachte gedurende elf maanden ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de vrouw. Zijn gedrag veroorzaakte langdurige gevoelens van angst en onveiligheid.

De vrouw verklaarde dat zij voortdurend rekening moest houden met de mogelijkheid dat de man opnieuw zou bellen of onverwacht in haar omgeving zou verschijnen.

Vrouw maakte duidelijk dat contact ongewenst was

Op 3 mei 2025 maakte het slachtoffer de man in een McDonald's aan het Piusplein in Tilburg duidelijk dat zij geen contact meer met hem wilde.

De rechtbank stelt vast dat deze boodschap ondubbelzinnig was. Uit het strafdossier blijkt niet dat de vrouw daarna op enig moment opnieuw contact met de man wilde.

Toch bleef hij haar benaderen.

Hij verstuurde herhaaldelijk WhatsAppberichten, belde haar rechtstreeks en probeerde via andere personen met haar in contact te komen. Daarbij gebruikte hij ook anonieme telefoontjes.

Verder zocht hij contact via familieleden, collega's en de werkgever van het slachtoffer.

Ook schreef hij briefjes die voor de vrouw bestemd waren en gaf deze aan haar broer.

Verdachte verscheen bij woning en werkplek

De belaging bleef niet beperkt tot telefonisch contact en berichten.

De man verscheen volgens de bewezenverklaring meerdere keren bij de werkplek van de vrouw. Hij reed langs haar werkadres, hield zich daar op en volgde haar vanuit haar werk naar huis.

Ook kwam hij herhaaldelijk naar haar woning, waar hij zonder geldige reden bleef rondhangen.

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte met deze gedragingen stelselmatig de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer schond.

De verdediging stelde dat niet alle anonieme telefoontjes aan de verdachte konden worden gekoppeld en dat onvoldoende bewijs bestond voor het exacte aantal bezoeken aan de woning en werkplek.

De rechters verwierpen dat verweer grotendeels. Volgens de rechtbank staat voldoende vast dat de man het slachtoffer herhaaldelijk heeft lastiggevallen. Daarbij werden ook anonieme telefoontjes meegewogen waarbij zijn stem was herkend.

Ernstige doodsbedreiging met mes

Tijdens de maandenlange stalking bedreigde de man de jonge vrouw ook met de dood.

Op 25 oktober 2025 zei hij tegen haar: "Ik maak je af en dan steek ik jou met een mes."

De verdachte heeft deze bedreiging bekend. Zijn advocaat heeft voor dit onderdeel van de strafzaak geen vrijspraak gevraagd.

Volgens de rechtbank vormt de bedreiging een ernstige verzwaring van de maandenlange belaging.

Het slachtoffer moest daardoor niet alleen rekening houden met voortdurende ongewenste aandacht, maar ook met de mogelijkheid dat de verdachte daadwerkelijk geweld tegen haar zou gebruiken.

Politiegesprek maakte geen indruk

Op 17 januari 2026 voerde de politie een zogenoemd stopgesprek met de verdachte. Tijdens zo'n gesprek wordt iemand nadrukkelijk duidelijk gemaakt dat ongewenst contact moet ophouden.

De waarschuwing had echter niet het gewenste effect.

Volgens het vonnis reageerde de man afwijzend op de bemoeienis van de politie. Hij maakte duidelijk dat agenten zich niet met de situatie moesten bemoeien.

Daarna ging hij door met het lastigvallen van de vrouw.

De rechtbank rekent hem dit zwaar aan. Zelfs een rechtstreeks ingrijpen door de politie bleek onvoldoende om zijn gedrag te veranderen.

Slachtoffer voelde zich voortdurend onveilig

Uit de verklaringen van de vrouw blijkt dat de stalking grote gevolgen had voor haar dagelijks leven.

Zij wist nooit wanneer de verdachte opnieuw contact zou zoeken of onverwacht zou opduiken.

Ook familieleden van de man hadden hun zorgen over zijn gedrag met haar gedeeld. Zij adviseerden haar nadrukkelijk op haar eigen veiligheid te letten.

De voortdurende onzekerheid leidde tot angst en een gevoel van onveiligheid.

In haar schriftelijke slachtofferverklaring maakte de vrouw duidelijk dat deze gevoelens ook na het stoppen van de belaging niet volledig waren verdwenen.

Opvallend is dat zij geen schadevergoeding vroeg.

Volgens de rechtbank had het slachtoffer vooral één wens: dat de verdachte haar eindelijk met rust zou laten.

Eerdere veroordeling voor huiselijk geweld

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank ook rekening met het strafrechtelijke verleden van de verdachte.

Op 16 januari 2026 werd hij al onherroepelijk veroordeeld voor huiselijk geweld dat op 16 december 2025 had plaatsgevonden.

Daarvoor kreeg hij een taakstraf van veertig uur opgelegd, waarvan twintig uur voorwaardelijk.

De rechtbank stelt vast dat de man de jonge vrouw bleef stalken terwijl de proeftijd van die eerdere veroordeling al liep.

Daaruit leiden de rechters af dat de eerdere voorwaardelijke straf onvoldoende indruk op hem had gemaakt.

Ook de reclassering uitte ernstige zorgen over zijn gedrag.

Reclassering schat herhalingsgevaar hoog in

In rapportages van 11 juni en 1 september 2026 beschreef de reclassering verschillende risicofactoren.

Volgens de reclassering heeft de verdachte onvoldoende inzicht in zijn problemen en gedrag. Daarnaast beschikt hij niet over een zinvolle dagbesteding of een ondersteunend sociaal netwerk.

De man wilde bovendien niet meewerken aan bijzondere voorwaarden of psychologisch onderzoek.

De reclassering schatte daarom zowel het risico op herhaling als het risico op letsel hoog in.

De advocaat van de verdachte wees erop dat haar cliënt psychische problemen had en tijdens zijn detentie op psychiatrische afdelingen van een penitentiaire inrichting had verbleven.

De verdachte was niet aanwezig bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op 25 september. Volgens zijn advocaat verbleef hij op dat moment in Egypte om tot rust te komen.

Openbaar Ministerie eiste acht maanden cel

Het Openbaar Ministerie had een gevangenisstraf van acht maanden geëist, waarvan twee maanden voorwaardelijk.

Daarnaast wilde de officier van justitie een contactverbod voor drie jaar.

De verdediging vroeg de rechtbank geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die de verdachte al in voorarrest had doorgebracht.

De rechtbank kwam uiteindelijk tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk.

Dat betekent dat 56 dagen van de straf onvoorwaardelijk zijn. De periode die de man al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt daarop in mindering gebracht.

Aan het voorwaardelijke gedeelte is een proeftijd van twee jaar verbonden.

Contactverbod gaat onmiddellijk in

Naast de gevangenisstraf heeft de rechtbank een contactverbod van twee jaar opgelegd.

De veroordeelde mag gedurende deze periode op geen enkele manier rechtstreeks of via anderen contact opnemen met het slachtoffer.

Het contactverbod is onmiddellijk uitvoerbaar. De rechtbank acht dat noodzakelijk vanwege het hoge risico dat de man opnieuw ongewenst contact zoekt.

Wanneer hij het verbod overtreedt, kan voor iedere overtreding zeven dagen vervangende hechtenis worden toegepast, met een maximum van zes maanden.

Het uitzitten van die hechtenis betekent niet dat het contactverbod vervalt.

De rechtbank benadrukt dat de maatregel noodzakelijk is om het slachtoffer te beschermen tegen nieuw belastend gedrag.

Bescherming slachtoffer staat centraal

Volgens de rechters heeft de verdachte gedurende een lange periode bewust de grenzen van het slachtoffer genegeerd.

De jonge vrouw had duidelijk gemaakt geen contact te willen, maar werd desondanks herhaaldelijk benaderd, gevolgd en bedreigd.

De rechtbank vindt een gevangenisstraf daarom gerechtvaardigd. Tegelijkertijd moet het onmiddellijk uitvoerbare contactverbod voorkomen dat de vrouw opnieuw met de verdachte wordt geconfronteerd.

Met de uitspraak van 9 oktober 2026 komt een einde aan de behandeling van de zaak bij de rechtbank in Breda. Of de verdachte hoger beroep instelt, is nog niet bekend.