DEN HAAG – Nederland kan honderden miljoenen euro's aan Europees herstelgeld mislopen wanneer eerder afgesproken hervormingen worden teruggedraaid. Dat geldt mogelijk ook voor een verlaging van de belasting op aardgas. Minister Eelco Heinen van Financiën bevestigt in antwoorden op Kamervragen dat het niet nakomen van afspraken uit het Europese coronaherstelfonds grote financiële gevolgen kan hebben. Bij een belangrijke hervorming kan de korting oplopen tot ongeveer 653 miljoen euro per niet-behaalde doelstelling. Daarmee kan het terugdraaien van eerder ingevoerd beleid de Nederlandse schatkist veel geld kosten.

Dat blijkt uit antwoorden die minister Heinen donderdag 15 oktober naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De vragen waren afkomstig van de Kamerleden Schenk en Van Houwelingen, die duidelijkheid wilden over de afspraken die Nederland met de Europese Unie heeft gemaakt in ruil voor miljarden uit het coronaherstelfonds.

De kwestie raakt aan de vraag hoeveel vrijheid de Nederlandse politiek nog heeft om belastingen te verlagen of hervormingen terug te draaien zonder daarmee Europese subsidies in gevaar te brengen.

Gasbelasting onderdeel van Europese afspraken

De discussie ontstond na de bekendmaking dat Nederland mogelijk maximaal ongeveer 600 miljoen euro aan Europees herstelgeld kan mislopen wanneer de belasting op aardgas wordt verlaagd.

De Kamerleden wilden weten of het kabinet-Rutte IV in 2022 met de Europese Commissie heeft afgesproken de belasting op aardgas te verhogen in ruil voor financiële steun.

Minister Heinen bevestigt dat de energiebelasting onderdeel is van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan, dat in 2022 bij de Europese Commissie werd ingediend.

Volgens de minister ging het daarbij om beleid dat Nederland zelf al had vastgesteld en begroot. Het kabinet koos ervoor bestaande maatregelen op te nemen in het herstelplan waarmee Nederland aanspraak kon maken op Europees geld.

Daarmee benadrukt Heinen dat de Europese Commissie Nederland niet zelfstandig heeft verplicht een nieuwe gasbelasting in te voeren. Wel zijn de opgenomen maatregelen vervolgens onderdeel geworden van juridisch bindende Europese afspraken.

Het terugdraaien daarvan kan gedurende de looptijd van het fonds financiële gevolgen hebben.

Maximaal 653 miljoen euro per belangrijke hervorming

Het Europese coronaherstelfonds werkt volgens een systeem waarbij lidstaten pas geld ontvangen wanneer vooraf vastgelegde doelstellingen en mijlpalen zijn behaald.

Wanneer een land een afspraak niet nakomt of een eerder behaalde doelstelling alsnog terugdraait, kan de Europese Commissie besluiten de uitbetaling te verlagen.

Volgens minister Heinen kan een dergelijke korting bij een belangrijke hervorming oplopen tot ongeveer 653 miljoen euro per niet-behaalde mijlpaal of doelstelling.

Dat betekent overigens niet dat een verlaging van de gasbelasting automatisch tot een korting van 653 miljoen euro leidt.

De Europese Commissie beoordeelt per geval welke financiële gevolgen aan het niet nakomen van een afspraak worden verbonden. De exacte hoogte van een eventuele korting staat vooraf niet vast.

De minister bevestigt daarmee wel dat de financiële risico's aanzienlijk kunnen zijn.

Ook pensioenstelsel en andere belastingen genoemd

De Kamerleden wilden daarnaast weten welke andere Nederlandse wetten en beleidsmaatregelen onderdeel zijn geworden van afspraken met Brussel.

Zij noemen onder meer het pensioenstelsel, de vliegbelasting, CO2-heffingen, autobelastingen, het arbeidsmarktbeleid, de zelfstandigenaftrek en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.

Volgens Heinen kunnen financiële gevolgen ontstaan wanneer een beleidswijziging ertoe leidt dat een vastgelegde doelstelling niet wordt bereikt of een reeds behaalde mijlpaal wordt teruggedraaid.

Voor een volledig overzicht verwijst de minister naar het Europese Raadsuitvoeringsbesluit waarin alle Nederlandse afspraken en doelstellingen zijn vastgelegd.

De minister specificeert in zijn antwoorden niet welke afzonderlijke beleidswijzigingen precies tot welke financiële korting zouden leiden.

Daarmee blijft voor de Tweede Kamer onduidelijk hoeveel geld Nederland bij het terugdraaien van elk van de genoemde maatregelen afzonderlijk zou kunnen verliezen.

Tweede Kamer behoudt beslissingsbevoegdheid

Een belangrijke vraag van Schenk en Van Houwelingen is of de Tweede Kamer nog volledig vrij kan beslissen over Nederlandse wetgeving wanneer het terugdraaien van afspraken honderden miljoenen euro's kan kosten.

Volgens minister Heinen blijft de besluitvormende bevoegdheid van het parlement volledig bestaan.

De Tweede Kamer kan wetten blijven aannemen, aanpassen of verwerpen.

Daar staat volgens hem tegenover dat Nederland zich bij deelname aan het coronaherstelfonds heeft verbonden aan de voorwaarden die bij de Europese financiële steun horen.

De regering wijst erop dat de Tweede Kamer tijdens de voorbereiding en uitvoering van het herstelplan meerdere keren over de afspraken is geïnformeerd.

Onder meer via Kamerbrieven, voortgangsrapportages en verslagen van vergaderingen van Europese ministers van Financiën is de Kamer op de hoogte gehouden.

Volgens Heinen heeft Nederland bovendien zelf aangedrongen op strenge voorwaarden bij de uitbetaling van Europees herstelgeld.

Die voorwaarden moesten ervoor zorgen dat Europese subsidies daadwerkelijk zouden bijdragen aan hervormingen en economische versterking.

Nederland kan 5,4 miljard euro ontvangen

Nederland kan uit het Europese coronaherstelfonds in totaal aanspraak maken op ongeveer 5,4 miljard euro.

Volgens de minister zijn de eerste drie betaalverzoeken inmiddels door de Europese Commissie goedgekeurd en uitbetaald.

Daarmee heeft Nederland ongeveer 3 miljard euro ontvangen.

Het vierde betaalverzoek, ter waarde van 661 miljoen euro, is op 7 september 2026 positief beoordeeld door de Europese Commissie. De definitieve afhandeling daarvan loopt nog.

Ook het vijfde en laatste betaalverzoek is inmiddels ingediend. Daarmee is ongeveer 1,7 miljard euro gemoeid.

De Europese Commissie moet dit laatste verzoek nog beoordelen.

Wanneer Nederland aan alle voorwaarden voldoet, kan het resterende geld voor het einde van 2026 worden uitgekeerd.

Het kabinet stelt dat alle afgesproken mijlpalen en doelstellingen inmiddels zijn behaald.

Dat betekent echter niet dat alle financiële risico's al zijn verdwenen.

Afspraken blijven gelden tot eind 2026

De afspraken uit het Nederlandse herstelplan blijven volgens Heinen juridisch bindend tot de afronding van het Europese coronaherstelfonds.

Alle mijlpalen en doelstellingen moesten uiterlijk 31 augustus 2026 zijn gerealiseerd.

De looptijd van het fonds eindigt op 31 december 2026.

Tot die datum kan het terugdraaien van een eerder behaalde doelstelling nog financiële gevolgen hebben.

Dit geldt ook wanneer Nederland het geld voor de betreffende hervorming al heeft ontvangen.

De kortingsmethodologie van de Europese Commissie blijft namelijk gedurende de looptijd van het fonds van toepassing op maatregelen die naar verwachting een blijvend effect moeten hebben.

De minister geeft daarmee aan dat Nederland niet zonder financiële risico's direct na ontvangst van Europees herstelgeld gemaakte afspraken kan terugdraaien.

Europese schulden lopen door tot 2058

Naast de voorwaarden voor het ontvangen van subsidies stellen de Kamerleden vragen over de uiteindelijke kosten van het coronaherstelfonds voor Nederland.

Het Europese fonds wordt voor een belangrijk deel gefinancierd met leningen die de Europese Commissie namens de Europese Unie afsluit op de kapitaalmarkt.

Het subsidiedeel van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit bedraagt in totaal 360 miljard euro.

De Europese leningen en de bijbehorende rentekosten moeten uiterlijk op 31 december 2058 zijn terugbetaald.

Nederland betaalt niet rechtstreeks een vast bedrag per afzonderlijk Europees herstelprogramma.

De Nederlandse bijdrage loopt via de jaarlijkse afdrachten aan de algemene Europese begroting.

Volgens de voorgestelde Europese begroting voor 2027 bedraagt het Nederlandse aandeel in de eigen middelen waarmee die begroting wordt gefinancierd ongeveer 5,1 procent.

Hoeveel Nederland uiteindelijk aan rente en aflossingen bijdraagt, staat nog niet vast.

Dat hangt onder meer af van de rentestanden, de economische ontwikkeling, het Nederlandse aandeel in het Europese bruto nationaal inkomen en de afspraken over het terugbetalen van de leningen.

De minister geeft daarom geen definitieve berekening van het bedrag dat Nederland uiteindelijk netto aan het coronaherstelfonds overhoudt.

Europese afspraken beperken financiële speelruimte

De antwoorden van Heinen maken duidelijk dat Europese herstelmiddelen niet zonder voorwaarden worden verstrekt.

Hoewel de Tweede Kamer haar wettelijke bevoegdheden behoudt, kunnen besluiten om bestaande hervormingen terug te draaien aanzienlijke gevolgen hebben voor de Nederlandse overheidsfinanciën.

Vooral wanneer een belangrijke hervorming onderdeel is van het Europese herstelplan, kan het financiële risico oplopen tot honderden miljoenen euro's.

Tegelijkertijd benadrukt de minister dat deze voorwaarden bewust zijn opgenomen om te voorkomen dat landen Europese subsidies ontvangen zonder de afgesproken hervormingen daadwerkelijk uit te voeren.

Nederland heeft bovendien zelf gekozen welke bestaande en voorgenomen maatregelen in het herstelplan werden opgenomen.

De discussie draait daarmee om de spanning tussen nationale beleidsvrijheid en de financiële verplichtingen die Nederland vrijwillig binnen Europees verband is aangegaan.

Eind 2026 komt financiële duidelijkheid

De Europese Commissie moet voor het einde van het jaar de laatste Nederlandse betaalverzoeken beoordelen.

Wanneer alle doelstellingen worden goedgekeurd en niet worden teruggedraaid, kan Nederland de volledige toegezegde 5,4 miljard euro ontvangen.

Volgens het kabinet zijn alle voorwaarden inmiddels vervuld en bestaat er daarom vertrouwen dat het resterende geld wordt uitgekeerd.

De Tweede Kamer houdt de bevoegdheid om nationale wetgeving te wijzigen, maar zal tot het einde van de looptijd van het fonds rekening moeten houden met mogelijke financiële consequenties.

Of een verlaging van de gasbelasting daadwerkelijk tot een Europese korting zou leiden en hoe hoog die zou uitvallen, kan de minister op dit moment niet met zekerheid zeggen.

Daarover heeft de Europese Commissie uiteindelijk het oordeel.

De beantwoording laat vooral zien dat afspraken over Europees herstelgeld doorwerken in de ruimte die de Nederlandse politiek heeft om belastingen en andere hervormingen op korte termijn aan te passen.