DEN HAAG – Het kabinet blijft onderzoeken hoe ongeveer 210 miljard euro aan bevroren Russische centralebanktegoeden kan worden ingezet voor steun aan Oekraïne. Dat blijkt uit antwoorden die minister Eelco Heinen van Financiën en minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken op donderdag 29 oktober hebben gegeven op eerdere Kamervragen van Van Lanschot, Krul en Inge van Dijk. Nederland steunt verdere Europese verkenningen, maar stelt dat financiële en juridische risico's zorgvuldig moeten worden beoordeeld.
De Kamerleden hadden vragen gesteld over de toenemende financiële problemen van Oekraïne en het initiatief The Russian Transfer. Dit voorstel beoogt Russische staatsactiva die momenteel in de Europese Unie zijn bevroren, onder te brengen bij een gezamenlijke Europese instelling.
Oekraïne kampt met groot begrotingstekort
Volgens de vragenstellers verwacht Oekraïne in 2027 minstens 22 miljard euro extra nodig te hebben voor de overheidsbegroting, naast aanvullende middelen voor het leger. Het kabinet bevestigt dat Oekraïne opnieuw financiële tekorten tegemoetgaat, maar noemt nog geen definitief bedrag.
Het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Commissie onderzoeken momenteel de Oekraïense begrotingscijfers om vast te stellen hoeveel aanvullende internationale steun noodzakelijk is.
Het kabinet benadrukt dat Rusland als agressor verantwoordelijk moet worden gehouden voor de schade die het land in Oekraïne veroorzaakt.
Voorstel om 210 miljard euro over te dragen
Het initiatief The Russian Transfer stelt voor om ongeveer 210 miljard euro aan bevroren Russische centralebanktegoeden over te brengen naar een Europese instelling. Daarbij zou Rusland vooralsnog zijn juridische aanspraken op het geld behouden.
Volgens het kabinet biedt deze constructie een nieuw perspectief, omdat financiële instellingen zoals het Belgische Euroclear de Russische tegoeden dan niet langer zelf op hun balans hoeven te houden.
De ministers hebben het initiatief bestudeerd, maar vinden dat het voorstel onvoldoende is uitgewerkt om er een definitief oordeel over te geven. Ook heeft de Europese Commissie nog geen formeel voorstel ingediend.
Juridische bezwaren moeten worden onderzocht
Een belangrijk vraagstuk is of de Europese Unie de overdracht kan regelen via artikel 122 van het EU-verdrag. Daarmee kunnen lidstaten onder uitzonderlijke economische omstandigheden besluiten nemen met een gekwalificeerde meerderheid.
Het kabinet sluit deze mogelijkheid niet uit, maar benadrukt dat eerst een volledige juridische beoordeling nodig is. Daarbij moet ook duidelijk worden of Rusland juridisch aanspraak blijft houden op de tegoeden.
De ministers vinden het positief wanneer voorstellen geen confiscatie van Russische bezittingen inhouden.
België mag niet alleen opdraaien voor risico's
De Kamerleden vroegen ook naar mogelijke financiële gevolgen voor België en Euroclear. Het kabinet benadrukt dat eventuele risico's gezamenlijk door Europese lidstaten moeten worden gedragen.
Geen enkele lidstaat mag volgens de ministers met onevenredig grote financiële verplichtingen worden geconfronteerd.
Nederland blijft binnen Europa aandringen
Nederland blijft samen met andere Europese landen aandringen op verdere uitwerking van de mogelijkheden. Eerder steunde het kabinet samen met Polen en Spanje een Zweedse oproep aan de Europese Commissie om technische expertise beschikbaar te stellen.
Een definitief besluit over de inzet van de Russische tegoeden is nog niet genomen. Het kabinet wil dat eventuele maatregelen gezamenlijk binnen de EU en in nauwe samenwerking met de G7 worden voorbereid.



