DEN HAAG – Als er nu Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou Nederland opnieuw voor een ingewikkelde kabinetsformatie kunnen staan. Progressief Nederland (PRO), de fusiepartij van GroenLinks en PvdA onder leiding van Jesse Klaver, staat bovenaan in de nieuwste landelijke peilingen. Tegelijkertijd beschikken de rechtse partijen gezamenlijk over een aanzienlijk aantal virtuele zetels. Maar welke coalities kunnen daadwerkelijk een meerderheid vormen? En wat zouden de gevolgen zijn van een kabinet over rechts of links?
Een analyse van de meest recente Peilingwijzer, de afzonderlijke peilingen van Ipsos I&O en Maurice de Hond en de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen laat zien dat een meerderheid van 76 zetels op verschillende manieren kan worden samengesteld. De politieke bereidheid om samen te werken vormt daarbij een minstens zo belangrijke factor als de zetelverdeling.
PRO bovenaan, regeringspartijen leveren in
Volgens de Peilingwijzer van 16 oktober 2026 staat PRO op ongeveer 28 zetels. Daarmee wint de partij acht zetels ten opzichte van de verkiezingen van oktober 2025.
De PVV van Geert Wilders komt uit op 18 zetels, acht minder dan bij de verkiezingen. VVD en JA21 volgen met ieder 17 zetels.
D66 zakt naar 15 zetels, een verlies van elf ten opzichte van de verkiezingsuitslag. Ook het CDA levert in en komt uit op 14 zetels.
Opvallend is de positie van JA21. De partij van Joost Eerdmans verdubbelt bijna ten opzichte van de negen zetels die bij de verkiezingen van 2025 werden behaald.
Forum voor Democratie komt in de Peilingwijzer uit op ongeveer elf zetels. Daarmee staat de partij vier zetels boven haar verkiezingsresultaat.
De jongste afzonderlijke peiling van Ipsos I&O, gepubliceerd op 16 oktober, bevestigt grotendeels deze verschuivingen. In dat onderzoek staat PRO eveneens op 28 zetels, terwijl PVV en JA21 beide op achttien zetels uitkomen.
Het onderzoek laat ook zien dat een aanzienlijk deel van de kiezers ontevreden is over het functioneren van het minderheidskabinet van premier Rob Jetten.
De volledige zetelverdeling
De afgeronde zetelschatting van de Peilingwijzer van 16 oktober ziet er als volgt uit:
Welke coalities zijn mogelijk?
Een kabinet heeft voor een vaste meerderheid in de Tweede Kamer minimaal 76 van de 150 zetels nodig.
Op basis van de peilingen zijn meerdere combinaties denkbaar. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de rekenkundige meerderheid en de politieke mogelijkheid om daadwerkelijk tot een regeerakkoord te komen.
Een brede coalitie van PRO, D66, VVD, CDA en ChristenUnie beschikt volgens de Peilingwijzer over 78 zetels.
Deze combinatie verenigt sociaal-progressieve, liberale en christendemocratische partijen. Daardoor zullen vooral over migratie, belastingen, sociale zekerheid en klimaatbeleid stevige onderhandelingen nodig zijn.
Dezelfde combinatie komt volgens de afzonderlijke Ipsos-peiling uit op precies 76 zetels.
In de Eerste Kamer beschikken deze vijf partijen op basis van de geregistreerde fractieverdeling van augustus gezamenlijk over 39 van de 75 zetels. Daarmee is er ook daar rekenkundig een meerderheid.
Kan Nederland opnieuw over rechts?
Een coalitie van PVV, JA21, VVD, CDA, FvD en BBB zou volgens de Peilingwijzer gezamenlijk 79 zetels behalen.
Daarmee is een rechtse meerderheid rekenkundig mogelijk.
De politieke haalbaarheid is echter een afzonderlijke kwestie. Tijdens de kabinetsformatie na de verkiezingen van 2025 sloten verschillende partijen samenwerking met de PVV en FvD uit. De VVD wees toen deelname aan een kabinet met de PVV af. Ook het CDA, D66 en andere partijen hadden principiële bezwaren tegen samenwerking met beide partijen.
Deze eerder uitgesproken standpunten vormen een belemmering voor een dergelijke rechtse coalitie, tenzij partijen hun positie veranderen.
Een bijkomend probleem is de Eerste Kamer. De genoemde rechtse combinatie zou daar op basis van de zetelverdeling van augustus slechts 35 zetels hebben. Dat zijn er drie te weinig voor een meerderheid.
Een rechts kabinet zou dus niet alleen overeenstemming moeten bereiken tussen partijen die eerder samenwerking uitsloten, maar ook aanvullende steun moeten zoeken voor wetgeving.
Wat zijn de gevolgen van een rechts kabinet?
Bij een rechts-conservatief kabinet dat sterk wordt beïnvloed door PVV, JA21 en FvD, zouden migratie, nationale soevereiniteit en veiligheid nadrukkelijker op de politieke agenda kunnen komen.
Op basis van de partijprogramma's zijn verschillende beleidsrichtingen te onderscheiden.
Op migratiegebied kan worden ingezet op strengere toelatingsvoorwaarden, beperkingen bij gezinshereniging en een intensiever terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers.
De praktische gevolgen zijn afhankelijk van de maatregelen. Nederland is gebonden aan Europese regelgeving, internationale verdragen en rechterlijke uitspraken.
De Raad van State waarschuwde eerder bij voorgestelde strengere asielwetten dat extra procedures en ingewikkeldere regelgeving juist meer druk kunnen veroorzaken bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechtspraak.
Op economisch gebied pleiten partijen zoals VVD en JA21 voor een relatief terughoudende overheid, lagere lasten op bepaalde terreinen en maatregelen om ondernemerschap te stimuleren.
De gevolgen verschillen per inkomensgroep en hangen af van de financiering. Lagere belastingen kunnen huishoudens en ondernemingen voordeel bieden, maar bezuinigingen op voorzieningen kunnen daar voor andere groepen tegenover staan.
Ook kunnen de klimaat- en natuurdoelstellingen onder druk komen wanneer een kabinet bestaande maatregelen beperkt of uitstelt zonder gelijkwaardige alternatieven te introduceren.
Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde bij de analyse van verkiezingsprogramma's in 2025 vast dat de maatregelen van BBB en JA21 tot meer broeikasgasuitstoot leiden dan bij voortzetting van het toenmalige beleid.
Niet alle rechtse partijen kiezen overigens voor hetzelfde beleid. Het CDA en de VVD verschillen op verschillende onderdelen van PVV en FvD, bijvoorbeeld over Europese samenwerking en de rechtsstaat.
Gevolgen van een kabinet met PVV en FvD
Wanneer PVV en FvD een doorslaggevende rol krijgen in een kabinet, kunnen aanvullende discussies ontstaan over de verhouding tussen nationale wetgeving, Europese afspraken en grondrechten.
Dat betekent niet automatisch dat voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk kunnen worden ingevoerd.
Nieuwe wetten moeten door het parlement worden aangenomen en aan geldende internationale verplichtingen voldoen. Ook kunnen rechters bepaalde overheidsbesluiten toetsen aan Europees recht en mensenrechtenverdragen.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau wees in zijn analyse van verkiezingsprogramma's op het belang van bescherming van de democratische rechtsstaat en waarschuwde dat sommige politieke voorstellen risico's kunnen opleveren voor de rechten van specifieke groepen.
De uiteindelijke gevolgen hangen af van welke voorstellen in een regeerakkoord terechtkomen en hoe deze juridisch en praktisch worden uitgewerkt.
Is een linkse coalitie mogelijk?
Aan de andere kant van het politieke spectrum ontstaat eveneens een ingewikkelde situatie.
PRO, SP, Partij voor de Dieren, Volt en DENK komen gezamenlijk uit op 44 zetels.
Zelfs wanneer D66 en ChristenUnie aan deze combinatie worden toegevoegd, stijgt het totaal slechts naar 63 zetels.
Daarmee is duidelijk dat een coalitie van uitsluitend linkse en progressieve partijen, zelfs in deze ruimere samenstelling, geen meerderheid heeft.
Een alternatief waarbij PRO samenwerkt met D66, CDA, SP, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en 50PLUS komt volgens de Peilingwijzer precies uit op 76 zetels.
Dat zijn echter zeven partijen met aanzienlijke verschillen over economische hervormingen, migratie, landbouwbeleid en overheidsfinanciën.
In de Eerste Kamer beschikt deze combinatie over 36 zetels. Ook daar zou dus aanvullende steun nodig zijn.
Wat betekent een links-progressief kabinet?
Een kabinet waarin PRO en andere linkse en progressieve partijen de belangrijkste beleidsrichting bepalen, zou vermoedelijk andere prioriteiten stellen.
Op economisch gebied ligt de nadruk in hun verkiezingsprogramma's vaker op inkomensverdeling, publieke voorzieningen, volkshuisvesting en investeringen in klimaatbeleid.
Dat kan leiden tot hogere uitgaven aan onder meer onderwijs, betaalbare woningen, openbaar vervoer en sociale zekerheid.
De financiering zou deels kunnen worden gezocht in hogere belastingen op grote vermogens, winst of andere inkomstenbronnen.
De gevolgen voor huishoudens en ondernemingen hangen af van de precieze maatregelen. Meer inkomensondersteuning kan de koopkracht van bepaalde groepen verbeteren, terwijl hogere belastingen of heffingen voor andere groepen tot extra kosten kunnen leiden.
Bij klimaat en landbouw zouden partijen als PRO, D66 en Partij voor de Dieren doorgaans verdergaande maatregelen willen nemen om uitstoot te beperken en natuurgebieden te herstellen.
Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving leiden de plannen van GroenLinks-PvdA, D66, ChristenUnie en Volt uit 2025 tot een sterkere vermindering van broeikasgasuitstoot dan verschillende andere onderzochte partijprogramma's.
Tegelijkertijd vragen deze maatregelen investeringen en aanpassingen van bedrijven, huishoudens en agrarische ondernemingen. De kosten kunnen op korte termijn aanzienlijk zijn.
Ook bij een links-progressieve beleidskoers blijven de financiële houdbaarheid van voorzieningen, woningbouwproblemen en personeelstekorten in bijvoorbeeld de zorg belangrijke uitdagingen.
Wat zegt het Centraal Planbureau?
Het Centraal Planbureau rekende voor de verkiezingen van 2025 de programma's van tien partijen door in de publicatie Keuzes in Kaart 2027-2030.
De verschillen tussen de partijen zijn aanzienlijk.
Zo leidden de ingediende plannen van GroenLinks-PvdA ten opzichte van het basispad tot ongeveer 15 miljard euro hogere overheidsuitgaven in 2030. Daartegenover stonden ongeveer 13,2 miljard euro hogere beleidsmatige lasten.
Bij de VVD voorzag het doorgerekende beleid juist in ongeveer 9,8 miljard euro lagere overheidsuitgaven en 7,8 miljard euro lagere lasten ten opzichte van het basispad.
Ook de gevolgen voor armoede lopen uiteen.
In het basispad verwachtte het CPB dat het aandeel personen in armoede zou dalen naar 2,6 procent in 2030. Volgens dezelfde berekeningen zouden de VVD-plannen dat aandeel verhogen naar 3,5 procent. Bij het programma van GroenLinks-PvdA zou de armoede juist sterker dalen dan in het basispad.
Deze cijfers hebben betrekking op afzonderlijke verkiezingsprogramma's uit 2025. Ze kunnen niet rechtstreeks worden vertaald naar een toekomstig coalitieakkoord.
Bovendien lieten niet alle partijen hun programma doorrekenen. Onder meer PVV, FvD en SP namen niet deel aan deze CPB-analyse.
Ook de Eerste Kamer speelt een belangrijke rol
Bij de beoordeling van mogelijke coalities wordt vaak uitsluitend gekeken naar de Tweede Kamer. Dat geeft echter geen volledig beeld.
Voor nieuwe wetgeving is in beginsel ook steun van de Eerste Kamer nodig.
Een kabinet met een meerderheid in de Tweede Kamer kan daardoor alsnog vastlopen wanneer voldoende senatoren tegen voorgestelde wetten stemmen.
Van de doorgerekende mogelijkheden beschikt een brede combinatie van PRO, D66, VVD, CDA en ChristenUnie volgens de gebruikte zetelverdelingen over 78 zetels in de Tweede Kamer en 39 in de Eerste Kamer.
Een rechtse coalitie met PVV en FvD behaalt in dit rekenvoorbeeld 79 Tweede Kamerzetels, maar blijft in de Eerste Kamer steken op 35.
Een coalitie met PRO, D66, CDA, SP, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en 50PLUS heeft 76 zetels in de Tweede Kamer en 36 in de Eerste Kamer.
Daarmee wordt duidelijk dat de samenstelling van de senaat een belangrijke beperking kan vormen bij de uitvoering van een regeerakkoord.
Peilingen zijn geen verkiezingsuitslag
Bij alle berekeningen geldt een belangrijke kant




