DE BILT – Een basisschool in de gemeente De Bilt mag voorlopig doorgaan met de geplande uitbreiding, ondanks bezwaren van een naastgelegen boomkwekerij. De eigenaar vreest dat leerlingen worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen omdat de afstand tussen beide percelen slechts 29,5 meter bedraagt. De voorzieningenrechter in Utrecht heeft maandag 19 oktober het verzoek om de omgevingsvergunning te schorsen afgewezen.

De gemeente verleende op 23 juli 2026 een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het schoolgebouw. De eigenaar van de aangrenzende boomkwekerij maakte bezwaar. Volgens hem is onvoldoende aangetoond dat de uitbreiding verenigbaar is met de eisen voor een gezonde leefomgeving.

Zorgen over bestrijdingsmiddelen

De boomkweker stelt niet tegen de uitbreiding van de basisschool te zijn, maar maakt zich zorgen over de veiligheid van de kinderen. Op zijn bedrijf worden gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Daarbij bestaat het risico dat kleine druppeltjes bestrijdingsmiddel door de wind buiten het behandelde terrein terechtkomen. Dit verschijnsel staat bekend als spuitdrift.

In de rechtspraak wordt bij gevoelige bestemmingen, zoals scholen en woningen, doorgaans uitgegaan van een afstand van 50 meter tot agrarische activiteiten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Een kleinere afstand is mogelijk wanneer voldoende wordt onderbouwd dat sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Bij deze basisschool bedraagt de afstand tot de boomkwekerij slechts 29,5 meter. Uit eerder uitgevoerd locatiespecifiek onderzoek bleek volgens de ondernemer dat deze afstand onvoldoende is om een aanvaardbaar leefklimaat te garanderen.

Gemeente beloofde beschermende haag

Het conflict tussen de boomkweker en de gemeente speelt al langer. Bij de oorspronkelijke bouwvergunning uit februari 2017 maakte de ondernemer eveneens bezwaar tegen de geringe afstand.

De gemeente deed destijds schriftelijk de toezegging dat op het schoolterrein een haag zou worden aangeplant om de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen tegen te gaan.

Volgens de ondernemer is aan deze toezegging nog altijd geen uitvoering gegeven. Hij wilde daarom voorkomen dat het nieuwe gedeelte van de school in gebruik wordt genomen voordat de beschermende maatregel is gerealiseerd.

Bestemmingsplan geeft doorslag

De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitbreiding past binnen de bestaande regels van het omgevingsplan. Het betreffende perceel heeft een maatschappelijke bestemming, waaronder onderwijsvoorzieningen vallen.

Omdat de uitbreiding voldoet aan de gebruiksregels, hoeft de gemeente bij deze vergunningverlening niet opnieuw te beoordelen of de afstand tot de boomkwekerij voldoende is.

Volgens de rechter had die belangenafweging moeten plaatsvinden bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Dat plan staat inmiddels juridisch vast.

De gemeente moest daarom in beginsel medewerking verlenen aan de vergunningsaanvraag.

Verschil van vier centimeter

De rechter ontdekte wel een mogelijk probleem met de bouwhoogte. Volgens het omgevingsplan mag het schoolgebouw maximaal 9,5 meter hoog zijn.

Op het aanvraagformulier staat een hoogte van 9,48 meter, terwijl de bijbehorende bouwtekening een hoogte van 9,52 meter vermeldt.

De gemeente moet tijdens de behandeling van het bezwaar onderzoeken welke hoogte daadwerkelijk is aangevraagd en vergund. Als de toegestane hoogte wordt overschreden, kan mogelijk een afwijking van maximaal tien procent worden toegestaan.

Bouwwerkzaamheden kunnen doorgaan

De schoolvereniging heeft aangegeven in november op eigen rekening en risico met de uitbreiding te beginnen. Zij wil niet wachten totdat de gemeente definitief op het bezwaar heeft beslist.

De rechter laat het belang van voldoende onderwijsplekken zwaarder wegen dan het belang van de boomkweker bij onmiddellijke schorsing.

Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom afgewezen. De omgevingsvergunning blijft van kracht.

De uitspraak betekent niet dat de bezwaarprocedure is afgerond. De gemeente moet nog een definitieve beslissing op het bezwaar nemen en daarbij onder meer duidelijkheid verschaffen over de bouwhoogte.