DEN HAAG – De grootschalige renovatie van het Binnenhof in Den Haag wordt opnieuw geconfronteerd met financiële tegenvallers. De bouwrente voor de periode 2027 tot en met 2031 is vastgesteld op 2,64 procent, terwijl bij eerdere berekeningen werd uitgegaan van 2 procent. Hierdoor lopen de financieringskosten verder op. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer van 16 oktober 2026.
De minister meldt dat de hogere rente gevolgen heeft voor de totale investeringskosten van de renovatie. Hoeveel extra geld nodig is, kan op dit moment nog niet worden vastgesteld. Dat hangt onder meer af van de uiteindelijke omvang van de leningen en het moment waarop de uitgaven worden gedaan.
Het Rijksvastgoedbedrijf financiert de renovatie via een leenfaciliteit. Totdat de werkzaamheden zijn afgerond, wordt bouwrente betaald over de uitstaande leningen. Deze kosten worden toegevoegd aan de totale investering en na oplevering terugbetaald via de gebruiksvergoedingen van de gebouwen.
Bouwrente stijgt met 0,64 procentpunt
De bouwrente wordt iedere vijf jaar opnieuw vastgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2031 bedraagt deze nu afgerond 2,64 procent. Dat is 0,64 procentpunt hoger dan waarmee eerder rekening werd gehouden.
Volgens de minister leidt deze stijging tot hogere rentelasten voor het renovatieprogramma. Het exacte financiële effect moet nog worden doorgerekend aan de hand van de uiteindelijke uitgaven en financieringsbehoefte.
Een besluit over eventuele aanpassing van het renovatiebudget wordt genomen tijdens de reguliere begrotingsbesprekingen. Het eerste daarvoor aangewezen moment is de Voorjaarsnota 2027.
De Tweede Kamer ontvangt in november 2026 de zestiende voortgangsrapportage over de renovatie. Daarin komt ook uitgebreidere informatie over de financiële situatie van het project. Een deel van die toelichting wordt vertrouwelijk verstrekt.
Historische dakconstructie uit 1547 ontdekt
Tijdens de renovatie worden niet alleen bouwkundige problemen aangetroffen, maar ook bijzondere historische elementen ontdekt.
Bij inspecties in het complexdeel Algemene Zaken is in het Torentje een volledig intacte historische kapconstructie gevonden. Uit dendrochronologisch onderzoek, waarbij de jaarringen van hout worden onderzocht, blijkt dat de dakconstructie uit 1547 stamt.
Volgens het Rijksvastgoedbedrijf is het bijzonder dat deze eeuwenoude houten constructie behouden is gebleven en bovendien nog in goede staat verkeert.
De ontdekking onderstreept de historische waarde van het Binnenhof en de complexiteit van de renovatie. Bij werkzaamheden in monumentale gebouwen moet voortdurend rekening worden gehouden met oorspronkelijke constructies en erfgoed dat behouden moet blijven.
Terugkeer Nieuwspoort vraagt extra investering
Ook de geplande terugkeer van perscentrum Nieuwspoort naar het Binnenhof brengt nieuwe financiële vraagstukken met zich mee.
Het Rijksvastgoedbedrijf heeft samen met de Tweede Kamer en Stichting Internationaal Perscentrum Nieuwspoort onderzocht hoe het perscentrum opnieuw kan worden gehuisvest aan de Lange Poten.
De beschikbare ruimte is beperkt en de monumentale bouwconstructie maakt aanpassingen ingewikkeld. Toch is inmiddels een ontwerprichting gevonden die technisch uitvoerbaar lijkt en binnen de planning van de renovatie past.
Een belangrijk onderdeel daarvan is de aanleg van een entresol langs de gevel. Deze extra tussenvloer moet meer bruikbare ruimte opleveren, zodat Nieuwspoort ook op langere termijn goed kan functioneren.
Aan de uitbreiding zijn echter kosten verbonden. Hoe hoog die worden, is nog onbekend omdat het ontwerp verder moet worden uitgewerkt.
Ook moeten afspraken worden gemaakt over een passende huurprijs. Wanneer de toekomstige huurinkomsten onvoldoende zijn om de investeringen te dekken, kan aanvullende financiering noodzakelijk zijn.
De werkzaamheden voor Nieuwspoort vallen formeel buiten het renovatieprogramma, maar hangen daar wel nauw mee samen.
Extra veiligheidsmaatregelen in commissiezalen
De minister wil daarnaast aanvullende veiligheidsmaatregelen laten uitvoeren in de commissiezalen van de Tweede Kamer.
De oorspronkelijke eisen voor de renovatie stammen uit 2017. Sindsdien zijn de veiligheidsomstandigheden en de internationale geopolitieke situatie aanzienlijk veranderd.
Daarom zijn extra maatregelen afgesproken om commissievergaderingen na terugkeer op het Binnenhof zorgvuldig en veilig te kunnen laten plaatsvinden.
In 2024 was nog afgesproken dat nieuwe wensen van gebruikers in principe niet meer zouden worden gehonoreerd. Vanwege de lange duur van het renovatieproject werd echter ruimte gehouden voor noodzakelijke aanpassingen.
De kosten van deze veiligheidsvoorzieningen worden betaald uit het bestaande renovatiebudget. Hiervoor wordt volgens de minister dus geen afzonderlijk aanvullend budget gevraagd.
Onderzoek naar publieke toegang Grafelijke Zalen
Verder onderzoekt het Rijksvastgoedbedrijf of de historische Grafelijke Zalen in de toekomst een publieke functie kunnen krijgen.
Het Presidium van de Tweede Kamer heeft daarom gevraagd naar aanleiding van een aangenomen motie van de Kamerleden Grinwis en Oosterhuis.
Bij de verkenning worden eerdere onderzoeken en aangenomen Kamermoties betrokken. Het doel is meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden om deze historische ruimten toegankelijk te maken voor het publiek.
Het Rijksvastgoedbedrijf verwacht het onderzoek eind 2026 aan het Presidium te kunnen aanbieden.
Financiële onzekerheid blijft bestaan
De renovatie van het Binnenhof blijft daarmee een omvangrijk project waarbij historische vondsten, veranderende veiligheidseisen en financiële ontwikkelingen voortdurend invloed hebben op de uitvoering.
Vooral de hogere bouwrente vormt een nieuwe financiële tegenvaller. Tegelijkertijd kunnen de plannen voor Nieuwspoort aanvullende investeringen noodzakelijk maken.
Hoe groot de uiteindelijke financiële gevolgen worden, is nog niet duidelijk. De Tweede Kamer ontvangt hierover nadere informatie in de voortgangsrapportage van november.
Een besluit over eventuele extra financiële middelen voor het renovatieprogramma wordt op zijn vroegst verwacht bij de Voorjaarsnota 2027.




