DEN HAAG – Het Koninkrijk der Nederlanden heeft een nieuwe stap gezet in de formele bekrachtiging van het geassocieerd lidmaatschap van Curaçao bij de Caribische Gemeenschap (CARICOM). Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken heeft het betreffende verdrag ter stilzwijgende goedkeuring aan de Tweede Kamer voorgelegd. Ook de Staten van Curaçao moeten bij de procedure worden betrokken. Daarmee komt de juridische afronding van het lidmaatschap, waarvoor in juli 2024 al een overeenkomst werd ondertekend, dichterbij.

Dat blijkt uit een brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken van 5 oktober 2026. De minister heeft de gouverneur van Curaçao verzocht het verdrag op 19 oktober 2026 aan de Staten van Curaçao voor te leggen.

Het verdrag werd op 28 juli 2024 gesloten in Grand Anse op Grenada. Namens Curaçao ondertekende minister-president Gilmar Pisas de overeenkomst met de Caribische Gemeenschap.

CARICOM beschouwt Curaçao sinds die ondertekening als geassocieerd lid. Volgens de Nederlandse Verdragenbank is het verdrag echter nog niet formeel in werking getreden. Daarvoor moeten eerst de noodzakelijke juridische procedures worden afgerond.

Wat is CARICOM?

CARICOM is een samenwerkingsverband van landen en gebieden in het Caribisch gebied. De organisatie richt zich onder meer op economische ontwikkeling, handel, regionale samenwerking en het versterken van de internationale positie van de aangesloten landen.

De Caribische Gemeenschap werd in 1973 opgericht en speelt sindsdien een belangrijke rol bij de economische en politieke samenwerking tussen Caribische staten.

De organisatie telt vijftien volwaardige lidstaten en daarnaast verschillende geassocieerde leden.

Voor Curaçao biedt deelname mogelijkheden om nauwer samen te werken met andere Caribische landen op terreinen zoals handel, toerisme, onderwijs, gezondheidszorg, duurzaamheid en economische ontwikkeling.

Curaçao krijgt inspraak, maar geen stemrecht

Het geassocieerde lidmaatschap geeft Curaçao verschillende rechten binnen CARICOM, maar betekent niet dat het eiland dezelfde positie krijgt als een volwaardige lidstaat.

Volgens het verdrag mag Curaçao vergaderingen bijwonen van de regeringsleiders en de Raad van Ministers van de Caribische Gemeenschap.

Daarnaast mag het eiland zonder stemrecht deelnemen aan beraadslagingen van verschillende organen en instellingen binnen CARICOM.

Curaçao kan daarbij voorstellen doen voor programma's en maatregelen die betrekking hebben op onderwerpen waarvoor het land zelf verantwoordelijk is.

Er gelden wel beperkingen. Zo mag Curaçao niet deelnemen aan beraadslagingen over het buitenlandse beleid van de gemeenschap. Ook blijft de formele besluitvorming voorbehouden aan de volwaardige lidstaten.

Die beperkingen houden verband met de staatsrechtelijke positie van Curaçao als autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Nieuwe mogelijkheden voor handel en economie

Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is het versterken van de economische banden tussen Curaçao en andere Caribische landen.

Het verdrag noemt verbetering van handelsbetrekkingen expliciet als onderdeel van het geassocieerde lidmaatschap.

Daarmee ontstaan mogelijkheden om economische contacten uit te breiden en samenwerking tussen bedrijven, instellingen en overheden te bevorderen.

Ook krijgt Curaçao toegang tot bepaalde regionale programma's en diensten van het CARICOM-secretariaat.

Verder kan het land deelnemen aan technische overlegorganen en samenwerkingsprogramma's binnen de Caribische regio.

Het lidmaatschap betekent overigens niet automatisch dat Curaçao volledig deelneemt aan de gemeenschappelijke Caribische markt. Daarvoor gelden afzonderlijke afspraken en voorwaarden.

Ook financiële verplichtingen

Aan het geassocieerde lidmaatschap zijn niet alleen rechten verbonden. Curaçao moet volgens de overeenkomst ook een passende financiële bijdrage leveren aan de begroting van het CARICOM-secretariaat.

Daarnaast moet het Koninkrijk der Nederlanden, voor zover het Curaçao betreft, bepaalde afspraken over voorrechten en immuniteiten van CARICOM aanvaarden.

Het verdrag voorziet verder in de erkenning van het CARICOM-laissez-passer en de mogelijkheid voor daarvoor in aanmerking komende inwoners van Curaçao om te solliciteren naar functies bij het secretariaat.

Hoe hoog de jaarlijkse financiële bijdrage van Curaçao wordt, staat niet in de begeleidende Kamerbrief vermeld.

Raad van State heeft geen bezwaren

De Raad van State van het Koninkrijk heeft het verdrag eerder dit jaar beoordeeld.

Het advies werd op 3 juni 2026 vastgesteld en op 8 juni openbaar gemaakt. De Raad van State had geen opmerkingen over de inhoud van de overeenkomst.

Daarom adviseerde de Raad het verdrag aan beide Kamers van de Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao voor te leggen.

Minister Berendsen heeft nu gekozen voor de procedure van stilzwijgende goedkeuring.

Dat betekent dat het verdrag in beginsel kan worden goedgekeurd zonder afzonderlijke stemming, tenzij binnen de daarvoor geldende termijn om uitdrukkelijke goedkeuring wordt gevraagd.

Ondertekening vond al in 2024 plaats

De overeenkomst tussen Curaçao en CARICOM werd op 28 juli 2024 ondertekend tijdens een bijeenkomst van Caribische regeringsleiders op Grenada.

CARICOM presenteerde Curaçao destijds officieel als het zesde geassocieerde lid van de organisatie.

Minister-president Gilmar Pisas benadrukte bij die gelegenheid het belang van regionale economische samenwerking en de bijzondere positie van Curaçao binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

De toetreding moest volgens hem bijdragen aan nauwere handelsrelaties, economische ontwikkeling en samenwerking op het gebied van onder meer energie, digitale technologie en klimaatbestendigheid.

Wanneer wordt het verdrag definitief?

Hoewel Curaçao door CARICOM al als geassocieerd lid wordt beschouwd, moet de formele verdragsprocedure nog worden afgerond.

Volgens de overeenkomst treedt het verdrag in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat beide partijen elkaar langs diplomatieke weg hebben meegedeeld dat alle noodzakelijke interne procedures zijn voltooid.

De parlementaire behandeling in Nederland en Curaçao vormt daarom een belangrijke vervolgstap.

Een definitieve datum waarop het verdrag juridisch in werking treedt, is nog niet vastgesteld.

Wanneer de goedkeuringsprocedure zonder verdere bezwaren wordt afgerond, kan het Koninkrijk de vereiste stappen zetten om de afspraken officieel van kracht te laten worden.