DEN HAAG – Steeds meer Nederlanders blijven werken nadat zij de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. In het tweede kwartaal van 2026 waren 152.000 mensen boven deze leeftijd actief als werknemer in loondienst. Begin 2018 waren dat er nog 96.000. Daarmee is het aantal met bijna 60 procent gestegen. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag 21 oktober heeft gepubliceerd.

Het aandeel werknemers dat ouder is dan de AOW-leeftijd steeg van 1,2 procent in het eerste kwartaal van 2018 naar 1,7 procent in het tweede kwartaal van 2026.

De cijfers laten zien dat steeds meer mensen ook na het bereiken van de leeftijd waarop zij recht krijgen op een AOW-uitkering betaald werk blijven verrichten.

56.000 meer werknemers boven AOW-leeftijd

Volgens het CBS is het aantal werknemers boven de AOW-leeftijd in ruim acht jaar met 56.000 toegenomen.

Deze stijging is opvallend omdat de wettelijke AOW-leeftijd de afgelopen jaren eveneens omhoog is gegaan. Sinds 2013 is deze stapsgewijs verhoogd. In 2026 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar.

Desondanks blijven steeds meer mensen ook na hun 67e actief op de arbeidsmarkt.

De cijfers hebben uitsluitend betrekking op werknemers in loondienst. Mensen die na het bereiken van de AOW-leeftijd als zelfstandige blijven werken, zijn hierin niet meegenomen.

Het werkelijke aantal werkenden boven de AOW-leeftijd ligt daardoor hoger dan de genoemde 152.000.

Mannen blijven vaker doorwerken dan vrouwen

Uit de cijfers blijkt dat mannen vaker in loondienst blijven werken nadat zij de AOW-leeftijd hebben bereikt.

Van alle mannelijke werknemers was in het tweede kwartaal van 2026 ongeveer 2,3 procent ouder dan de AOW-leeftijd. Bij vrouwen bedroeg dat aandeel 1,1 procent.

Het verschil tussen mannen en vrouwen bestaat al langer.

In het eerste kwartaal van 2018 was 1,8 procent van de mannelijke werknemers ouder dan de AOW-leeftijd. Bij vrouwen ging het destijds om 0,6 procent.

Bij beide groepen is het aandeel sindsdien met ongeveer een half procentpunt gestegen.

Vooral in vastgoed en transport wordt doorgewerkt

Niet in alle bedrijfstakken is het aandeel werknemers boven de AOW-leeftijd even groot.

Het hoogste percentage wordt gemeten in de verhuur en handel van onroerend goed. Daar heeft 4,3 procent van de werknemers de AOW-leeftijd al bereikt.

Ook in het vervoer en de opslag blijven relatief veel ouderen actief. In deze sector is 3,6 procent van de werknemers ouder dan de AOW-leeftijd.

In de specialistische zakelijke dienstverlening en de landbouw, bosbouw en visserij bedraagt het aandeel 2,9 procent.

Bij overige dienstverlening gaat het om 2,5 procent en bij cultuur, sport en recreatie om 2,4 procent.

De laagste percentages worden gemeten bij de overheid en in de informatie- en communicatiesector. Daar werkt respectievelijk 0,6 en 0,7 procent van de werknemers door na de AOW-leeftijd.

Ouderen wisselen ook na hun 67e van werk

Opvallend is dat werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt niet uitsluitend bij hun bestaande werkgever blijven werken.

In het tweede kwartaal van 2026 stroomden ruim 20.000 werknemers boven de AOW-leeftijd in bij een bedrijfstak waarin zij een jaar eerder nog niet werkzaam waren.

Ongeveer de helft kwam vanuit een andere bedrijfstak. De overige instromers hadden een jaar eerder geen baan als werknemer.

Ook bij de uitstroom blijkt dat een klein deel van de oudere werknemers opnieuw voor een andere bedrijfstak kiest.

Van de werknemers boven de AOW-leeftijd die hun bestaande bedrijfstak verlaten, gaat 9 procent in een andere bedrijfstak aan de slag.

AOW ontvangen betekent niet stoppen met werken

De cijfers maken duidelijk dat het bereiken van de AOW-leeftijd niet automatisch betekent dat iemand ook stopt met werken.

De AOW is een wettelijke ouderdomsuitkering die ingaat zodra iemand de daarvoor vastgestelde leeftijd bereikt.

Met pensioen gaan is iets anders. Iemand kan ervoor kiezen al vóór de AOW-leeftijd te stoppen met werken, bijvoorbeeld omdat er voldoende vermogen of ander inkomen beschikbaar is.

Omgekeerd kunnen mensen na het bereiken van de AOW-leeftijd blijven werken en tegelijkertijd hun AOW ontvangen.

Waarom blijven mensen langer werken?

De nieuwe CBS-cijfers geven geen direct antwoord op de vraag waarom steeds meer ouderen blijven werken.

Financiële overwegingen kunnen een rol spelen, maar ook plezier in het werk, sociale contacten en de wens om actief te blijven zijn mogelijke redenen.

Het CBS heeft deze motieven in het nieuwe onderzoek niet afzonderlijk vastgesteld.

Wel laten de cijfers zien dat het aandeel werknemers boven de AOW-leeftijd de afgelopen jaren vrijwel voortdurend is toegenomen.

Voor een groeiende groep Nederlanders vormt de 67e verjaardag daarmee geen automatisch eindpunt van hun werkzame leven.