NEDERLAND – Liefhebbers van sterrenkunde kunnen komende week hun hart ophalen. In de vroege ochtend van donderdag 22 oktober bereikt de meteorenzwerm Orioniden zijn hoogtepunt. Onder gunstige omstandigheden zijn dan tot 27 vallende sterren per uur zichtbaar, gemiddeld één per twee minuten. De bijzondere lichtverschijnselen zijn afkomstig van de beroemde komeet Halley, die in 2061 opnieuw langs de aarde trekt en naar verwachting ook vanuit Nederland met het blote oog zichtbaar kan worden.

De beste gelegenheid om de Orioniden waar te nemen is donderdag rond 6.00 uur. Op dat moment staat het sterrenbeeld Orion relatief hoog aan de zuidelijke hemel. Bovendien is de maan dan al onder de horizon verdwenen, waardoor het maanlicht de waarnemingen niet verstoort.

De maan is dit jaar tijdens de meteorenzwerm voor ongeveer 82 procent verlicht. In de eerste helft van de nacht kan dat het zicht op zwakkere meteoren beperken. Rond 3.30 uur gaat de maan echter onder en worden de omstandigheden aanzienlijk gunstiger.

Gemiddeld iedere twee minuten een vallende ster

Volgens berekeningen worden tijdens het hoogtepunt ongeveer elf Orioniden per uur verwacht. Daarnaast zijn ook meteoren van andere zwermen en losse, sporadische vallende sterren zichtbaar.

Alles bij elkaar kan het aantal oplopen tot ongeveer 27 meteoren per uur. Dat betekent dat sterrenkijkers op een donkere locatie gemiddeld iedere twee minuten een lichtspoor langs de hemel kunnen zien trekken.

Dat aantal is wel afhankelijk van de omstandigheden. Bij bewolking zijn de meteoren nauwelijks of helemaal niet zichtbaar. Ook kunstmatige verlichting heeft een grote invloed op het aantal vallende sterren dat daadwerkelijk kan worden waargenomen.

In steden en andere sterk verlichte gebieden zijn vaak slechts een kwart tot een derde van de meteoren zichtbaar die op een donkere locatie kunnen worden gezien.

Wat zijn de Orioniden eigenlijk?

De Orioniden behoren tot de bekendste jaarlijks terugkerende meteorenzwermen. Hun naam is afkomstig van het sterrenbeeld Orion, waarin de meteoren vanuit de aarde gezien lijken te ontstaan.

Dat schijnbare vertrekpunt wordt door sterrenkundigen de radiant genoemd. Het bevindt zich in de buurt van de heldere ster Betelgeuze.

De meteoren kunnen echter overal aan de hemel verschijnen. Het is daarom niet noodzakelijk om voortdurend rechtstreeks naar Orion te kijken.

Opvallend aan de Orioniden is hun bijzonder hoge snelheid. De stofdeeltjes komen met ongeveer 66 kilometer per seconde de aardatmosfeer binnen. Omgerekend is dat maar liefst 237.600 kilometer per uur.

Door hun enorme snelheid botsen de deeltjes met luchtmoleculen en ontstaat een kortstondig lichtverschijnsel. Daarbij zijn het vooral de aangeslagen en geïoniseerde gassen in de atmosfeer die het karakteristieke lichtspoor veroorzaken.

Sommige meteoren laten een lichtend naspoor achter dat nog enkele seconden zichtbaar blijft nadat de eigenlijke vallende ster alweer verdwenen is.

Stofdeeltjes van de beroemde komeet Halley

De oorsprong van de Orioniden ligt bij een van de bekendste hemellichamen uit de geschiedenis: de komeet Halley.

Deze komeet, officieel aangeduid als 1P/Halley, beweegt in een sterk langgerekte baan om de zon en heeft ongeveer 76 jaar nodig voor één volledige omloop.

De kern van Halley bestaat uit een mengsel van ijs, stof en gesteente. Volgens de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA is de kern ongeveer vijftien kilometer lang en acht kilometer breed.

Wanneer de komeet dichter bij de zon komt, warmt het oppervlak op. Bevroren stoffen veranderen in gas en voeren daarbij stofdeeltjes mee de ruimte in.

Zo ontstaat de kenmerkende wolk van gas en stof rond de komeet en ontwikkelen zich de bekende komeetstaarten.

Een deel van de uitgestoten stofdeeltjes blijft verspreid achter langs de baan van de komeet.

Ieder jaar beweegt de aarde door verschillende gebieden waarin dat achtergelaten materiaal zich bevindt. Wanneer de deeltjes onze atmosfeer binnendringen, ontstaan de Orioniden.

Komeet Halley veroorzaakt twee meteorenzwermen

Bijzonder is dat de komeet Halley niet één, maar twee bekende meteorenzwermen veroorzaakt.

Naast de Orioniden in oktober zijn ook de Eta-Aquariden, die jaarlijks in mei verschijnen, afkomstig van materiaal dat de komeet tijdens eerdere omlopen heeft achtergelaten.

De aarde passeert tijdens haar jaarlijkse beweging om de zon twee verschillende delen van de stofstroom van Halley.

De komeet zelf hoeft daarvoor niet in de buurt van de aarde te zijn. Het achtergelaten materiaal kan immers tientallen of zelfs honderden jaren in de ruimte blijven rondzweven.

Daarom kunnen de Orioniden ieder jaar opnieuw worden waargenomen, terwijl de komeet Halley zelf maar ongeveer eens per mensenleven terugkeert.

Edmond Halley voorspelde terugkeer van de komeet

De komeet dankt zijn naam aan de Engelse sterrenkundige Edmond Halley, die leefde van 1656 tot 1742.

Halley onderzocht historische waarnemingen van kometen en ontdekte dat hemellichamen die in 1531, 1607 en 1682 waren gezien opvallend vergelijkbare banen hadden.

In 1705 concludeerde hij dat het waarschijnlijk om dezelfde komeet ging. Hij voorspelde dat deze rond 1758 opnieuw zichtbaar zou worden.

Hoewel Halley de terugkeer zelf niet meer meemaakte, bleek zijn voorspelling juist. De komeet werd eind 1758 opnieuw waargenomen.

Het was een belangrijke doorbraak in de sterrenkunde. Daarmee werd aangetoond dat kometen geen eenmalige bezoekers hoefden te zijn, maar periodiek naar het binnenste deel van ons zonnestelsel konden terugkeren.

De geschiedenis van de komeet gaat nog veel verder terug. Waarnemingen zijn gekoppeld aan gebeurtenissen van meer dan tweeduizend jaar geleden.

Ook op het beroemde Tapijt van Bayeux, waarop de gebeurtenissen rond de Slag bij Hastings in 1066 zijn afgebeeld, is de komeet terug te vinden.

Laatste bezoek van Halley was in 1986

De laatste keer dat komeet Halley vanuit de aarde kon worden waargenomen, was in 1986.

Destijds trok het hemellichaam wereldwijd veel belangstelling. Voor het eerst kregen wetenschappers bovendien de gelegenheid om de komeet van dichtbij met ruimtesondes te onderzoeken.

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA stuurde de ruimtesonde Giotto naar Halley. In maart 1986 naderde het ruimtevaartuig de komeet tot op ongeveer 600 kilometer.

De opnamen lieten een onregelmatig gevormde, zeer donkere kern zien. Ook werden gas- en stofstralen waargenomen die vanuit het oppervlak de ruimte in werden geblazen.

Het bezoek leverde belangrijke nieuwe inzichten op over de samenstelling en werking van kometen.

Voor waarnemers op het noordelijk halfrond viel de verschijning in 1986 overigens enigszins tegen. De positie van de komeet ten opzichte van de aarde en de zon was niet ideaal voor een spectaculaire waarneming.

In juli 2061 keert komeet Halley terug

Wie komeet Halley zelf wil bewonderen, moet nog ongeveer 35 jaar geduld hebben.

Volgens de huidige baanberekeningen bereikt de komeet op 28 juli 2061 opnieuw zijn dichtste punt bij de zon. Rond die periode komt Halley ook relatief dicht bij de aarde.

De afstand tot onze planeet bedraagt tijdens de dichtste nadering naar verwachting ongeveer 72 miljoen kilometer.

Astronomen verwachten dat de verschijning in 2061 gunstiger zal zijn dan die van 1986.

Er bestaat een goede kans dat de komeet dan ook vanuit Nederland met het blote oog kan worden waargenomen. Vooral in de zomermaanden van 2061 wordt Halley mogelijk een opvallend object aan de hemel.

Voor Nederlandse waarnemers kan de komeet in de aanloop naar zijn passage in juli aan de ochtendhemel verschijnen. Hoe goed hij zichtbaar wordt, hangt onder meer af van zijn werkelijke helderheid, zijn positie ten opzichte van de zon en de schemering.

Hoewel de baan nauwkeurig kan worden berekend, blijft de exacte helderheid van een komeet moeilijk te voorspellen. De hoeveelheid gas en stof die vrijkomt, speelt daarbij een belangrijke rol.

Ook rondom de piek volop vallende sterren

Wie donderdagochtend 22 oktober geen gelegenheid heeft om de Orioniden te bekijken, krijgt ook op andere dagen nog een kans.

In de twee dagen voor en de twee dagen na het hoogtepunt is de meteorenzwerm eveneens actief. Vooral in de late nacht en tijdens de vroege ochtenduren kunnen extra vallende sterren verschijnen.

Hoewel het astronomische maximum volgens berekeningen later op donderdag plaatsvindt, zijn de omstandigheden voor Nederlandse waarnemers rond 6.00 uur het gunstigst.

Het belangrijkste blijft de bewolking. Alleen wanneer de hemel voldoende opklaart, zijn de snelle lichtsporen van de Orioniden goed te bewonderen.

En wie deze week een vallende ster ziet, kijkt eigenlijk naar een klein stukje van de beroemde komeet Halley: materiaal dat lang geleden tijdens een van zijn reizen door ons zonnestelsel werd achtergelaten en nu als een kortstondige lichtflits in de aardatmosfeer verdwijnt.