BREDA – Een veelpleger die in Tilburg een scooter en een fatbike stal en zich later met geweld verzette tegen zijn aanhouding, moet twee jaar worden opgenomen in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD). Dat heeft de rechtbank in Breda woensdag 14 oktober bepaald. De man maakte zich daarnaast schuldig aan het beledigen van een politieagent en spugen in diens richting. Volgens de rechtbank hebben eerdere straffen en hulpverlening onvoldoende geholpen om hem van nieuwe strafbare feiten te weerhouden.
De man werd veroordeeld voor vier strafbare feiten die hij in mei en juni 2026 in Tilburg pleegde. De rechtbank acht een langdurige plaatsing noodzakelijk om de samenleving te beschermen en de verdachte de mogelijkheid te bieden zijn problemen aan te pakken.
Scooter samen met vrouw gestolen
Op 21 mei 2026 werd in Tilburg een scooter van het merk La Souris gestolen. Het voertuig stond op slot met een stuurslot.
Een getuige zag hoe een man en een vrouw enige tijd bij de scooter stonden en vervolgens samen met het voertuig wegliepen. De getuige maakte foto's van het tweetal en waarschuwde de politie.
Kort daarna troffen agenten de vrouw met de gestolen scooter aan. In het mandje lag een mannenjas met daarin het identiteitsbewijs van de verdachte.
De man ontkende tijdens de rechtszaak dat hij betrokken was bij de diefstal. Volgens hem stond op de foto's een vriend die sterk op hem leek. Zijn identiteitsbewijs zou hij eerder bij deze vriend hebben laten liggen.
De rechtbank geloofde deze verklaring niet. Twee politieagenten herkenden de verdachte op de foto's. Volgens de rechters waren de beelden van voldoende kwaliteit om die herkenningen als bewijs te gebruiken.
De rechtbank achtte daarom bewezen dat de man samen met de vrouw de scooter had gestolen.
Fatbike midden in de nacht meegenomen
Enkele weken eerder, op 2 mei 2026, had de verdachte ook al een fatbike gestolen.
Het voertuig stond in de fietsenstalling bij een bedrijf in Tilburg. Op camerabeelden was te zien dat de man omstreeks 04.18 uur het terrein op fietste.
Enkele tientallen seconden later vertrok hij met twee fatbikes. Op de ene fiets reed hij zelf, terwijl hij de andere aan de hand meenam.
Rond 04.35 uur zag een politieagent de man met beide fietsen rijden. Toen de agent hem een stopteken gaf, probeerde hij aanvankelijk weg te komen.
Bij een controle verklaarde de verdachte dat hij de fatbike voor een vriend had opgehaald. De politie kon op dat moment niet vaststellen dat het voertuig gestolen was, waarna hij zijn weg mocht vervolgen.
Kort daarna kwam alsnog een melding binnen van de diefstal. Met behulp van een AirTag in de fatbike kon de eigenaar de locatie van het voertuig achterhalen.
De politie trof de verdachte opnieuw aan. Hij probeerde wederom te vluchten, maar werd uiteindelijk aangehouden nadat een agent had gedreigd een stroomstootwapen te gebruiken.
Verdachte zegt voor vriend te hebben gehandeld
Tijdens de rechtszaak verklaarde de man dat hij de fatbike op verzoek van een vriend had meegenomen. Die vriend zou hem hebben verteld dat het voertuig van zijn vriendin was.
Volgens de verdachte verkeerde hij daardoor in de veronderstelling dat hij niets strafbaars deed.
De rechtbank vond deze verklaring ongeloofwaardig. De man weigerde de volledige naam van de vermeende vriend te noemen, waardoor zijn verhaal niet gecontroleerd kon worden.
Ook zijn vluchtpogingen pasten volgens de rechters niet bij iemand die dacht niets verkeerd te hebben gedaan.
De rechtbank verklaarde de diefstal van de fatbike daarom bewezen.
Geweld en beledigingen bij aanhouding
Op 18 juni 2026 kwam de verdachte opnieuw in aanraking met de politie.
Bij zijn aanhouding verzette hij zich hevig. Hij schopte in de richting van verschillende agenten en raakte een van hen tegen het been.
Daarnaast maakte hij ontwijkende bewegingen, werkte hij tegen toen agenten hem wilden begeleiden en zette hij zich met zijn benen af tegen een politievoertuig.
Ook beledigde hij een politieagent met grove scheldwoorden en spuugde hij in diens richting.
De verdachte bekende tijdens de rechtszaak dat hij zich tegen de politie had verzet en een agent had beledigd.
Volgens de rechtbank toont zijn gedrag aan dat hij geen respect heeft voor het openbaar gezag en geweld niet schuwt.
Veel eerdere veroordelingen
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij al veelvuldig is veroordeeld voor onder meer diefstal, wederspannigheid en belediging.
Bovendien liep hij tijdens de nieuwe strafbare feiten nog in drie proeftijden van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen.
De reclassering schat het risico dat de man opnieuw strafbare feiten pleegt als hoog in.
Sinds 2012 zijn meerdere pogingen gedaan om zijn gedrag te veranderen. Daarbij werd onder meer gebruikgemaakt van begeleiding, behandeling, beschermd wonen, taakstraffen en reclasseringstoezicht.
Deze maatregelen hebben volgens de reclassering niet tot een blijvende verbetering geleid.
De verdachte heeft problemen op meerdere leefgebieden. Ook zijn middelengebruik en het ontbreken van een stabiele woon- en leefsituatie spelen een rol.
Volgens de reclassering is begeleiding buiten een gesloten instelling onvoldoende om herhaling van strafbare feiten te voorkomen.
Maximale ISD-maatregel van twee jaar
De rechtbank heeft daarom besloten de man voor de maximale duur van twee jaar te plaatsen in een inrichting voor stelselmatige daders.
Een ISD-maatregel is bedoeld voor mensen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen. Het belangrijkste doel is de samenleving te beschermen tegen nieuwe criminaliteit.
Tijdens de plaatsing kan daarnaast onderzoek worden gedaan naar de persoonlijke problemen van de veroordeelde. Ook kunnen behandelingen en begeleiding worden ingezet om de kans op herhaling te verminderen.
Volgens de rechtbank zijn eerdere, minder ingrijpende maatregelen onvoldoende gebleken.
De man heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij uiteindelijk een eigen woning wil, zijn rijbewijs wil halen en een reguliere baan bij een technische dienst ambieert.
Hij erkende dat een ISD-maatregel hem mogelijk kan helpen deze doelen te bereiken, maar gaf de voorkeur aan begeleiding buiten de gevangenis.
De rechtbank vond een gedwongen verblijf noodzakelijk.
Voorarrest wordt niet afgetrokken
De ISD-maatregel wordt opgelegd voor de volledige duur van twee jaar.
De rechtbank heeft besloten de periode die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht niet in mindering te brengen.
Volgens de rechters is voldoende tijd nodig om de maatschappij te beschermen en de man de mogelijkheid te geven aan zijn problemen te werken.
Ook moest de rechtbank beslissen over drie eerder opgelegde voorwaardelijke straffen. Het ging om gevangenisstraffen van zestig dagen en vier maanden en een geldboete van 325 euro.
Hoewel de verdachte tijdens zijn proeftijden opnieuw strafbare feiten pleegde, worden deze voorwaardelijke straffen niet alsnog ten uitvoer gelegd.
De rechtbank vindt dat niet zinvol vanwege de opgelegde ISD-maatregel. Ook komen de bijzondere voorwaarden van twee eerdere veroordelingen te vervallen.
De rechters hopen dat de tweejarige plaatsing voldoende mogelijkheden biedt om de man te behandelen en hem uiteindelijk te helpen een bestaan op te bouwen zonder nieuwe strafbare feiten.



