DEN HAAG – De Verenigde Staten hebben vrijdag 9 oktober vergaande economische sancties ingesteld tegen het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. De maatregelen gaan aanzienlijk verder dan de eerdere sancties tegen individuele rechters en aanklagers. Washington richt zich nu op het Strafhof als organisatie, waardoor ook banken, verzekeringsmaatschappijen, technologiebedrijven en andere dienstverleners hun zakelijke relaties met het hof mogelijk moeten beëindigen. Daarmee dreigt een internationale juridische instelling die verantwoordelijk is voor de vervolging van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid ernstig te worden ontwricht.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio maakte de maatregelen bekend namens de regering van president Donald Trump. Volgens Washington overschrijdt het Strafhof zijn bevoegdheden door onderzoek te doen naar Amerikaanse en Israëlische functionarissen. Het ICC spreekt daarentegen van politieke druk op een onafhankelijke rechterlijke instelling
Niet langer alleen personen, maar het hele Strafhof
Tot vrijdag waren Amerikaanse sancties vooral gericht tegen personen binnen het ICC. Rechters, aanklagers en andere medewerkers werden geconfronteerd met financiële beperkingen, bevriezing van eventuele Amerikaanse tegoeden en reisbeperkingen.
De nieuwe sanctieronde betekent een wezenlijke uitbreiding. Niet langer uitsluitend de mensen die onderzoeken uitvoeren of rechterlijke beslissingen nemen, maar de organisatie zelf wordt getroffen.
Amerikaanse bedrijven krijgen volgens de bekendgemaakte maatregelen een overgangstermijn van zes maanden om hun zakelijke activiteiten met het Strafhof af te bouwen. Bezittingen van het ICC die onder Amerikaanse rechtsmacht vallen, kunnen worden geblokkeerd.
De Amerikaanse overheid heeft beperkte uitzonderingen aangekondigd voor bepaalde noodzakelijke transacties, waaronder pensioenbetalingen en softwaregerelateerde diensten. Die uitzonderingen nemen de bredere financiële en organisatorische risico's echter niet weg.
Bankrekeningen, verzekeringen en computersystemen onder druk
De gevolgen kunnen veel verder reiken dan het bevriezen van banktegoeden. Het Internationaal Strafhof is voor zijn dagelijkse werkzaamheden afhankelijk van financiële instellingen, ICT-leveranciers, verzekeringsmaatschappijen en internationale betalingssystemen.
Wanneer een instelling onder Amerikaanse sancties valt, mogen Amerikaanse personen en ondernemingen in beginsel geen verboden transacties meer uitvoeren met die instelling, tenzij een vergunning of uitzondering geldt.
Ook ondernemingen buiten de Verenigde Staten kunnen daardoor terughoudend worden. Internationale banken hebben vaak zakelijke belangen in Amerika en verwerken betalingen via Amerikaanse financiële infrastructuur. Zelfs wanneer een Europese onderneming juridisch niet rechtstreeks onder alle Amerikaanse verboden valt, kan zij besluiten een zakelijke relatie te beëindigen om financiële of juridische risico's te vermijden.
Dat verschijnsel wordt ook wel overcompliance genoemd: bedrijven nemen uit voorzorg verdergaande maatregelen dan strikt noodzakelijk is.
Voor het ICC kan dat betekenen dat internationale betalingen vertraging oplopen, contracten niet worden verlengd en leveranciers weigeren diensten voort te zetten. Vooral digitale communicatie, gegevensopslag en beveiligde systemen zijn van groot belang voor strafrechtelijke onderzoeken.
Het Strafhof verwerkt onder meer vertrouwelijke getuigenverklaringen, bewijsstukken van vermoedelijke oorlogsmisdaden en gevoelige persoonsgegevens. Een verstoring van de digitale infrastructuur kan daarom niet alleen administratieve problemen veroorzaken, maar ook gevolgen hebben voor lopende onderzoeken en de bescherming van getuigen.
Nederlandse medewerkers kunnen persoonlijk worden geraakt
De sancties kunnen ook grote gevolgen hebben voor medewerkers van het Strafhof die in Nederland wonen.
Een voorbeeld is de Canadese ICC-rechter Kimberly Prost. Zij vertelde begin oktober aan de Amerikaanse publieke radiozender NPR dat haar betaalkaarten waren ingetrokken nadat zij onder Amerikaanse sancties was geplaatst. Ook verloor zij toegang tot bepaalde digitale diensten.
Volgens Prost werden zelfs bankkaarten ingetrokken die waren uitgegeven door financiële instellingen in Nederland en Canada. Daarmee wordt zichtbaar hoe Amerikaanse sancties doorwerken buiten het grondgebied van de Verenigde Staten.
Georgia Public Broadcasting
Voor gesanctioneerde medewerkers kunnen dagelijkse handelingen, zoals het afsluiten van een abonnement, verrichten van betalingen of gebruiken van Amerikaanse digitale platforms, daardoor problematisch worden.
Het Amerikaanse sanctierecht maakt overigens onderscheid tussen personen die zelf op een sanctielijst staan en medewerkers die uitsluitend werkzaam zijn bij een getroffen organisatie. Niet iedere ICC-medewerker wordt automatisch persoonlijk gesanctioneerd. Wel kunnen de beperkingen voor de organisatie indirect het gehele personeelsbestand raken.
Helft van de ICC-rechters eerder al gesanctioneerd
De spanningen tussen Washington en het Strafhof zijn niet nieuw. In augustus 2026 breidden de Verenigde Staten hun sanctielijst opnieuw uit.
Onder de getroffenen bevonden zich de Japanse ICC-president Tomoko Akane en de Senegalese aanklager Abdoulaye Seye. Het Strafhof maakte destijds bekend dat inmiddels negen van zijn achttien rechters, beide plaatsvervangende aanklagers, een voormalige hoofdaanklager en een medewerker onder Amerikaanse sancties vielen.
Het ICC bestempelde deze maatregelen als een aanval op de onafhankelijkheid van de internationale rechtspraak. Volgens het hof ontstaat een gevaarlijke situatie wanneer rechters en aanklagers persoonlijk worden getroffen vanwege het uitvoeren van hun wettelijke werkzaamheden.
De sancties van vrijdag vormen daarmee een volgende fase in een conflict dat zich in toenemende mate verplaatst van juridische meningsverschillen naar economische druk.
Arrestatiebevel tegen Netanyahu belangrijke aanleiding
Een belangrijk onderdeel van het conflict tussen de Verenigde Staten en het Strafhof is het arrestatiebevel dat het ICC in november 2024 uitvaardigde tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu.
Het Strafhof verdenkt Netanyahu van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in verband met de oorlog in de Gazastrook. Israël verwerpt de beschuldigingen en betwist de rechtsmacht van het ICC.
Ook de Verenigde Staten erkennen de bevoegdheid van het Strafhof over Israëlische leiders niet. Washington stelt dat een internationale rechtbank geen strafrechtelijke bevoegdheid mag uitoefenen over onderdanen van landen die het oprichtingsverdrag niet hebben ondertekend.
Het ICC hanteert een andere juridische redenering. Volgens het Statuut van Rome kan het Strafhof onder bepaalde voorwaarden ook personen vervolgen uit landen die geen lid zijn, wanneer de vermoedelijke misdrijven zijn gepleegd op het grondgebied van een aangesloten staat.
Palestina is aangesloten bij het Statuut van Rome. In februari 2021 oordeelde een kamer van het ICC dat de territoriale rechtsmacht voor de Palestijnse situatie zich uitstrekt tot de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.
Dat oordeel ging uitsluitend over de bevoegdheid van het Strafhof en vormde geen definitieve uitspraak over de internationale staatsrechtelijke status of grenzen van Palestina.
Ook Amerikaanse militairen onderwerp van conflict
De Amerikaanse bezwaren beperken zich niet tot Israël.
Het ICC heeft zich eerder beziggehouden met mogelijke oorlogsmisdaden in Afghanistan, waaronder beschuldigingen tegen Amerikaanse militairen en medewerkers van Amerikaanse inlichtingendiensten.
Afghanistan is aangesloten bij het Strafhof. Daardoor kan het ICC in beginsel onderzoek doen naar misdrijven die op Afghaans grondgebied zijn gepleegd, ongeacht de nationaliteit van de vermoedelijke daders.
Washington beschouwt die bevoegdheidsuitoefening als een aantasting van de Amerikaanse soevereiniteit. Volgens de Verenigde Staten moeten eventuele strafbare feiten door Amerikaanse militairen in beginsel door het eigen rechtssysteem worden behandeld.
Het Statuut van Rome kent daarvoor het zogenoemde complementariteitsbeginsel. Het ICC treedt in beginsel pas op wanneer nationale autoriteiten niet daadwerkelijk bereid of in staat zijn om internationale misdrijven zelf te onderzoeken en te vervolgen.
Daarmee is het Strafhof geen gewone hogere rechtbank die nationale vonnissen kan vervangen. Het is bedoeld als een laatste mogelijkheid om verdachten van de zwaarste internationale misdrijven te berechten.
Amerikaanse minister dreigt met verdergaande maatregelen
De toon vanuit Washington is bijzonder scherp. Rubio heeft duidelijk gemaakt dat de regering-Trump niet zal accepteren dat Amerikaanse burgers door het ICC worden vervolgd.
De Amerikaanse minister heeft bovendien gedreigd met verdere maatregelen wanneer het Strafhof zijn koers niet wijzigt. Ook riep hij bondgenoten op om druk uit te oefenen op de internationale rechtbank.
Die oproep brengt Europese landen in een ingewikkelde positie. Veel van deze landen zijn tegelijkertijd lid van de NAVO, nauwe bondgenoten van de Verenigde Staten en aangesloten bij het Strafhof.
De Amerikaanse regering ziet het sanctiepakket als een middel om onderhandelingen af te dwingen over de grenzen van de bevoegdheden van het ICC. Tegenstanders beschouwen het als economische dwang om de onafhankelijkheid van de internationale rechtspraak te beperken.
Nederland als gastland rechtstreeks betrokken
Voor Nederland zijn de maatregelen extra gevoelig. Het Strafhof is gevestigd in Den Haag en Nederland heeft als gastland verantwoordelijkheden voor het functioneren en de bescherming van de instelling.
Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen heeft kritiek geuit op de Amerikaanse sancties. Nederland wil volgens de minister de overgangsperiode van zes maanden gebruiken om met Washington in gesprek te blijven.
De Nederlandse regering heeft benadrukt dat het Strafhof zijn werkzaamheden onafhankelijk moet kunnen blijven uitvoeren.
Daarbij gaat het niet alleen om diplomatieke steun, maar ook om praktische vraagstukken zoals de huisvesting, veiligheid, dienstverlening en bescherming van betrokken medewerkers.
Nederland kan Amerikaanse sancties echter niet zelfstandig buiten werking stellen. Banken en internationaal opererende bedrijven moeten rekening houden met verschillende rechtsstelsels en hun eigen financiële risico's.
Europese Unie onderzoekt bescherming tegen sancties
Binnen Europa wordt gekeken naar mogelijkheden om de gevolgen van de Amerikaanse maatregelen te beperken.
Een van de besproken instrumenten is het Europese blokkadestatuut. Daarmee kan de Europese Unie onder bepaalde voorwaarden Europese ondernemingen beschermen tegen de extraterritoriale werking van buitenlandse sancties.
De toepassing daarvan is juridisch en politiek ingewikkeld. Het instrument biedt niet automatisch een oplossing wanneer banken en andere ondernemingen vrezen de toegang tot Amerikaanse financiële markten te verliezen.
Bovendien kan een Europees bedrijf voor een keuze komen te staan tussen naleving van Amerikaanse sanctieregels en Europese verplichtingen.
Het ICC heeft zijn afhankelijkheid van Amerikaanse technologie inmiddels verminderd. Zo is het hof begonnen met de overstap van Microsoft-software naar Europese alternatieven, waaronder het Duitse openDesk.
Ook bij verzekeringen heeft het Strafhof maatregelen moeten nemen. De samenwerking met verzekeraar AXA werd per 1 oktober 2026 beëindigd vanwege de risico's rond de Amerikaanse sancties. Het hof heeft inmiddels een andere zorgverzekeraar gevonden.
Strafhof behandelt zaken tegen leiders uit verschillende landen
Het Internationaal Strafhof werd in 2002 opgericht en telt momenteel 125 aangesloten landen. De begroting voor 2026 bedraagt ongeveer 196 miljoen euro.
De rechtbank houdt zich bezig met genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en, onder aanvullende voorwaarden, het misdrijf agressie.
Tot de bekendste verdachten voor wie het ICC een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd, behoren de Russische president Vladimir Poetin en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu.
Het Strafhof heeft daarnaast onderzoeken uitgevoerd naar internationale misdrijven in onder meer Sudan, Myanmar, Afghanistan en de Filipijnen.
Sinds zijn oprichting heeft het ICC tientallen arrestatiebevelen uitgevaardigd. Het hof beschikt echter niet over een eigen politiemacht en is voor de aanhouding en overdracht van verdachten grotendeels afhankelijk van de medewerking van landen
Vergadering noodgedwongen verplaatst naar Den Haag
Dat de sancties ook diplomatieke gevolgen hebben, bleek eind september.
De jaarlijkse bijeenkomst van de aangesloten landen, die oorspronkelijk bij de Verenigde Naties in New York zou plaatsvinden, is verplaatst naar Den Haag.
De vergadering staat gepland van 30 november tot en met 7 december 2026.
Volgens de organisatie werd het besluit genomen vanwege de beperkingen waarmee gesanctioneerde ICC-functionarissen en bepaalde vertegenwoordigers bij toegang tot de Verenigde Staten worden geconfronteerd.
Daarmee beïnvloeden de sancties inmiddels niet alleen individuele medewerkers en de dagelijkse bedrijfsvoering van het Strafhof, maar ook de internationale besluitvorming over de instelling.
Strafhof weigert werkzaamheden stil te leggen
Het ICC heeft de nieuwe sancties vrijdag scherp veroordeeld.
Plaatsvervangend aanklager Nazhat Shameem Khan verklaarde dat de maatregelen volgens het Strafhof een poging vormen om de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van internationale rechters te ondermijnen.
Het hof benadrukt dat onderzoeken en strafzaken worden voortgezet, ondanks de Amerikaanse druk.
Tegelijkertijd heeft de instelling de 125 aangesloten landen opgeroepen om ervoor te zorgen dat het ICC operationeel kan blijven.
Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van een onafhankelijk functionerend Strafhof voor een belangrijk deel naar de lidstaten. Zij zullen moeten bepalen welke financiële, juridische en diplomatieke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van de Amerikaanse sancties op te vangen
Toekomst internationale rechtspraak op het spel
De komende zes maanden worden bepalend voor de praktische uitwerking van de maatregelen. Vooral de bereidheid van banken, verzekeraars en technologiebedrijven om met het ICC te blijven samenwerken, zal zwaar wegen.
Het juridische conflict draait om een fundamenteel vraagstuk: hoe ver reikt de bevoegdheid van een internationale rechtbank tegenover landen die haar rechtsmacht niet erkennen?
De Verenigde Staten stellen dat het ICC zijn grenzen overschrijdt en nationale soevereiniteit moet respecteren. Het Strafhof en zijn ondersteunende lidstaten benadrukken juist dat internationale strafvervolging noodzakelijk is wanneer ernstige misdrijven niet op nationaal niveau worden aangepakt.
De sancties beëindigen de juridische bevoegdheden van het Strafhof niet. Ze kunnen echter wel de mogelijkheden beperken om die bevoegdheden daadwerkelijk uit te oefenen.
Daarmee raakt het conflict niet uitsluitend de medewerkers van het ICC in Den Haag, maar ook slachtoffers en getuigen die voor onderzoek en berechting afhankelijk zijn van de internationale rechtbank.




