DEN HAAG – De onafhankelijkheid van de publieke omroep moet beter worden beschermd bij de komende herziening van de Mediawet. De overheid moet ruimte bieden voor journalistieke zelfregulering en terughoudend zijn met directe bemoeienis met journalistieke inhoud. Dat staat in een adviesrapport van het Instituut voor Informatierecht (IViR), opgesteld in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Het rapport verschijnt tegen de achtergrond van plannen om het huidige open omroepbestel te veranderen in een gesloten stelsel met vier of vijf omroephuizen. Ook wordt gekeken naar een nieuwe positie voor de ombudsman en naar de verdeling van toezicht binnen de publieke omroep.
Journalistieke vrijheid staat centraal
Volgens de onderzoekers moet de overheid zorgen voor een klimaat waarin journalistiek en publiek debat vrij kunnen functioneren. Tegelijkertijd moet de overheid voldoende afstand houden van de inhoud van journalistieke producties.
Het uitgangspunt komt volgens het rapport onder meer voort uit artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Overheidsbemoeienis met journalistieke inhoud kan volgens de onderzoekers al snel neerkomen op censuur. De staat heeft tegelijkertijd wel een verantwoordelijkheid om wettelijke, administratieve en financiรซle voorwaarden te creรซren voor een sterke en onafhankelijke publieke omroep.
Daarbij hoort volgens het rapport ook bescherming van mediapluriformiteit. De publieke omroep moet ruimte bieden aan verschillende maatschappelijke groepen en bijdragen aan een goed geรฏnformeerd publiek debat.
Meer ruimte voor zelfregulering
Een belangrijke conclusie is dat journalistieke kwaliteit volgens de onderzoekers in de eerste plaats door de journalistieke sector zelf moet worden ingevuld. De overheid kan daarvoor wettelijke kaders creรซren, maar zou niet zelf gedetailleerd moeten bepalen wat goede journalistiek is.
De onderzoekers adviseren daarom om ruim baan te geven aan zelfregulering. Journalisten en de sector worden geacht beter in staat te zijn om professionele journalistieke normen vast te stellen dan de overheid. Wel kan sprake zijn van co-regulering, waarbij de wet voorwaarden schept waarbinnen de sector zichzelf reguleert.
In Nederland bestaat al een Code Journalistiek Handelen voor de landelijke publieke omroepen. Ook redactiestatuten spelen een rol. Volgens de huidige Mediawet moeten publieke media-instellingen samen met hun journalistieke werknemers een redactiestatuut opstellen waarin onder meer waarborgen voor journalistieke deontologie en kwaliteit staan.
Nieuwe rol voor de ombudsman
Het rapport pleit daarnaast voor een sterke en onafhankelijke ombudsfunctie. De huidige ombudsman vervult volgens de onderzoekers twee rollen: het behandelen van klachten van burgers en het doen van aanbevelingen om de journalistieke kwaliteit te verbeteren.
De onderzoekers vinden dat duidelijker moet worden vastgelegd wat de ombudsman precies doet. Het gaat volgens hen niet om een alternatief voor de burgerlijke rechter, maar om de beoordeling van journalistiek handelen vanuit professioneel oogpunt.
Een mogelijke nieuwe organisatie is een Stichting Journalistieke Kwaliteit Publieke Media. Daarin zouden naast vertegenwoordigers van de omroephuizen ook journalisten moeten zitten. Op die manier zouden journalisten directer betrokken worden bij het vaststellen van journalistieke normen.
Toezicht moet duidelijker worden verdeeld
De onderzoekers constateren dat binnen het huidige bestel verschillende organisaties betrokken zijn bij toezicht op de publieke omroep. Het gaat onder meer om de NPO, het Commissariaat voor de Media, de Ombudsman, de Evaluatiecommissie van de NPO en de minister van OCW.
Die verdeling van verantwoordelijkheden is volgens het rapport niet altijd duidelijk. In de aangekondigde hervorming is daarom voorzien dat het Commissariaat voor de Media het centrale toezicht krijgt. Daarmee zou de huidige ingewikkelde verhouding tussen de NPO en het Commissariaat moeten verdwijnen.
Mogelijke noodknop blijft beperkt
Een van de gevoeligste voorstellen betreft een zogenoemde โnoodknopโ. Daarmee zou in uitzonderlijke gevallen kunnen worden ingegrepen wanneer een publieke omroep systematisch journalistieke beroepsregels schendt.
De onderzoekers sluiten zo’n mogelijkheid niet uit, maar willen daar zeer strenge voorwaarden aan verbinden. Het Commissariaat voor de Media zou alleen een aanwijzing mogen geven op voordracht van de voorgestelde Stichting Journalistieke Kwaliteit Publieke Omroep. Daarmee blijft zelfregulering het uitgangspunt en wordt publiekrechtelijk ingrijpen een uiterste middel.
Waarschuwing voor juridisering
Het rapport waarschuwt ten slotte voor een te vergaande juridisering van de journalistiek. Als journalistieke normen te gedetailleerd in wet- en regelgeving worden vastgelegd, kan volgens de onderzoekers de vrijheid van journalisten onder druk komen te staan.
De onderzoekers formuleren daarom zes hoofdadviezen: zorg voor een gunstig klimaat voor het publieke debat, bescherm de onafhankelijkheid van de publieke omroep, zorg voor een sterke en onafhankelijke ombudsman, verdeel toezichtstaken duidelijk, wees terughoudend met een eventuele noodknop en waak voor juridisering.
De aanbevelingen zijn bedoeld als uitgangspunt voor de verdere discussie over de herziening van de Mediawet 2008 en de toekomstige inrichting van het publieke omroepbestel.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


