BREDA, 6 februari 2026 – De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een man veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens openlijke geweldpleging. Het geweld vond plaats op 18 april 2024 op de openbare weg in een plaats binnen het arrondissement van de rechtbank.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte samen met een ander geweld heeft gepleegd tegen een man, door hem te slaan en te schoppen. Het incident speelde zich af op klaarlichte dag en werd door omstanders waargenomen. Daarmee is volgens de rechtbank een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en is ook het gevoel van veiligheid in de openbare ruimte aangetast.
De verdachte werd vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat hij verantwoordelijk zou zijn voor het zware lichamelijke letsel dat het slachtoffer opliep. De rechtbank kon niet vaststellen welk specifiek letsel rechtstreeks aan de verdachte was toe te rekenen.
Het slachtoffer liep onder meer gebroken tanden, neusletsel en ernstig knieletsel op. De rechtbank oordeelde dat de verdachte en zijn mededader wel gezamenlijk civielrechtelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De verdachte moet daarom samen met de mededader een schadevergoeding van in totaal 14.915,80 euro betalen, bestaande uit materiële en immateriële schade.
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van het geweld, maar ook met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict en inmiddels begeleiding krijgt. De voorwaardelijke gevangenisstraf geldt met een proeftijd van twee jaar en is gekoppeld aan meerdere bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht, een gedragsinterventie gericht op agressiebeheersing en een contactverbod met het slachtoffer.
Volgens de rechtbank is de opgelegde straf passend en bedoeld om herhaling te voorkomen en de verdachte te ondersteunen bij het opbouwen van een stabiel en delictvrij bestaan.