AMSTERDAM, 6 januari 2026 – De spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran lopen opnieuw op. Donald Trump richt zijn blik niet alleen op Latijns-Amerika, maar volgt ook de snel escalerende situatie in Iran nauwgezet. Aanleiding zijn de massale protesten die eind december zijn uitgebroken na de ineenstorting van de Iraanse munt. Trump suggereert openlijk dat militair ingrijpen tot de mogelijkheden behoort als het islamitische regime hard blijft optreden tegen demonstranten.
Escalerende protesten door economische ineenstorting
De protesten begonnen op 28 december, toen de Iraanse rial in korte tijd meer dan de helft van zijn waarde verloor ten opzichte van de dollar. Voor miljoenen Iraniërs betekende dit een directe aanval op hun bestaanszekerheid. Spaargeld verdampte, prijzen schoten omhoog en basisproducten werden onbetaalbaar. In slechts twaalf maanden tijd stegen voedselprijzen met circa 72 procent, een niveau dat voor veel huishoudens ondraaglijk is geworden.
Wat begon als economische wanhoop, groeide al snel uit tot een breed maatschappelijk protest tegen het regime in Teheran. Winkeliers, studenten en arbeiders sloten zich aan bij vrouwenrechtenactivisten, die sinds 2022 al structureel de straat op gaan na de dood van Mahsa Amini. Leuzen als “dood aan de dictator” en “vrouw, leven, vrijheid” klonken opnieuw door de straten van Iraanse steden.
Trump dreigt met ingrijpen
Trump reageerde via zijn eigen platform Truth Social met een ongebruikelijk directe waarschuwing aan het Iraanse regime. Volgens berichtgeving van de Financial Times stelde hij dat de Verenigde Staten “klaarstaan om in actie te komen” als vreedzame demonstranten worden neergeschoten. Daarmee zet hij de deur open voor Amerikaanse betrokkenheid bij een binnenlandse crisis in Iran.
Enkele dagen later herhaalde Trump zijn harde toon in een interview met NBC, waarin hij ook verwees naar het Iraanse nucleaire programma. Geruchten dat Teheran werkt aan heropbouw van nucleaire capaciteit noemt hij onacceptabel. Volgens Trump zou dit aanleiding zijn voor een directe militaire reactie van de VS.
Reactie vanuit Teheran
De Iraanse autoriteiten wijzen elke buitenlandse betrokkenheid resoluut van de hand. Volgens Al Jazeera kwamen op nieuwjaarsdag ten minste zes demonstranten om het leven door optreden van veiligheidstroepen. Tegelijkertijd stelt de Revolutionaire Garde dat de onrust wordt aangewakkerd door “westerse propaganda” en psychologische oorlogsvoering.
Ali Larijani, secretaris van de Supreme National Security Council, reageerde scherp op Trumps uitspraken. Hij waarschuwde dat Amerikaanse inmenging zou leiden tot chaos in de regio en ernstige schade aan Amerikaanse belangen. Daarmee onderstreept Teheran dat elke vorm van externe druk als een directe bedreiging wordt gezien.
Politieke test voor de Iraanse president
De protesten vormen ook een belangrijke test voor president Masoud Pezeshkian, die aantrad met beloften van economische hervormingen en meer gematigd beleid. Sinds de herinvoering van Amerikaanse sancties in 2018 verkeert de Iraanse economie echter in een structurele crisis, waardoor zijn speelruimte beperkt is.
Ondanks dreigementen, dodelijk geweld en internationale spanningen tonen demonstranten zich vastberaden. Blokkades, sit-ins en massale betogingen houden aan. Voor veel Iraniërs lijkt de economische ineenstorting het kantelpunt: de angst voor repressie weegt niet langer op tegen het verlies van toekomstperspectief.
Onzekere uitkomst
Of Trump daadwerkelijk overgaat tot actie blijft onzeker. Wel is duidelijk dat zijn uitspraken de spanningen verder aanwakkeren, zowel binnen Iran als in de bredere regio. De combinatie van economische instorting, maatschappelijke woede en internationale dreiging maakt de situatie uiterst explosief. De komende weken zullen uitwijzen of diplomatie de overhand krijgt, of dat confrontatie onvermijdelijk wordt.