MIDDELBURG, 24 augustus 2026 – De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het verzoek van vrijwilligers van de brandweerpost in Cadzand om de sluiting van hun post tegen te houden afgewezen. Daarmee blijft het besluit van de Veiligheidsregio Zeeland om de brandweerpost per 1 augustus 2026 te sluiten voorlopig van kracht.
Vrijwilligers stapten naar de rechter
De vrijwilligers en de Personeelsvereniging Brandweer Cadzand hadden in een kort geding gevraagd om het sluitingsbesluit te schorsen of de uitvoering ervan te verbieden totdat een bodemrechter zich over de kwestie heeft uitgesproken. Volgens hen was het besluit onzorgvuldig genomen en zou de brandveiligheid in de regio onder druk komen te staan.
De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat een bodemrechter later zal besluiten dat de sluiting onrechtmatig is.
Bezettingsproblemen speelden belangrijke rol
Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland besloot op 10 juli 2026 om de brandweerzorg in het gebied rond Cadzand voortaan te laten verzorgen door de posten Sluis, Oostburg en Breskens. Aanleiding waren structurele bezettingsproblemen binnen de post in Cadzand.
Volgens de veiligheidsregio beschikte de post onder meer nog maar over รฉรฉn bevelvoerder en รฉรฉn chauffeur, functies die essentieel zijn voor de inzet van een brandweerpost. Ondanks wervingsacties en andere inspanningen lukte het niet om voldoende versterking aan te trekken.
Geen bewijs van geschonden toezeggingen
De vrijwilligers voerden aan dat vertegenwoordigers van de veiligheidsregio in 2023 hadden uitgesproken dat de brandweerpost bestaansrecht had en behouden moest blijven. De rechtbank stelde vast dat uit het overlegverslag wel blijkt dat behoud van de post werd nagestreefd, maar niet dat een blijvende instandhouding was toegezegd.
Ook zag de rechter onvoldoende aanwijzingen dat de veiligheidsregio gemaakte afspraken of verplichtingen niet was nagekomen.
Sluiting niet strijdig met wet aangetoond
De vrijwilligers stelden daarnaast dat de wettelijke opkomsttijden voor brandweerinzet niet langer gehaald zouden worden. De rechtbank vond echter niet aannemelijk dat de sluiting op zichzelf in strijd is met de geldende regels voor aanrijtijden.
Volgens de rechter zijn eventuele langere opkomsttijden vooral het gevolg van feitelijke omstandigheden en niet rechtstreeks van het sluitingsbesluit.
De rechtbank verklaarde de Personeelsvereniging Brandweer Cadzand niet-ontvankelijk omdat de statutaire doelomschrijving onvoldoende verband hield met de ingestelde vordering. De individuele vrijwilligers werden wel ontvankelijk verklaard, maar hun verzoek werd afgewezen.
Omdat de veiligheidsregio geen proceskostenvergoeding had gevraagd, volgde geen kostenveroordeling.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


